of 58959 LinkedIn

‘Gemeenten zijn erg aanspreekbaar op belangen kind’

Het is positief dat gemeenten bij de inkoop jeugdzorg voor 2016 minder externe inkopers hebben ingehuurd, maar dat meer ambtenaren zelf het gesprek zijn aangegaan. Dat stelt Marjanna Sint, voorzitter van de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) in een interview met Binnenlands Bestuur.

Gemeenten moeten meerjarige contracten jeugdzorg gaan afsluiten. Dat is ook dit jaar niet gebeurd, waardoor de broodnodige veranderingen in de jeugdzorg uitblijven. ‘Ga de dialoog met elkaar aan en stel daarbij de inhoud voorop’, bepleit Marjanne Sint, voorzitter van de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) in een interview met Binnenlands Bestuur. Ze heeft de indruk dat gemeenten met hun (gekorte) budgetten uitkomen en dat instellingen niet worden afgeknepen.

Expertise

Hoewel de contractering jeugdhulp voor 2016 minder hectisch is verlopen dan die voor het eerste transitiejaar, kan en moet het nog beter, vindt Sint. ‘In veel gevallen zijn de contracten toch nog vlak voor of zelfs vlak na de jaarwisseling getekend. En het zijn veelal weer eenjarige contracten. Dat geeft veel onzekerheid voor aanbieders, maar ook voor gemeenten. Als er onzekerheid is over de bedrijfsvoering, is er bij instellingen weinig ruimte om na te denken, laat staan te investeren in vernieuwing. Meerjarige contracten bieden gemeenten de zekerheid dat expertise en capaciteit beschikbaar blijft.’ Positief vindt ze dat gemeenten bij de inkoop voor 2016 minder externe inkopers hebben ingehuurd, maar dat meer ambtenaren zelf het gesprek zijn aangegaan. ‘Het is belangrijk om elkaar in de ogen aan te kijken.’ Ze ziet, tot haar tevredenheid, een verschuiving naar bestuurlijk aanbesteden, ‘want die is op dialoog gebaseerd’. Voor de inkoop voor na 2016, pleit de TAJ voor van twee- tot driejarige contracten, die bij voorkeur in het derde kwartaal worden getekend.

 

Administratieve lastendruk

Landelijk gezien zijn er grote verschillen in vernieuwingsdrift van de jeugdhulp, maar over de hele linie genomen constateert de TAJ - in de eerder deze week gepresenteerde tweede voortgangsrapportage - dat de transformatie in de kinderschoenen staat. ‘We bedoelen dat niet verwijtend. Het stelsel is natuurlijk pas een jaar oud.’ Naast kortdurende contractering, is ‘gerommel’ in de 42 jeugdzorgregio’s daar mede debet aan. De geografische en bestuurlijke oriëntatie van de in 2014 gevormde 42 regio’s blijkt niet in alle gevallen logisch te zijn en goed uit te pakken. Sint: ‘Soms is simpelweg sprake van voortschrijdend inzicht; in een aantal gevallen weken gemeenten zich los van de dominantie van de grote stad.’ Niet altijd handig voor aanbieders, die met nog meer partijen contracten moeten afsluiten en verantwoording moeten afleggen. ‘We maken ons zorgen over die administratieve lastendruk. We ‘hoopten’ dat het een opstartprobleem zou zijn; we moeten er voor waken dat het geen structurele lastenverzwaring wordt. Een aanbieder vertelde me dat hij met 79 gemeenten zaken doet, die elk een accountantsverklaring eisen, à 2.500 euro. Dat geld kan niet aan zorg worden besteed. Wij zeggen: standaardiseer waar mogelijk en differentieer waar nodig.’

 

Gespecialiseerde zorg

Zorgen zijn er over de bovenregionale en landelijke aanbieders die tweede- en derdelijns zorg leveren. Zij zien zich geconfronteerd met teruglopend volume; minder jongeren worden naar hen doorverwezen. Aan een kant een logisch gevolg van de transitie, waar de hulp zo veel mogelijk dichtbij huis moet worden geleverd en zoveel mogelijk op preventie of nulde- en eerstelijnszorg wordt ingezet. De beschikbaarheid van gespecialiseerde zorg moet er wel blijven. Daarom pleit de TAJ voor het opstellen van een transformatieplan per regio. ‘Elke regio moet met elkaar in kaart brengen wat voor type specialistische hulp en in welke omvang nodig is, en dus overeind moet blijven. Die regio’s moeten vervolgens contracten sluiten met de bovenregionaal georganiseerde instellingen. Essentiele functies, complexe specialistische hulp, moeten worden geborgd. Gemeenten hebben immers wel een zorgplicht’, benadrukt Sint. Wel staat als paal boven water dat er per saldo minder hulp dan voorheen zal worden ingekocht. ‘Deze instellingen moeten zich dus aanpassen en waarschijnlijk capaciteit afbouwen.’ Op termijn zou het, landelijk, om een afbouw van 30 procent gaan. Het opstellen van die transformatieplannen, die overigens niet verplicht zijn, wordt dit jaar een flinke kluif voor gemeenten, erkent Sint. Zeker in regio’s ‘waar men elkaar weer eerst moet zien te vinden’.

 

Budgetkorting

Grote zorgen had de TAJ vorig jaar over de budgetkortingen op de jeugdzorg; komen gemeenten wel uit met hun budget en krijgen instellingen nog wel fatsoenlijke tarieven. ‘Er is geen sprake van een race to the bottom en we hebben de indruk dat gemeenten redelijk uitkomen met hun budget. We horen overal een klein minnetje en klein plusje, incidentele uitschieters daargelaten ’, concludeert Sint. De TAJ heeft het afgelopen jaar de inkoopcontracten bestudeerd en een groot onderzoek gedaan naar de tarieven die voor de verschillende vormen van jeugdzorg worden betaald. ‘In het algemeen zien we dat de kortingen op die tarieven wel meevallen. Bij sommige vormen gaat het om een tariefsverlaging van tien tot vijftien procent; dat is best behoorlijk, zeker als dat tegelijkertijd gepaard gaat met afname in volume. Het p maal q-effect (prijs maar hoeveelheid, red) is voor instellingen het belangrijkste.’ Maar zo erg als bij onder meer de prijzenslag rondom de huishoudelijke hulp is het niet, stelt Sint. ‘Gemeenten zijn heel erg aanspreekbaar op de belangen van het kind.’

 

Bandbreedte

De TAJ heeft zicht op de bandbreedte waarbinnen de tarieven voor jeugdhulp zich bewegen. ‘We maken geen laagste tarieven bekend, want dan gaat iedereen daar naartoe, maar we willen gemeenten desgevraagd wel aangeven of ze met hun tarieven aan de hoge of lage kant zitten. Maar dan nog, zeg ik altijd tegen gemeenten, het is aan jullie om te bepalen of een instelling zoveel toegevoegde waarde levert dat je daar extra geld voor over hebt. Dat kan ik niet beoordelen.’

 

Matched care

De grote opgaven voor dit jaar liggen wat Sint betreft op de transformatieplannen voor de bovenregionale specialistische jeugdhulp, de administratieve lastenverlichting en de transformatie. ‘We moeten van stepped care naar matched care gaan. Dat moet komend jaar weer dichterbij komen; daar gaat het uiteindelijk om.’

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Annemiek (ICmedewerker) op
Vage flauwekul. De praktijk is hetzelfde als bij de zorgvoorzieningen voor chronisch zieken en ouderen: probleem over de schutting, het geld bij de gemeenten.
Door loekoek (vm. jur.medew.gsd) op
‘In veel gevallen zijn de contracten toch nog vlak voor of zelfs vlak na de jaarwisseling getekend. ==De kleutertijd is nog niet vergeten. Men blijft tekeningen inleveren in plaats van ondertekende contracten.=‘Gemeenten zijn heel erg aanspreekbaar op de belangen van het kind.’. = Je bent aanspreekbaar of niet. Heel erg is bladvulling. Kretologie in het kader van de diverse aannames in het verhaal m.b.t. o.a. het budget en het niet afknijpen. Maar wanneer ik heel erg of zeer belangrijk lees dan kruipen er kriebels over de rug. Het gaat om de inhoud en niet om de verpakking van het Sinterklaas kado.

Relevante Parlementaire Dossiers