of 58959 LinkedIn

Kritisch rapport rekenkamer op Hilversums re-integratiebeleid

Hilversum doet het op het gebied van re-integratie gemiddeld slechter dan andere gemeenten. Bovendien worden resultaten niet goed gemeten. Dat vindt de plaatselijke rekenkamer.

De gemeente Hilversum houdt niet goed in de gaten of het gevoerde re-integratiebeleid wel effectief is. Dat concludeert de rekenkamer Hilversum in een ‘nazorgonderzoek’ waarin kritiek wordt geuit op het feit dat de gemeente geen concrete en meetbare indicatoren meer gebruikt. Sowieso doet Hilversum het op het gebied van re-integratie gemiddeld slechter dan andere gemeenten.

Meetbaar
Het onderzoek volgt op een rapport uit 2009 waarin ook al gezegd werd doelstellingen in de begroting en beleidsplannen concreet en meetbaar te maken en de doelen van re-integratie goed te benoemen. De rekenkamer concludeert nu dat er een ‘substantiële verbeterslag’ is gemaakt. Toch zijn er nog enkele belangrijke knelpunten. 
Zo zijn de indicatoren de afgelopen jaren veranderd, waardoor monitoring niet goed mogelijk is. Daarnaast is het vaak onduidelijk hoe de beoogde doelen van verschillende projecten bijdragen aan het  realiseren van de grotere doelen. Vanaf dit jaar worden bovendien helemaal geen indicatoren meer opgenomen in de begroting. Volgens de rekenkamer leidt dit ertoe dat de effectiviteit van het re-integratiebeleid niet goed kan worden gemonitord en bijgestuurd.

Overschot op budget 

Hilversum heeft sinds 2012 weliswaar een overschot op het inkomensdeel van het budget, maar dat komt niet doordat het beleid zo effectief is, aldus de rekenkamer. Want Hilversum vordert minder terug dan gemiddeld en Hilversumse bijstandsgerechtigden werken ook minder, waardoor er meer uitkeringen dan gemiddeld moeten worden uitgekeerd. Voor wordt er minder geld teruggehaald door handhaving en fraudeopsporing. De reden voor het overschot moet daarom in de gestegen budgetten worden gezocht.


Gemeenteraad
Het college in Hilversum wil meer op ‘zachte’ indicatoren sturen - zoals kwaliteiten van alle medewerkers - in plaats van ‘harde’ indicatoren als uitstroom naar werk of ontwikkeling van het klantenbestand. De rekenkamer adviseert om de raad hierin ‘goed mee te nemen’ en uit te leggen wat de meerwaarde hiervan is. Daarnaast beveelt de rekenkamer aan om ook gebruik te (blijven) maken van een set van meetinstrumenten die een objectief beeld geven van de mate waarin doestellingen zijn gerealiseerd. Tot slot is de rekenkamer ook kritisch op de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Die komt niet goed uit de verf. Reden hiervoor is dat het beleidsdossier ingewikkeld is en dat de raad een informatieachterstand ten opzichte van het college heeft. De informatievoorziening moet dus beter en ook moet gericht gewerkt worden aan het bevorderen van de deskundigheid van raadsleden, meent de rekenkamer.

Inzetten op kwaliteit
Wethouder Arjo Klamer is het voor een deel eens met de kritiek van de rekenkamer. ‘De gemeente doet het niet goed, daar ben ik het wel mee eens’, zegt hij. ‘Maar dit rapport gaat tot 2015 en sindsdien zijn er nieuwe plannen en doelen gemaakt. In het huidige beleid zetten we in op kwaliteit en daarbij zijn mensen heel belangrijk. We kijken naar betrokkenheid en hoe mensen omgaan met werkgevers en kandidaten.’ Volgens Klamer is het ‘meten en weten’ waar de rekenkamer op doelt belangrijk, maar moet je goed kijken naar welke conclusies je trekt. ‘Of je veel mensen aan het werk helpt, is ook afhankelijk van de economie, van geluk en van op welke doelgroep je je richt. Het gevaar van te strikt koersen op succes is dat je je alleen bezighoudt met makkelijk plaatsbare mensen en anderen aan hun lot over laat. Wij zien het juist als een maatschappelijke opdracht om er voor iedereen te zijn. Dus ook voor mensen met beperkingen of mensen die al langer in de bijstand zitten.


Worstelen
De kritiek dat de gemeenteraad niet goed geïnformeerd is, deelt hij. ‘Daar worstel ik mee. Maar tegelijkertijd is het een bekend probleem van een gemeente die in samenwerkingsverbanden zit. Het is lastig de raad mee te nemen met zeven gemeenten, zeven wethouders, zeven groepen ambtenaren en zeven gemeenteraden. Wanneer wordt de raad geïnformeerd, wanneer leg je ze besluiten voor.’ Maar ook als de raad geïnformeerd wordt, blijkt dat er te weinig kennis is over het onderwerp. ‘Het zorgt vaak voor grote verwarring’, vindt Klamer. ‘Wsw, Wajong, nieuwe Wajong, bijstand, beschut, participatie. Het is lastig om te weten wie waarvoor verantwoordelijk is. Maar volgens mij is dat een veel breder probleem dan alleen Hilversum.’ De gemeenten heeft inmiddels een aantal maatregelen genomen om de kennis van raadsleden te vergroten. Er komen beeldvormende sessies en  de organisatie van onder meer beschut werk en het Werkgevers Service Punt verandert.


Pluim
Hilversum krijgt overigens een pluim van de rekenkamer over de manier waarop het gelukt is het beleid integraal en in samenhang met beleid op andere gebieden in het sociaal domein vorm te geven.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Relevante Parlementaire Dossiers