of 59232 LinkedIn

Alternatieve troonrede sociaal domein

Alternatieve troonrede sociaal domein. De wetgeving in het sociaal domein gaat ons allemaal aan!
Reageer

Leden van de Staten-Generaal

 

Ik zou liever willen zeggen: beste allemaal! Dit omdat ik van mening ben dat de wetgeving in het sociaal domein ons allemaal aangaat. Ook al hoeft u persoonlijk (gelukkig) geen beroep op één van deze wetten te doen, misschien is er een familielid of vriend die dit wel moet doen. Of misschien bent u wel bij het sociaal domein betrokken als professional.

Gemeenten zijn nu 2 jaar bezig met het vormgeven van beleid en de uitvoering van de decentralisaties. Na de start in 2015 volgde een tijd van zoeken, dingen uitproberen en uitwerken. De ervaring die gemeenten én burgers hebben opgedaan vormen de basis van een nieuwe wet, die ik zo aan u ga uitleggen. Een belangrijk aandachtspunt bij deze nieuwe wet is meer samenhang tussen de verschillende wetten.

 

Wet Sociaal Domein

Hoe mooi zou het zijn om integraal werken een stap verder te brengen? Bijvoorbeeld met een Wet Sociaal Domein (WSD). In deze wet gaat het om het samenbrengen van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheid, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, inkomen, werk en participatie.

 

De nieuwe wet kent een aantal belangrijke uitgangspunten.

  • Preventie en het investeren in basisvoorzieningen voor iedereen krijgen een centrale plaats. Ondersteuning is zonder meer nodig als mensen het niet zelf redden, maar voorkomen dat mensen in die situatie terecht komen is beter.
  • (Zelf)redzaamheid staat voorop. Als mensen zelf in staat zijn (een deel van) de oplossing te vinden binnen het eigen netwerk, dan wordt dat gefaciliteerd. Regie over het eigen leven staat daarbij voorop.
  • Burgers hebben zelf regie over hun gegevens en hoeven die slechts één keer aan te leveren. De professional zoekt vervolgens de informatie die hij écht nodig heeft om deze burger te helpen zelf op. Net als in Estland. Omdat de burger direct ziet wie zijn gegevens heeft bekeken, heeft hij ook daar de regie over zijn privacy. Zelf, of met behulp van een begeleider.
  • De Wet Sociaal Domein wordt in prettig leesbaar Nederlands geschreven. Gemeenten schrijven al hun eigen beleid, inclusief verordeningen, in prettig leesbaar Nederlands (klare taal) zodat burgers zonder hulp van een jurist begrijpen wat er staat.
  • De WSD bestaat uit ‘richtinggevende principes’ en niet uit strakke voorschriften. De wet geeft aan welke effecten belangrijk zijn. Hoe de professional daar komt, hoort tot de beleidsruimte van de gemeente en vakbekwaamheid van de professional.
  • Handhaven gaat over stimuleren en belonen van positief gedrag en over het sanctioneren en stoppen van negatief gedrag.

 


Werk en participatie

Werk en participatie zijn een belangrijk onderdeel van de WSD. De economie trekt aan, maar niet iedereen profiteert daarvan. Mensen met een arbeidsbeperking, vergunninghouders en ouderen vinden nog onvoldoende hun weg naar de arbeidsmarkt. Daarom wordt een aantal maatregelen aangekondigd.

 

Er komt één regeling voor mensen die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. De Wajong, banenafspraakbanen, beschut werk, arbeidsmatige dagbesteding, participatieplaatsen en de tegenprestatie worden hierin samengevoegd. Geen concurrentie meer tussen de doelgroepen! Deze mensen komen in dienst bij een regionaal werkbedrijf (RWB), voor maximaal 100% minimumloon gedurende 3 jaar. Het RWB detacheert mensen of zet ze in hun eigen organisatie aan het werk. De inleenvergoeding wordt vastgesteld op basis van de loonwaarde op basis van één landelijk uniform systeem. Neemt een werkgever een werknemer in dienst na de inleenperiode? Dan wordt hij fiscaal gecompenseerd en beschermd tegen de risico’s van uitval door ziekte (no riskpolis). Werkgevers die vergunninghouders en 55-plussers in dienst nemen hoeven 2 jaar geen fiscale werkgeverslasten te betalen.

 

Inkomen

Het onderdeel dat het inkomen regelt wordt vereenvoudigd. Er komt één regeling voor het inkomen. De Participatiewet, IOAW en IOAZ gaan hierin op. Nu is inkomen vaak nog een apart eiland binnen het sociaal domein, straks krijgt het een plek binnen de WSD.

 

Het begrip inkomen wordt nu in heel veel verschillende wetten anders uitgelegd. Dat is veel te ingewikkeld voor burgers en voor professionals. Daarom telt voor de WSD alleen dat inkomen dat ook de Belastingdienst als inkomen aanmerkt. Daarmee verdwijnt het verschil tussen hoe de oude Participatiewet en de Belastingdienst naar inkomen en loon kijken. Dat sluit beter aan bij de leefwereld van de burger, maakt de uitvoering makkelijker en zorgt voor minder regels. Bovendien kan het tot een hoger inkomen leiden voor mensen in de bijstand.

 

Nibud en SCP stellen al jaren dat de bijstandsuitkering te laag is om alle algemene kosten van te betalen. Sparen voor onvoorziene uitgaven is nauwelijks mogelijk. De hoogte van de uitkering wordt met deze nieuwe wet meer op maat gemaakt, zodat er geen potjes meer nodig zijn om de gaten op te vullen. In de ene regio kunnen de kosten voor levensonderhoud hoger zijn dan in een andere regio (denk aan huur van een woning, of meer of minder kosten voor reizen omdat bepaalde voorzieningen verder weg zijn). En als iemand langer in de uitkering zit dan is het moeilijker om bijvoorbeeld de wasmachine te vervangen als deze stuk gaat. De WSD kent een extra uitkering voor dit soort zaken. Dit is dan bedoeld voor de tekorten als iemand lang in de bijstand zit.

 

Jeugd

Voor jongeren zijn vaak meerdere wetten van toepassing. Dat is lastig, maar de WSD brengt heel veel voorziening bij elkaar in één wet.
Eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht is heel belangrijk in de Jeugdwet. Dit betekent dat professionals vertrouwen moeten hebben in jongeren, hun ouders en het netwerk daaromheen. Maar juist het vertrouwen in de opvoedcapaciteiten van ouders lijkt de afgelopen decennia sterk te zijn afgenomen in onze samenleving. Ouders die afwijken van de norm worden snel bestempeld als slechte opvoeders. Maar zijn het niet de ouders die hun kinderen vaak het beste kennen? In 2018 vraag ik daarom van professionals dat zij meer vertrouwen hebben in jongeren, hun ouders en hun netwerk. Geef meer verantwoordelijkheid uit handen en zet in op het versterken van de eigen kracht en het benutten van het netwerk rondom jongeren. Een goed voorbeeld is de JIM-aanpak, waar door middel van de inzet van een informele mentor uit het netwerk van de jongere uithuisplaatsingen voorkomen worden. Een gewaagde aanpak, maar wel één waar mooie resultaten mee worden geboekt.

 

Tot slot verdwijnt de kunstmatige knip in de wetgeving als jongeren 18 jaar worden. De WSD kent geen leeftijdsgrenzen. Het maakt niet uit of u nog niet geboren bent of de grens van 100 jaar al bent gepasseerd. Iedereen die jeugdhulp nodig heeft, kan deze vanaf nu krijgen. De behoefte van de burger is leidend voor de zorg of ondersteuning die hij krijgt. En als dit betekent dat er jeugdhulp wordt ingezet voor iemand van 30, dan noemen we dat gewoon maatwerk.

 

Cliëntenparticipatie

Het doel van cliëntenparticipatie is dat cliënten zelf gehoord worden over het beleid en uitvoering die hen raken. Gemeenten raken steeds meer overtuigd dat ze beleid en uitvoering kunnen verbeteren door goed te luisteren naar cliënten en cliëntenadviesraden. Omdat cliënten vanuit hun dagelijkse ervaringen waardevolle informatie over de uitvoering kunnen leveren.

 

Het accent van cliëntenadviesraden wordt verlegd van het meedenken over dikke beleidsnota’s naar het beter benutten van de ervaringen van cliënten. Wat vinden gebruikers van de dienstverlening, waar hebben cliënten behoefte aan, wat moet beter en wat leeft er in de wijk of het dorp? Elke cliënt heeft hier verstand van. En elke gemeente heeft er belang bij dat inwoners trots zijn op hun gemeentelijke dienstverlening.

 

Het betrekken van cliënten wordt een verantwoordelijkheid van cliëntenadviesraden en de gemeente samen. Om het effect te bereiken waar beide partijen voordeel bij hebben: oplossingen die voor cliënten echt werken en die hun zelfredzaamheid vergroten.

 

Maatschappelijke ondersteuning

De Wmo zal ook worden ondergebracht in de nieuwe WSD. Hierbij is een aantal speerpunten te noemen. Woont de zorgvrager thuis? Dan krijgt hij zijn voorzieningen vanuit de WSD. Bijvoorbeeld een rolstoel of een scootmobiel. Woont de zorgvrager in een instelling? Dan krijgt hij zijn voorzieningen vanuit de Wlz. Zo is voor iedereen duidelijk wat hij waar kan aanvragen. Alle voorzieningen die een therapeutisch of medisch doel hebben, vallen onder de zorgverzekeringswet.

 

Hulp bij het huishouden blijft als maatwerkvoorziening beschikbaar voor cliënten die niet in staat zijn zelf oplossingen in te zetten of die geen gebruik kunnen maken van een algemene voorziening. Heeft iemand begeleiding nodig (individueel of groep), dan wordt op basis van een landelijke normenset een indicatie afgegeven. Zo is het aantal uren altijd afgestemd op de behoefte en op objectieve normtijden.

 

Wat voor de hele WSD geldt, geldt ook voor de Wmo: eerst zoeken naar oplossingen in de eigen kracht van de cliënt en zijn omgeving. Zelf doen waar het kan, ondersteunen waar het moet!

 

Schuldhulp

De WSD zorgt voor een eenvoudige toegang tot de schuldhulpverlening. Belemmeringen om toegelaten te worden zijn er helemaal niet. Wel is de soort hulp die een cliënt krijgt afhankelijk van de situatie. Dit varieert van hulp bij het ordenen van de administratie het regelen van doorbetalingen van vaste lasten, tot het opzetten en begeleiden van een schuldsaneringstraject. Natuurlijk wordt daarbij goed samengewerkt met de partners in het sociaal domein, want schulden komen zelden alleen. Het toekomstperspectief staat altijd centraal, vooral op de lange termijn. Als een studie bijdraagt aan een beter toekomstperspectief, dan worden de schulden maximaal 5 jaar bevroren tot de studie is afgerond. Dit voorkomt schooluitval, vergroot voor de schuldenaar de kans op een startkwalificatie en levert mogelijk voor de schuldeisers ook nog een grotere afloscapaciteit op. Beter voor de schuldeiser, schuldenaar en de samenleving als geheel. 

 

Natuurlijk wordt de beslagvrije voet altijd gerespecteerd. Er komt één methode om de beslagvrije voet te berekenen en daarvoor is niet van belang of de schuldenaar zelf gegevens aanlevert of niet. Niemand mag een zodanig laag inkomen overhouden dat hij niet in de noodzakelijke kosten kan voorzien.

 

En maakt iemand nieuwe schulden tijdens het traject? Dan wordt het traject niet direct beëindigd. Eerst wordt gekeken of er misschien een ander traject beter past.


 

Tot slot

Een wet volgt de praktijk en loopt zelden voorop. Zelfs al zou de WSD ingevoerd worden, uiteindelijk is het kwestie van mensen die het doen.

Ik zou 2018 het jaar van de ontmoeting willen maken. De ontmoeting tussen de wijkteams en de gemeente. Een kijkje in elkaars keuken. Een les in het spreken van dezelfde taal. Want het is duidelijk dat iedereen hetzelfde doel heeft: cliënten die vanwege beperkingen niet mee kunnen doen, ondersteunen om dat wél te kunnen!

 

Deze blog is geschreven door Wim Eiselin, Frans Kuiper, Pieter-Jan de Jongh, Wilma Kuiper, Frank Angenent, Anitra Vink en Karin van Nuland.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingStimulansz
Kon. Wilhelminalaan 5
3527 LA Utrecht
030 298 28 00
www.stimulansz.nl
info@stimulansz.nl

Meer nieuws

Whitepapers

Afbeelding

Bloggers