of 59108 LinkedIn

‘Innovatiepot’ moet transformatie jeugd zetje geven

Administratieve lastendruk, liquiditeitsproblemen en de inkoop van hoog specialistische zorg zijn hardnekkige problemen die nu echt moeten worden aangepakt. Dat stelt de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) in haar derde jaarrapportage.

De transformatie van de jeugdhulp komt onvoldoende van de grond. Een tijdelijke ‘innovatiepot’ zou gemeenten en aanbieders een zetje in de goede richting kunnen geven. Administratieve lastendruk, liquiditeitsproblemen en de inkoop van hoog specialistische zorg zijn hardnekkige problemen die nu echt moeten worden aangepakt. Dat stelt de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) in haar derde jaarrapportage.

Hardnekkig

De administratieve lastendruk voor zowel gemeenten als aanbieders is een van de drie hoofdproblemen die echt moeten worden opgelost, stelt TAJ-voorzitter Marjanne Sint in een toelichting op de vanmiddag aan staatssecretaris Van Rijn (VWS) aangeboden rapportage Zorgen voor de jeugd. ‘Die is vooral voor hooggespecialiseerde en bovenregionale aanbieders met veel contractpartijen heel erg hardnekkig. Alle instellingen die veel contractanten hebben, hebben extra personeel moeten aantrekken in de financiële administratie. Dat gaat ten koste van het beschikbare geld voor jeugdhulp.’


Vermijdbaar

De TAJ maakt onderscheid tussen onvermijdbare en vermijdbare administratieve lasten. Die onvermijdbare lasten vloeien voort uit politiek-bestuurlijke keuzes en het simpele feit dat aanbieders met meer partijen (gemeenten) contracten sluiten dan voor de decentralisatie. De vermijdbare administratieve lasten zitten met name in de vele verschillende eisen rondom registratie, contractvoorwaarden en facturatie die gemeenten aan de aanbieders opleggen. Zo wil de ene gemeenten dat er worden geregistreerd per zeven dagen, de andere over een werkweek, weer een andere over vier weken, per maand of per kwartaal.


Eigen sausje

Aan die vermijdbare administratielast moet een einde komen, benadrukt Sint. En dat kan ook. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en jeugdhulpaanbieders hebben een aantal standaarden voor de administratieve processen van gemeenten en jeugdaanbieders ontwikkeld. Daarnaast zijn er drie uitvoeringsvarianten ontwikkeld ten behoeve van het stroomlijnen van inkoopafspraken en de inrichting van administratieve processen. ‘Je ziet echter dat gemeenten, als ze al van die standaarden gebruik maken, er toch hun eigen sausje overheen gieten. Een van onze kernaanbevelingen is dat gemeenten en VNG dit het lopende jaar echt met elkaar gaan regelen. Als het gaat om vermijdbare administratieve laten dan moeten die standaarden worden gehanteerd. Gebeurt dat niet, dan moet het gebruik van de standaarden per 2018 wettelijk verplicht worden gesteld. Als stok achter de deur’, aldus Sint. Ze is er van overtuigd dat er geen kwaadwillendheid aan de kant van de gemeenten zit, maar dat er vaak ‘geen besef is wat de administratieve eisen betekenen voor de aanbieders’.


Liquiditeitsproblemen

De liquiditeitskrapte bij instellingen, en met name bij hoog specialistische jeugdinstellingen wordt een steeds urgenter probleem, constateert de TAJ. ‘In het onderzoek dat wij hebben laten uitvoeren en op grond van onze gesprekken die we in het land hebben gevoerd, zien we dat ongeveer een vijfde van de (hoog)specialistische jeugdhulpaanbieders verwacht dit jaar nog een acuut liquiditeitstekort te krijgen’, aldus Sint. Geen of onvoldoende bevoorschotting door gemeenten en moeizame facturering zijn daar mede debet aan, al ligt ook een deel van het probleem bij de aanbieders zelf. ‘Soms hebben aanbieders onvoldoende zicht op de eigen kostprijzen en hebben daardoor tarieven afgesproken die niet kostendekkend zijn.’ Voorheen hadden de instellingen een subsidierelatie. ‘De grote brokken van de uitgaven wist je (als instelling, red) dan wel, maar je hoefde de kostprijs niet tot op productniveau te weten.’


Uitbetaling achteraf

De belangrijkste oorzaak van de liquiditeitsproblemen is de omschakeling van gemeenten voor dit type aanbieder van bevoorschotting vooraf, naar uitbetaling achteraf. Sint: ‘Dit betekent dat de instelling het (dure) traject zelf moet voorschieten. Als je dat al jaren bent gewend, is dat geen probleem. Maar dat is hier niet het geval en je ziet dat instellingen in hoog tempo hun reserves hebben moeten aanspreken.’ De tweede reden van de liquiditeitsproblemen ligt bij de uitbetaling van facturen door gemeenten. Rekeningen worden niet betaald als op onderdelen van de facturen fouten of onvolkomenheden worden geconstateerd. Die moeten eerst worden hersteld, voor dat gemeenten tot uitbetaling van de factuur overgaan. Gemeenten betalen verder rekeningen weliswaar altijd, maar niet altijd op tijd. ‘Hier moet een oplossing voor worden gevonden, want anders vallen instellingen om en kan geen zorg meer worden geboden’, benadrukt Sint.


Aan bel trekken

De meeste ‘hulpvragen’ die de TAJ het afgelopen jaar op haar bordje kreeg, gingen over liquiditeitsproblemen. De TAJ kan het ministerie van VWS adviseren om de nood te ledigen, tot dat de instelling weer uit de gevarenzone is. Dat geld moet worden terugbetaald. Ook voor het lopende jaar verwacht Sint dat hier de meeste hulpvragen over zullen binnenkomen. De TAJ adviseert instellingen die in problemen (dreigen) te komen vooral ook bij gemeenten zelf aan te kloppen. ‘Die hebben vaak geen weet van wat er speelt, maar kunnen wel helpen als er onvolkomenheden in een factuur zitten. Gemeenten zouden bijvoorbeeld alvast 75 procent van de betwiste factuur kunnen betalen en de overige 25 procent als de administratieve fouten zijn hersteld. Er zijn wel oplossingen, maar onze ervaring is ook dat instellingen vaak te lang wachten met het melden van een probleem. Ons advies: trek eerder aan de bel.’


Koude sanering

De TAJ waarschuwt ten derde voor een ongeplande en koude sanering binnen de hoog-specialistische jeugdhulp. Door de combinatie van groeiende liquiditeitsproblemen, hoge uitvoeringslasten en herpositionering door de instellingen is de kans aanwezig dat instellingen stoppen met de (hoog) specialistische jeugdhulp, waardoor sommige regio’s straks noodzakelijke voorzieningen ontberen. Gemeenten, de VNG en bracheorganisaties moeten de koppen bij elkaar steken en in kaart brengen hoeveel capaciteit er de komende vijf jaar nodig is en hoe die over het land verspreid moet zijn, adviseert de TAJ. ‘Het duurt nog wel even voordat vroege interventies er echt toe leiden dat het beroep op gesloten jeugdhulp afneemt én er blijft altijd een groep kinderen over die dat soort hulp nodig houdt. Wij zeggen: zie dit onder ogen, het speelt nu nog niet, maar we zien wel signalen in die richting.’  


Financiële armslag

De innovatie en transformatie van de jeugdhulp komt nog onvoldoende van de grond, constateert de TAJ verder in haar rapportage. De belangrijkste reden daarvoor is volgens Sint dat het tempo van de door het rijk opgelegde bezuinigingen niet in de pas loopt met het tempo waarin de baten van de vernieuwing van de jeugdhulp kunnen worden geïncasseerd. ‘Je hebt financiële ruimte en armslag nodig om die transformatie te kunnen beginnen.’ De TAJ pleit dan ook voor een tijdelijke ‘innovatiepot’ om gemeenten en aanbieders een zetje in de rug te geven. Dat hoeft geen nieuw geld te zijn, stelt Sint. Van het budget van 200 miljoen euro dat de TAJ als werkkapitaal meekreeg, is nog zo’n 122 miljoen euro over. Van groot belang is ook kennisuitwisseling, zodat gemeenten en aanbieders kunnen leren van aanpakken elders. VNG, rijk en brancheorganisaties zouden dat in de ogen van de TAJ moeten faciliteren. ‘Regelrust’ is eveneens cruciaal om het proces van transformatie niet te verstoren. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Ries Oonk op
Heel treurig dat aanbieders alleen met geld te motiveren zijn om innovaties door te voeren. Geld is niet het probleem, maar houding en gedrag. Aanbieders kunnen per direct in het belang van kinderen beter samenwerken, gebruik maken van alle kennis en kunde die bij gemeenten aanwezig voor een echt systeemgerichte aanpak op gezinnen en aan de slag gaan met alle onderzoeken die in de afgelopen jaren zijn verschenen. Kost niets. Behalve marktaandeel, waardoor het waarschijnlijk niet zal gebeuren.