of 59221 LinkedIn

Laarbeek weigert invullen verplichte Wmo-benchmark

De gemeente Laarbeek weigert mee te doen aan het verplichte Wmo-cliëntervaringsonderzoek. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wacht vergeefs op de gevraagde gegevens over 2016. Van de andere gemeenten zijn ze naar verluidt wel binnen.

De gemeente Laarbeek weigert mee te doen aan het verplichte Wmo-cliëntervaringsonderzoek. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wacht vergeefs op de gevraagde gegevens over 2016. Naar verluidt zijn die van alle 387 andere gemeenten wel binnen.

Ook niet in 2017
Een van de afspraken bij de decentralisatie van de taken in het sociaal domein is dat gemeenten een cliëntervaringsonderzoek houden onder de Wmo-cliënten en die resultaten daarvan vervolgens aanlevert bij VWS. Wat 2016 betreft zou het ministerie naar verluidt alle gegevens binnen hebben, op die van één gemeente na. Ondanks een aanmaning, is het wachten in Den Haag nog steeds op de gegevens van de Brabantse gemeente Laarbeek. Wat het college van burgemeester en wethouders betreft, is dat wachten tevergeefs: de gevraagde gegevens komen niet. ‘Niet over 2016 en ook niet over dit jaar’, zegt verantwoordelijk wethouder Joan Briels (De Werkgroep).

Persoonlijke gesprekken
‘Hoewel wij het als gemeente belangrijk vinden om inzicht te krijgen in de ervaringen van onze cliënten, zijn wij weinig enthousiast over de manier waarop dit als wettelijke plicht zijn vertaling heeft gevonden’, zo antwoordt Laarbeek op de aanmaning van VWS. De verplichte schriftelijke vragenlijst is volgens de gemeente onvoldoende toegesneden op de lokale situatie, wat zou leiden tot ‘weinigzeggende resultaten’ die niet meer zijn dan ‘een dode letter.’ In plaats daarvan heeft het volgens Briels veel meer zin om naast eigen lokale vragenlijsten ook periodiek persoonlijke gesprekken te houden met Wmo-cliënten over hun ervaringen, iets wat hij de komende tijd samen met een vertegenwoordiger van de Wmo-raad gaat doen. Dergelijke gesprekken leveren volgens hem veel meer bruikbare informatie op om te komen tot een verbetering van het plaatselijke Wmo-beleid. ‘Ook onze Wmo-raad steunt deze aanpak’, zegt hij.

De cliënten waarmee ze in gesprek gaan, worden random geselecteerd. Daarbij gaat met name de aandacht uit naar cliënten die wel een zogeheten keukentafelgesprek met de Wmo-consulent hebben gehad, maar wat niet heeft geleid tot een maatwerkvoorziening. De vraag is dan of die inwoners zich toch goed geholpen voelen.

Cliënt onderzoeksmoe
Andere redenen om niet mee te doen aan het landelijk verplichte onderzoek zijn de onderzoeksmoeheid onder inwoners/cliënten en de onduidelijkheid wat er met de opgehaalde gegevens gebeurt. De publicatie ervan op de website Waarstaatjegemeente.nl trekt Briels niet over de streep. ‘Welke burger leest die nou?’, zegt hij. En de gemeente zelf is er ook weinig mee geholpen, omdat de cijfers lastig te duiden zijn.

Ondermijning
In een brief verzoekt Laarbeek het ministerie de verplichting en de onderliggende doelstelling nog een keer kritisch tegen het licht te houden. ‘Op deze manier draagt het niet bij aan de gewenste kwaliteitsverbetering van de dienstverlening.’ In een reactie stelt het ministerie dat Laarbeek zich niet aan de wet houdt en de landelijke benchmark ondermijnt, maar ‘om eenmalig’ geen gevolgen te verbinden aan het verzuim.

Verantwoording beleid
Burgers die als cliënt te maken hebben gehad met een voorziening in het kader van de Jeugdwet of de Wmo 2015 kunnen volgens het ministerie als geen ander aangeven hoe die voorziening voor hen heeft uitgepakt in de praktijk. ‘Het is dan ook belangrijk dat gemeenten onderzoek doen naar cliëntervaringen, onder andere voor de horizontale verantwoording over het gevoerde beleid. Gemeenten zijn wettelijk verplicht dergelijke cliëntervaringsonderzoeken uit te voeren. De uitkomsten daarvan kunnen worden betrokken bij het verbeteren en de uitvoering van het beleid en daarmee het realiseren van de beoogde effecten van het beleid’, aldus VWS. Het ministerie heeft wethouder Briels uitgenodigd ‘om mee te denken over de doorontwikkeling van het cliëntervaringsonderzoek.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Henk donker (lid adviesraad sociaal domein Houten) op
Helemaal mee eens. De vragen zijn van een dermate slechte kwaliteit, dat ze geen waardevolle info geven. Het dient alleen de ego van de centrale overheid. Daarnaast krijgt men het merendeel van de enquêtes van gezagsgetrouwe oudere mensen, die minde kritisch zijn. Het is beslist geen juiste steekproef.
Door Zwaantje (Kadermedewerker WMO gemeente) op
Ik herken het dilemma van Laarbeek. De wettelijke verplichting onderzoek te doen naar de klanttevredenheid is ingevuld als een verplichting om 10 vragen te laten beantwoorden. De uitkomsten helpen je niet om de uitvoering verder te verbeteren. Als gemeente kan je de vragen uitbreiden en andere methoden toevoegen, maar eigenlijk zou je de volgorde van de vragen niet mogen veranderen. Gevolg is dat het erg onlogisch wordt voor degene die de vragen invult. Ook is opgelegd dat de vragen schriftelijk worden gesteld, wij kiezen voor telefonisch als 1e keus met de mogelijkheid om ook schriftelijk mee te doen. Dan kan de vraag en de bedoeling achter de vraag tenminste toegelicht worden.
Door Gerrit (Betrokkene) op
Laarbeek heeft gelijk: ik heb nog nooit zo'n onzinnige en nietszeggende enquete gezien. Mijn WMO ervaringen kon ik er in ieder geval niet in kwijt. Verspilling van tijd en energie.