of 59045 LinkedIn

Financiële onzekerheid gemeenten over sociaal domein

Eventuele overschotten op de Wmo, Jeugdzorg en Participatiewet reserveren gemeenten zo veel mogelijk voor het sociaal domein. Gebrek aan inzicht over de effecten van beleid en onzekerheid over de ontwikkeling en kosten in zorggebruik spelen gemeenten parten. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Het verhaal achter onder-en overbesteding in het sociaal domein 2015’ dat op initiatief van het Netwerk Directeuren Sociaal Domein (NDSD) is uitgevoerd door Significant.

Eventuele overschotten op de Wmo, Jeugdzorg en Participatiewet reserveren gemeenten zo veel mogelijk voor het sociaal domein. Gemeenten hebben geen (grootschalige) signalen ontvangen dat burgers geen zorg hebben ontvangen of dat er sprake is van toenemende zorgmijding. Gebrek aan inzicht over de effecten van beleid en onzekerheid over de ontwikkeling en kosten in zorggebruik spelen gemeenten parten.  

Onderzoek

Dat zijn enkele conclusies uit het onderzoek ‘Het verhaal achteronder-en overbesteding in het sociaal domein 2015’ dat op initiatief van het Netwerk Directeuren Sociaal Domein (NDSD) is uitgevoerd door Significant. Doel van het onderzoek – onder dertien gemeenten – was inzicht te krijgen in de wijze waarop gemeenten sinds de decentralisaties zijn omgegaan met de financiële kaders, (financiële) sturing en financiële realisatie in het sociaal domein (jeugd, zorg en werk). De focus lag op de Wmo en de Jeugdwet.

 

Niet structureel

Gemeenten verwachten niet dat de overschotten (bedragen worden in het onderzoek niet genoemd) structureel zullen zijn. ‘Het zal balanceren worden om enerzijds de lagere rijksbudgetten op te kunnen vangen en anderzijds de tijd en middelen beschikbaar te maken voor innovatie en transformatie’, aldus het onderzoeksrapport van Significant. De komende jaren worden verdere kortingen op de rijksbudgetten voor de Wmo, Jeugdzorg en Participatiewet doorgevoerd. Vorig jaar kregen gemeenten in totaal 10,2 miljard; dat wordt geleidelijk aan afgebouwd naar 9,3 miljard (2020). Investeringen zijn onder meer nodig in ict-voorzieningen, geven gemeenten aan. Nog lang niet alle processen zijn goed ingericht en geautomatiseerd. Dat is wel nodig om de uitvoeringslasten te verminderen en een betere beleidsinformatie te verkrijgen, zodat op de door gemeenten geformuleerde doelstellingen kan worden gestuurd. ‘Gemeenten geven aan ruimte, tijd en rust nodig te hebben voor doorontwikkeling in het sociaal domein. Ze voorzien dat het enige tijd zal duren voordat alle beoogde veranderingen zijn gerealiseerd en sprake is van een stabiel sociaal domein’, aldus de onderzoekers.

 

Onderbesteding

Keiharde oorzaken voor onderbesteding kunnen gemeenten niet aangeven. Het al te voorzichtig begroten en het op voorhand toevoegen van extra eigen middelen wordt als een (mogelijke) reden van onderbesteding aangegeven. Vooraf vastgestelde budgetten hebben aanbieders daarnaast wellicht geprikkeld efficiënter te werken. Herindicaties die tot lagere beschikkingen of andere oplossingen leiden en de eigen bijdrage die zorgen voor minder vraag naar professionele ondersteuning worden ook als mogelijke redenen genoemd. Gemeenten geven aan dat de overschotten naar verwachting zullen worden gebruikt voor het opvangen van de nog komende kortingen op het rijksbudget en/of investeringen in innovatie of transformatie.

 

Tekorten

Te lage rijksbudgetten wordt door gemeenten als een van de redenen genoemd als sprake is van een tekort. Het extra inkopen van zorgvormen waarvoor te weinig was ingekocht en verwijzing naar jeugdhulp door de huisarts worden eveneens genoemd. Het late op gang komen van de Wmo-herindicatie hebben gemeenten ook (financiële) parten gespeeld.

 

Blijvende onzekerheid

Niet alleen onzekerheid over de ontwikkeling in zorggebruik en de daarmee gepaard gaande kosten, maar ook het ontbreken van informatie over de effecten van het in 2015 in gang gezette beleid maken het dat gemeenten nog steeds veel onzekerheden ervaren. Vinden hulpbehoevenden wel de weg naar het gemeentelijk loket, moeten de bezuinigingen rondom de huishoudelijke hulp worden teruggedraaid, leidt de uitvoeringsproblematiek rond de pgb’s tot hogere kosten voor gemeenten en wat is het effect van de eigen bijdragen op het zorggebruik zijn vragen die daarbij worden gesteld.

 

Sturing lastig

Sturing was vorig jaar door onder meer het ontbreken van facturen, met name voor de jeugdzorg, erg lastig. Het declaratieproces kwam laat op gang. Slecht of niet-werkende ict-systemen waren hier mede debet aan. De problemen rondom de SVB met de pgb’s hebben gemeenten zoals bekend eveneens parten gespeeld. Bevoorschotting bij de jeugdhulp heeft geleid tot vertraagd declareren. ‘Er was op zijn best sprake van bijsturen in plaats van sturen’, zo stellen de onderzoekers. Om in control te komen, ondernemen gemeenten diverse acties, zoals het voeren van kwartaalgesprekken met aanbieders en het opvragen van periodieke overzichten van aanbieders over de gerealiseerde zorg en ondersteuning. Gemeenten geven aan de sturingsmogelijkheden dit jaar verder te verbeteren. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door collega op
Eigenlijk heb ik grote bewondering voor hoe gemeenten de gigantische taak van de Decentralisaties hebben opgepakt:
De begroting is met bijna 50% toegenomen, het werk is totaal veranderd en vernieuwd en toch zijn er geen ongelukken gebeurd, is de zorg op operationeel niveau in ieder geval heel acceptabel geweest en is het vooruitzicht dat ook de komende rijksbezuinigingen opgevangen kunnen worden.
Chapeau!

Relevante Parlementaire Dossiers