of 59250 LinkedIn

Het wettelijk geüniformeerde maatregelenbeleid op de snijtafel

Met beide wetswijzigingen beoogde de wetgever een strenger bestraffend beleid. Het strengere boetestelsel is echter al gesneuveld en is inmiddels door de wetgever bijgesteld. En recent ging ook een fileermes door het geüniformeerde maatregelenbeleid.


Delictsomschrijving te globaal?

De sancties in het geüniformeerde maatregelenbeleid zijn gekoppeld aan een globale delictsomschrijving. Zo zegt de wet bijvoorbeeld dat iemand bereid moet zijn “om te reizen over een afstand met een totale reisduur van 3 uur per dag, indien dat noodzakelijk is voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid”. Het maakt in die omschrijving niet uit of de niet-bereidheid handelt over bijna 3 uur of over een halfuur. De wetgever koppelt daar in alle gevallen een sanctie aan van ten minste 1 maand 100%, eventueel gespreid over 3 maanden.


Hoe kijkt de rechter hiernaar?

We zagen de rechtbanken hier al aardig mee worstelen. Want de rechtspraak ging vóór de invoering van het geüniformeerde maatregelenbeleid uit van het principe dat gemeentelijk maatregelenbeleid proportioneel is. Het wettelijk geüniformeerde maatregelenbeleid lijkt in zijn uitwerking echter disproportioneel, omdat het weinig ruimte biedt voor

  • gradatie naar ernst van het feit;
  • het uiteindelijk effect op de uitkering; en
  • bijkomende omstandigheden.

 

De Rechtbank Overijssel zocht een oplossing in een verondersteld punitief karakter dat ertoe leidt dat een sanctie op grond van internationaal recht moet zijn afgestemd op de ernst van de overtreding (ECLI:NL:RBOVE:2017:4730). De Centrale Raad van Beroep houdt echter vast aan een niet-bestraffend karakter (ECLI:NL:CRVB:2017:914). De oplossingsrichting die ontstaat, is een passage in een andere uitspraak van de CRvB ( ECLI:NL:CRVB:2017:3672). Daarin concludeert de CRvB dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het begrip ‘dringende redenen’ in het 10e lid van artikel 18 van de Participatiewet zich niet beperkt tot de onaanvaardbaarheid van de gevolgen die een maatregel heeft voor de betrokkene, gelet op diens persoonlijke omstandigheden. Dit begrip is hier volgens de CRvB ruimer dan op andere plaatsen in de Participatiewet. Het begrip omvat hier namelijk ook een beoordeling van de omstandigheden, de mogelijkheden en van de middelen van betrokkene. Het college heeft dus beoordelingsvrijheid ten aanzien van de vraag of er – gelet op bijzondere omstandigheden – sprake is van dringende redenen.


Gevolgen voor het gemeentelijk beleid

De rechter dwingt in deze passage dus af dat gemeenten in de afweging de omstandigheden, de mogelijkheden en middelen van betrokkene moeten meenemen. Dat geeft aan gemeenten ruimte om hier beleid voor te maken en daarin ernstig van minder ernstig te onderscheiden. Bijvoorbeeld in:

  • de omvang van de arbeid die niet is behouden. Gaat het om een kortdurend part-timebaantje? Dan zal de nu voorgeschreven 100% verlaging van een maand snel onhoudbaar blijken bij een rechterlijke toetsing;
  • de feitelijke mogelijkheid (ook financieel) om op grote afstand van de woonplaats te solliciteren;
  • de ontbrekende bereidheid tot verhuizing bij een nieuwe baan;
    • waarmee alleen een inkomen op bijstandsniveau kan worden verdiend en er geen verhuiskostenvergoeding wordt gegeven of een baan op 150% van het minimumloon;
    • van slechts 14 maanden of een vaste baan.

 

Dit lijstje is gemakkelijk langer te maken met afwegingsfactoren. Vooral voor grotere gemeenten zal een noodzaak ontstaan om de hier ontstane beoordelingsvrijheid in beleidsregels nader vorm te geven.


Leermateriaal voor de wetgever

Een genuanceerdere uitvoering van het geüniformeerde maatregelenbeleid kan ook mooi leermateriaal vormen voor de wetgever. Die werd naast de ontwikkelingen in de rechtspraak geconfronteerd met recente wetenschappelijke pleidooien waarin gesteld wordt dat een zachte hand effectiever is. Maar ook met een rapport van de Inspectie SZW. Die rapporteerde dat veel gemeenten niet alle arbeidsverplichtingen opleggen en de naleving hiervan niet handhaven. De Inspectie tekent hierbij aan dat het – gezien de stellige overtuiging die bij die gemeenten werd aangetroffen over de zwaarte van de sancties – maar zeer de vraag is of zij hun uitvoering zullen aanpassen. De Inspectie geeft in overweging de wet op dit punt nader te bezien. Ook voor de wetgever lijkt er dus werk aan de winkel.

 

Wilt u meer kennis en inzicht over de Participatiewet?

Raadpleeg Inzicht sociaal domein

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingStimulansz
Kon. Wilhelminalaan 5
3527 LA Utrecht
030 298 28 00
www.stimulansz.nl
info@stimulansz.nl

Meer nieuws

Whitepapers

Afbeelding

Bloggers