Brabantse probleemjeugd in databank
Ruim achthonderd instellingen, waaronder Bureau Jeugdzorg, politie, de thuiszorg, de GGD, huisartsen, ziekenhuizen en het Maatschappelijk werk, maar ook scholen en kinderdagverblijven, kunnen via het computersysteem signalen aan elkaar doorgeven. Hoewel zij in verband met de privacy inhoudelijk niet op de hoogte zijn van de problemen van geregistreerde kinderen, weten zij wel welke instellingen allemaal betrokken zijn bij een individueel probleemgeval.
Zorg voor Jeugd heeft verschillende functies, legt projectleider Harry Woltring de werking van het registratiesysteem uit. Om te beginnen een ketenregistratiefunctie: van elk kind met een hulpvraag dat in het eigen systeem van een van de partners wordt geregistreerd, komen onder meer naam, adres en geboortedatum automatisch in de database van Zorg voor Jeugd.
Bij problemen treedt de signaalfunctie in werking. ‘De zorgcoördinator van een ROC bijvoorbeeld kan over een jongere over wie hij zich zorgen maakt, een signaal doorgeven van het type laag, hoog of urgent. Hij krijgt dan te zien bij welke andere partijen in de keten deze jongere al bekend is en die instellingen ontvangen allemaal een bericht dat een nieuw signaal is afgegeven.’
Het systeem wijst vervolgens de meest voor de hand liggende instelling aan als verantwoordelijke voor de ketencoördinatie. ‘Die instelling is verplicht om te kijken of inderdaad coördinatie nodig is en wat er moet gebeuren. Soms volstaat een belletje, andere keren volgt daadwerkelijk casusoverleg.’
Na anderhalf jaar proefdraaien in Helmond gaan volgende maand zestig gemeenten meedoen met Zorg voor Jeugd, de andere acht volgen na de zomervakantie. Net als de provincie Noord-Brabant nemen zij een deel van de kosten voor hun rekening. Het aantal deelnemende instellingen moet gestaag groeien.