of 59232 LinkedIn

Maak er een potje van!

Reageer

Zo bevorder je financieel gezond gedrag.

Armoede en schulden zijn hip. De tv-serie Schuldig, Rutger Bregmans boek ‘Gratis geld voor iedereen’ en het WRR-rapport ‘Duurzame verbetering van gezond financieel gedrag: droom of werkelijkheid?’ hebben geleid tot veel aandacht voor en verwondering over de aanpak van armoede. Waarom leiden de interventies van gemeenten – die voor die aanpak verantwoordelijk zijn – niet tot zichtbare verbetering voor haar inwoners?

Het armoedebeleid leidt vaak tot passief, afhankelijk gedrag. Alle regels en voorwaarden waar cliënten aan moeten voldoen prikkelen hen niet om zélf in actie te komen. En dan bestaat er ook nog een enorme industrie van schuldeisers en incassobureaus, dat helpt ook niet mee,” stelt Bob de Levita. 


AfbeeldingVoor dit artikel spraken wij met Bob de Levita. Bob is adviseur bij RadarAdvies en heeft jarenlange ervaring in het sociaal domein, met name op het gebied van werk en inkomen. Hij heeft zich in de loop der jaren verdiept in onderwerpen zoals schulddienstverlening, re-integratie, handhaving en terugvordering en daar ook een beleidsmatige bijdrage aan geleverd. Bob streeft naar meer preventie in het armoedebeleid: voorkomen is nog altijd beter dan genezen.


            

“Het huidige systeem draagt niet bij aan een positieve gedragsverandering, maar houdt juist een onhoudbare situatie in stand”


Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het armoedebeleid. Waar dient in jouw ogen dat beleid voor?

Armoede is meer dan alleen een gebrek aan inkomen. Armoede is een meervoudig en breder vraagstuk dat onder meer leidt tot beperkte maatschappelijke participatie en sociale uitsluiting. Armoedebeleid moet vooral gericht zijn op de bevordering van financieel gezond gedrag. Je moet dus zorgen dat mensen niet alleen hun hand ophouden, maar ook leren omgaan met weinig inkomen. Beleid kan armoede niet uitbannen, maar wel laten zien hoe je omgaat met schaarste. Armoedebeleid kent in mijn ogen vier kernpunten:

1) preventie, gericht op financieel gezond gedrag;

2) pijnpunten wegnemen die ontstaan zijn door leven in armoede;

3) herstellen wat er mis is gegaan;

4) participatie.

 

Ik merk dat ons huidige systeem niet bijdraagt aan die positieve gedragsverandering, maar juist een onhoudbare situatie in stand houdt. Je ziet dat gemeenten zich vooral richten op reparatie en herstel van de problemen.

Verscheidene gemeenten hebben bijvoorbeeld regelingen voor computers voor middelbareschoolleerlingen. Elk gezin dat voldoet aan de voorwaarden (zoals weinig inkomen en kind van een bepaalde leeftijd) kan een aanvraagformulier invullen. Maar omdat die formulieren vaak te ingewikkeld zijn voor de doelgroep, schieten Welzijnspartijen, Formulierenbrigades of wijkteams te hulp. Waardoor zo’n regeling bijdraagt aan de participatie van het kind, maar op geen enkele wijze financieel gezond gedrag stimuleert of het zelfvertrouwen van de groep vergroot. Het zet mensen niet aan om na te denken over hun uitgavepatroon of op zoek te gaan naar aanvullende inkomsten, mede uit angst de regeling te verliezen. Kortom, het systeem is op dit moment niet ideaal ingericht.

 

Hoe ziet het ideale systeem er voor jou dan uit?

Mijn ideale systeem werkt aan alle vier genoemde kernpunten. Daarbij zijn de minima niet het probléém, maar een deel van de óplossing. Samen met hen komen we tot een sluitend minimabeleid.

 

          

“Met beleid kun je armoede niet uitbannen, maar wel laten zien hoe je omgaat met schaarste”

 

Financieel gezond gedrag staat centraal. Hiervoor is het belangrijk om mensen te motiveren of te belonen voor het juiste gedrag. Want zoals het WRR-rapport al benadrukt kunnen beloningen leiden tot gedragsverandering.

 

Er zullen helaas altijd mensen blijven met een laag inkomen. Om te voorkomen dat deze groep echt in armoede komt te leven, moeten we financieel gezond gedrag bij hen stimuleren. Vaak zie je dat deze mensen zich vooral richten op de korte termijn en door druk en stress niet altijd de juiste keuzes maken op financieel gebied. Mijn ideale systeem richt zich op positieve gedragsverandering en preventie aan de hand van het ‘Maak er een potje van’ systeem. In dat systeem zijn er drie potjes: één voor de vaste lasten, één voor het huishoudgeld, en één buffer voor onvoorziene kosten.

 

Dit ziet er als volgt uit:

 

Afbeelding

 

1)     Vaste lasten
Dit potje bestaat uit alle vaste lasten, zoals huur, zorgpremie, gas/water/licht, internet, mobiele telefoonkosten. Het is natuurlijk de bedoeling om deze vaste lasten zo laag mogelijk te houden.

2)     Huishoud- of leefgeld
Hierbij gaat het om de budgettering van een vast bedrag per week. Micro-budgettering wel te verstaan. Want als je een broodje koopt is dat op een maandbedrag niet heel veel, maar op het dag- of weekgeld is het meteen een veel groter deel van het budget. Een apart potje voor leefgeld helpt je hiervan bewust te worden.

3)     Buffer
De derde pot bestaat uit een buffer. Volgens mij heeft iedereen een buffer nodig. Die hoeft overigens niet heel groot te zijn, ongeveer € 500, maar kan wel de onvoorziene ellendes opvangen, zoals een kapotte wasmachine of een parkeerboete. Dat soort kosten kan namelijk leiden tot grote financiële problemen. Voor financieel gezond gedrag is daarom een buffer noodzakelijk.

 

Hoe kom je tot een ‘Maak er een potje van’ systeem? En wat is de rol van gemeenten daarbij?

Het ‘Maak er een potje van’ systeem biedt inwoners die moeite hebben met rondkomen financieel houvast. Het potjessysteem vormt een aanvulling op de diverse interventiemethoden waarover de meeste gemeenten al beschikken. De groep waar het om gaat is al in beeld bij gemeenten en haar partners, omdat zij bijvoorbeeld financiële vragen of een uitkering hebben, of gebruikmaken van minimaregelingen.

 

Voor het potjessysteem moet je een actueel beeld hebben van inkomsten en uitgaven, en drie bankrekeningen. Op die manier hou je meer grip op de situatie. Het systeem is haalbaar als gemeenten het project duurzaam verankeren en liefst samen met banken opzetten. De drie bankrekeningen samen mogen niet duurder zijn dan het hebben van één rekening, en banken moeten ook een signaal afgeven als iemand de vastelastenrekening voor andere uitgaven gebruikt.

 

Om inkomsten en uitgaven op orde te brengen kunnen gemeenten zorgen voor individuele begeleiding, een cursus of een workshop. Cliënten die successen boeken worden daarvoor beloond. Dit laatste is een essentieel onderdeel, maar is op allerlei manieren in te vullen. De cliënt mag alleen aanspraak op de beloning maken als a) de cursus positief is afgerond en b) de cliënt instemt met een signaal van de bank. Want de bank houdt dus in de gaten of de cliënt de potjes op orde heeft. Er volgt een signaal zodra de buffer structureel onder de € 500 zakt of als er een potje oneigenlijk wordt aangesproken.

 

Kun je voorbeelden geven van hoe die beloning eruitziet?

Na de cursus succesvol te hebben afgerond zou een cliënt bijvoorbeeld de buffer van € 500 cadeau kunnen krijgen. Of de gemeente zou de buffer kunnen verdubbelen, dus dat de cliënt tijdens de cursus zelf tot € 250 spaart en de gemeente die buffer aanvult tot € 500.

 

Wat levert het de gemeente op? Die beloningen kosten de gemeente immers flink wat geld. Bovendien vraagt het om nieuwe samenwerkingsverbanden.

Het potjessysteem kost de gemeente inderdaad geld. Maar de baten zijn hoger, want ga maar na:

  • Gemeenten ondersteunen mensen die het moeilijk hebben;
  • Gemeenten investeren in preventie en duurzaamheid;
  • Minder cliënten doen een beroep op schuldhulpverlening;
  • Er is minder bewindsvoering nodig.

 

De financiële schade door schulden is vele malen groter dan de uitgereikte beloningen. Daarom is het voor gemeenten voordeliger om hier duurzaam op in te zetten. Schulden zijn en blijven een grote kostenpost in het sociaal domein.

 

Zijn er gemeenten die financieel gezond gedrag stimuleren?

Jazeker, er zijn al heel wat gemeenten die inzetten op de bevordering van financieel gezond gedrag. Ik ben heel benieuwd naar nog meer voorbeelden vanuit gemeenten die daar successen mee boeken. Door onze ervaringen met elkaar te delen kunnen we beter onderbouwde preventieve projecten opzetten.

 

          

“De financiële schade door schulden is voor gemeenten vele malen groter dan de beloning die zij moeten uitreiken vanuit het potjessysteem”

 

Meedenken of meer weten?

Kent u goede voorbeelden uit het land, we horen ze graag!

Voor meer informatie, neem contact op met Bob de Levita (b.delevita@radaradvies.nl, 06-20211636) of Moniek Lucassen (m.lucassen@radaradvies.nl, 06-55461163).

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Afbeelding

RadarGroep

Veemarkt 83

1019 DB Amsterdam

T: 020 463 50 50

www.radar-groep.nl

E: info@radar-groep.nl

 

AfbeeldingStade Advies

De Pionier

Grebbeberglaan 15

3527 VX Utrecht

T: (030) 23 61 861

www.stade.nl

E: advies@stade.nl

Meer nieuws

Bloggers

NIEUWSBRIEVEN

Wilt u op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen bij Radar? Wij sturen regelmatig nieuwsbrieven met daarin actuele thema’s en innovatieve oplossingen voor sociale vraagstukken.

 

Meld u hier aan voor de digitale nieuwsbrief van de RadarAdvies.

Meld u hier aan voor de digitale nieuwsbrief van Stade Advies.

Whitepapers RadarGroep