Centrum voor Jeugd en Gezin wijst de weg niet
‘Er is geen wiskundige formule’, zei minister André Rouvoet in een overleg met de Tweede Kamer over de vraag wie op welk moment verantwoordelijk is voor jongeren in problemen. Het overleg ging vorige week over de Zorg- en Adviesteams op scholen, maar vanzelf kwamen ook die andere overleggen van jeugdhulpverleners ter sprake: de Centra voor Jeugd en Gezin en de Veiligheidshuizen.
Het zijn alledrie samenwerkingsverbanden waar hulpverleners van verschillende disciplines bij elkaar zitten, alleen is de samenstelling steeds wat anders en worden andere accenten gelegd. In de Veiligheidshuizen hebben politie en justitie de overhand, de Zorg- en Adviesteams worden geïnitieerd door de scholen en in de Centra voor Jeugd en Gezin spelen jeugdgezondheidszorg en Bureaus Jeugdzorg de voornaamste rol. Veel instanties schuiven aan bij verschillende van deze overleggen.
Als een meisje uit woonplaats A een vergrijp pleegt in gemeente B en op school zit in gemeente C, wie gaat er dan over dit kind? Dat vroegen alle vertegenwoordigde fracties zich af tijdens het overleg in de Tweede Kamer. Het is de vraag of ze van het overleg veel wijzer zijn geworden. Minister Rouvoet (ChristenUnie) die in het debat werd bijgestaan door beide staatssecretarissen op onderwijs, Dijksma (PvdA) en Van Bijsterveldt (CDA), vindt dat een gemeente altijd verantwoordelijk is voor de coördinatie en dat ‘de woonplaats daarbij leidend moet zijn’. Maar, zei hij tegelijkertijd ook, ‘er kunnen omstandigheden zijn die maken dat overdracht logisch is’. Wat die omstandigheden zijn, moet van geval tot geval blijken. ‘Er’ moeten sluitende afspraken worden gemaakt en ‘men’ moet zorgen voor een heldere overdracht.
Gemeenten en instanties moeten zelf zorgen dat ze een manier vinden om de kluwen aan overleggen te ordenen, zoveel is duidelijk. Dat dat knap ingewikkeld wordt, daarover waren de Kamerleden het wel eens. Het Centrum voor Jeugd en Gezin had helderheid moeten scheppen in de kluwen van hulpverleners en overleggen, maar het lijkt er vooralsnog alleen maar onbegrijpelijker en willekeuriger op te worden.
Het beeld van het Centrum voor Jeugd en Gezin als dé instantie voor alle jongeren tot 18 jaar moet ook worden bijgesteld, zo werd duidelijk. Rouvoet gaf toe dat het logisch is de Centra voor Jeugd en Gezin vooral de belangrijkste signaleringsfunctie te bedelen voor kinderen tot 4 jaar, omdat die daar toch al standaard over de vloer komen als ze naar het consultatiebureau moeten. Voor de oudere kinderen, die allemaal naar school gaan, ligt het Zorg- en Adviesteam weer meer voor de hand. En zo dreigt het Centrum voor Jeugd en Gezin toch weer te verworden tot één van de vele overleggen en slechts een nieuwe schakel in een toch al lange keten.