of 59045 LinkedIn

Geen ‘one size fits all’ beleid voor participatie bij zorgtaken

80 procent van de bevolking wil wel wat doen, maar slechts 18 procent wil intensieve zorgtaken vervullen.

Gemeenten die hun bevolking willen aansporen tot het uitvoeren van zorgtaken voor buren en familie, moeten niet zoeken naar één passend beleid. Dat concludeert TNS NIPO in haar Zorgmonitor. Er zitten grote verschillen in de bereidheid iets voor een ander te doen.

Veel kanttekeningen
Om positief te beginnen: 80 procent van de volwassen Nederlanders wil wel wat doen voor een ander of doet dat al. Een sterke bereidheid tot het helpen van de medemens, concludeert TNS NIPO. ‘Dat is best veel’, vindt ook onderzoeker Job van den Berg. ‘Maar er worden wel veel kanttekeningen geplaatst bij wát mensen dan willen doen.’


Intensieve zorg
Veel mensen willen best eens boodschappen doen voor de buurvrouw of voor een familielid. Of helpen met het vervoer van iets of iemand. Praktische taken dus. Maar om te helpen met intensieve zorg, zoals medicijnen toedienen, aankleden of het verlenen van geestelijke bijstand dan neemt de bereidheid heel snel af. Tot dat laatste is slechts 18 procent bereid. Van den Berg: ‘Bovendien zijn mensen veel sneller bereid iets voor hun familie te doen dan voor een buurvrouw of een kennis.’

Chronisch zieken vaker bereid te helpen
Voor het onderzoek werd de bevolking in vier groepen ingedeeld: armere actieven, welgestelde actieven, welgestelde passieven en armere passieven. Zowel voor arm als rijk geldt dat de actieven - mensen met een groot sociaal netwerk – bereid zijn tot het helpen van anderen. ‘De actieve armere wonen vaak in oude arbeiderswijken waar veel sociale contacten zijn en mensen nog vaak naar elkaar omkijken’, aldus Van den Berg. Binnen deze groep zitten relatief meer chronisch zieken, wat leidt tot de uitkomst dat juist chronisch zieken vaker bereid zijn anderen te helpen dan niet-chronisch zieken. De actieve welgestelden zijn vooral gezinnen met veel contacten. Die willen wel helpen, maar hebben vaak een tijdsprobleem.


Opleiding en training
Om de groep actieve armeren te ondersteunen zouden gemeenten moeten inzetten op opleiding en trainingen. Want vaak willen deze mensen wel extra helpen, maar weten ze niet precies wat ze kunnen doen en hoe ze het moeten doen. ‘Die onzekerheid kunnen gemeenten wegnemen met hulp, trainingen. Dan ligt er in die groep een groot potentieel.’ Voor de groep bij wie tijd een probleem is, ligt dat wat lastiger. Maar het is goed als gemeenten zich realiseren dat er bij deze mensen wel een bereidheid is.


Meer met eigen behoefte bezig
De groep van 20 procent die niet bereid is buren of familie te helpen, bestaat voor de helft uit passieve welgestelden. Mensen met een goede baan die waarde hechten aan hun carrière. Van den Berg: ‘Deze groep is meer met zijn eigen behoefte bezig dan met die van anderen. Ze gaan liever met hun vrienden iets leuks doen dan dat ze zorgtaken uitvoeren. Ze hebben andere normen en waarden op dat gebied. Tegelijkertijd zijn ze wel bereid meer te betalen en zij kunnen dat financieel ook. Het is goed als gemeenten zich dat realiseren, want deze groep wil dus wel een bijdrage leveren, maar een andere.’


Hulp van gemeente nodig
Punt van zorg is de groep passieve armeren. Zij hebben weinig sociale contacten en weinig geld. ‘Het is de groep die niet zoveel kan met de participatiemaatschappij. Ze hebben de overheid, de gemeente juist nodig. Ze hebben weinig contacten, zijn niet bereid te helpen. Maar als ze zelf hulp nodig hebben, kunnen ze ook op niemand terugvallen. Gemeenten moeten zich dit goed realiseren en erop letten dat juist deze groep extra zorg en aandacht nodig heeft. Anders redden ze het niet.

Voorstanders kabinetsbeleid, minst bereid
Een opvallende conclusie is volgens Van den Berg dat de voorstanders van het kabinetsbeleid vaak te vinden zijn onder de groep passieve welgestelden, de groep die het minst bereid is zelf de handen uit de mouwen te steken. ‘Daar zitten ook de meeste VVD-stemmers’. De groep waar de weerstand tegen het kabinetsbeleid groot is, onder de armeren, is veel vaker bereid buren of familie te helpen. ‘Dat komt niet altijd voort uit het kabinetsbeleid, maar meer uit de morele verplichting die mensen voelen om elkaar te helpen.’

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jan op
@Henk. Ik zou het niet beter kunnen zeggen! Liberaal betekent niet meer dan: zoek het zelf maar uit, ik doe niks. Nog vele jaren zulllen we te lijden hebben onder de gevolgen van dit kabinet van liberalen en neo-liberalen en hun vazallen. Gelukkig komen er weer verkiezingen aan.
Door Henk op
De meerderheid die heeft besloten dat familie en buren de zorg maar moet over nemen, is zelf niet bereid iets te doen voor een ander. Zo is deze groep ook rijk / welgesteld geworden..... Ten koste van anderen!