of 59054 LinkedIn

Zoover voor de jeugdhulp

Naar eigen zeggen zijn de negen gemeenten van de jeugdzorgregio West- Brabant-West als eerste in Nederland helemaal overgegaan op resultaatfinanciering in de jeugdhulp. Na een jaar schaduwdraaien met budgetfinanciering ging her roer per 2016 echt om. Daarmee kwam ook een einde aan de ontelbare dbc’s (diagnose-behandelcombinaties) omdat de jeugdhulp, in samenspraak met de aanbieders, in 36 arrangementen is ondergebracht.

De regio West-Brabant-West stapte over op resultaatfinanciering in de jeugdhulp. En de vervolgstap is al in de maak: kwaliteitsmeting door cliënten. ‘We zijn met elkaar een soort black box in gegaan; op zowel inhoud als op financiën.’

Naar eigen zeggen zijn de negen gemeenten van de jeugdzorgregio West- Brabant-West als eerste in Nederland helemaal overgegaan op resultaatfinanciering in de jeugdhulp. Na een jaar schaduwdraaien met budgetfinanciering ging her roer per 2016 echt om. Daarmee kwam ook een einde aan de ontelbare dbc’s (diagnose-behandelcombinaties) omdat de jeugdhulp, in samenspraak met de aanbieders, in 36 arrangementen is ondergebracht.

De regio staat echter niet stil en werkt toe naar een systeem van kwaliteitsmeting door cliënten. Het wordt een systeem waarbij zorggebruikers vanaf 2017 – op basis van hun ervaringen met zorgverleners – de kwaliteit van de hulpverlening publiekelijk beoordelen. Die beoordelingen zijn straks op internet te vinden, zodat cliënten op basis van het aantal ‘likes’ door zorggebruikers (de boordelingen van zorggebruikers) de best passende aanbieder kunnen kiezen.

‘We willen toe naar een system à la Zoover’, verduidelijkt Arjan van der Weegen, wethouder jeugd van Bergen op Zoom. Via Zoover delen reizigers online hun ervaringen met vakantie-accommodaties. Zover is het nog niet, maar de eerste stappen op weg naar dit kwaliteitssysteem zijn al wel gezet en na de zomer start een pilot.

Visietraject
Het in-wording-zijnde online kwaliteitssysteem ligt in lijn met de ontwikkeling die de regio zo’n vier jaar geleden is ingezet. ‘In 2012 zijn we met achttien gemeenten begonnen met een visietraject op de jeugdhulp. Met bestuurders uit de regio West-Brabant-West en West-Brabant-Oost zijn we daarvoor onder meer met aanbieders en met ouders in gesprek gegaan om ons een beeld te kunnen vormen van het voor gemeenten totaal nieuwe veld’, vertelt Van der Weegen, die namens de regio West-Brabant-West coördinerend wethouder jeugdhulp is.

‘Op die manier kregen we inzicht in het type zorg dat werd geboden en van de gezinnen die jeugdhulp nodig hebben.’ Nadat de visie in de achttien gemeenteraden was vastgesteld, werd besloten om de uitwerking van die visie en de uitvoering van de jeugdhulp per regio op te pakken. De jaren 2013 en 2014 werden door de negen gemeenten van West-Brabant- West benut om het stelsel te bouwen, waarbij opnieuw de aanbieders en ouders nauw werden betrokken. Via het speciaal opgerichte Zorg Informatie & Inkoop Team hebben de negen gemeenten de zorg gezamenlijk ingekocht.

‘We hebben het eerste jaar voor de weg van de minste weerstand gekozen en de zorg via budgetfinanciering ingekocht. De 4 procent korting die het rijk ons oplegde voor 2015, hebben we in de tarieven doorberekend, met daar bovenop een extra korting van 16 procent. Aanbieders konden die korting terugverdienen met innovatievoorstellen. Het totale budget loopt uiteindelijk in vier jaar terug met ruim 20 procent’, aldus Van der Weegen. Wel werd vorig jaar ‘schaduw gedraaid’ met resultaatfinanciering, omdat dat de wijze is waarop de regio de jeugdhulp wilde gaan uitvoeren. ‘Dat durfden we het eerste jaar nog niet aan. Zorgcontinuïteit had immers de hoogste prioriteit. Bovendien wilden we met de aanbieders samen deze verandering voor elkaar krijgen.’

Gezinsplan
Het nieuwe stelsel Zorg voor jeugd West-Brabant-West draait sinds januari op volle kracht. Als ouders professionele ondersteuning nodig hebben, kloppen zij aan bij de jeugdprofessional in hun gemeente. Samen met het gezin brengt deze jeugdprofessional de hulpvraag in kaart en wordt een gezinsplan opgesteld. Daarin wordt de huidige situatie beschreven en worden de doelen vastgelegd die het gezin wil bereiken.

Als die doelen niet door het gezin zelf kunnen worden bereikt, noch door het sociale netwerk, voorliggende voorzieningen of met ondersteuning van de jeugdprofessional, dan schakelt het gezin een zorgaanbieder in. Aanbieder en gezin specificeren op hun beurt samen de zorgdoelen en kiezen in overleg een van de negen zogeheten cliëntprofielen die het best bij de zorgvraag past. ‘Jeugdigen met ontwikkelings- en gedragsproblemen en ouders met ontoereikende opvoedingsvaardigheden’ en ‘jeugdigen met ontwikkelings- gedrags- en psychiatrische problemen binnen multi-problem gezinnen’ zijn twee voorbeelden van zo’n cliëntprofiel.

Het gezin kan op basis van die profielen op de website www.jeugdhulpwbw.nl kiezen met welke zorgaanbieder zij verder willen gaan. Met die aanbieder, en met het gezinsplan als uitgangspunt, maakt het gezin vervolgens afspraken over de resultaten en aanpak voor de zorg. Die komen terug in een behandelplan en in een zorgarrangement voor de gemeente. Het behandelplan is, zeg maar, het contract tussen gezin en aanbieder en het zorgarrangement is het contract tussen aanbieder en gemeente.

‘Daarin staat welke hulp geleverd gaat worden, of het een lang of kort traject zal zijn en of het om lichte of zware zorg gaat’, verduidelijkt Huibert van Dis, manager van het Zorg Informatie & Inkoop Team. Daarmee kent de regio in totaal 36 zorgarrangementen. De zorgaanbieder kan ‘onderaannemers’ (andere zorgaanbieders) inschakelen om een deel van de zorg op zich te nemen, maar de hoofdaanbieder is het aanspreekpunt voor de gemeente en eindverantwoordelijke voor de geleverde zorg.

Arrangementen
Aan elk arrangement ‘hangt’ een vooraf vastgesteld tarief. Of het zorgtraject nu langer of korter duurt dan vooraf bedacht, maakt voor de gemeente niet uit. De gemeente bemoeit zich niet met de wijze waarop die doelen worden bereikt. ‘Het arrangement is pas klaar als alle resultaten behaald zijn’, benadrukt Van Dis. De ene keer kan het dus gunstiger uitpakken voor de aanbieder dan een andere keer. De behaalde resultaten worden gedurende het zorgtraject geëvalueerd. Zowel het gezin zelf als de jeugdprofessional beoordelen of de vooraf vastgelegde doelen zijn behaald. Belangrijk is dat de doelen zo concreet mogelijk worden geformuleerd, stellen Van der Weegen en Van Dis. ‘Het bieden van ondersteuning is geen doel, maar een middel. Functioneren in de klas of deelnemen aan het verenigingsleven kunnen wel maatschappelijke doelen zijn bij bijvoorbeeld een kind met problemen op school’, aldus Van Dis.

De aanbieder krijgt bij de start van het traject de helft betaald. ‘Als de prestatie is geleverd, betalen we de overige 50 procent’, zegt GBWP-wethouder Van der Weegen. Inhoud en prijsstelling van de arrangementen zijn in overleg met de aanbieders tot stand gekomen. ‘We zijn met elkaar een soort black box ingegaan; op zowel inhoud als op financiën. We delen de opvatting dat we af moeten van al die dbc’s en al die bureaucratie die alleen maar tot wachtlijsten en verantwoordingsdiscussies leiden. Dat moet je niet willen; het gaat om het opvoeden en opgroeien van kinderen.’

Onzekerheden
Het meer centraal stellen van het kind was dan ook een van de belangrijkste redenen om voor het systeem van resultaatgericht inkopen te kiezen. ‘Achterliggende gedachte is om structureel te kunnen uitkomen met het budget dat we van het rijk krijgen’, stelt Van der Weegen. In 2015 was voor de regio 80 miljoen euro beschikbaar, voor dit jaar een krappe 70 miljoen euro. ‘In de keten moet door de aanbieders optimaal worden samengewerkt. Ze moeten uit de concurrentieenin de samenwerkingsmodus terechtkomen. Dat is een lastig punt’, erkent de wethouder.

Terugblikkend op de eerste maanden dat de regio via het systeem van resultaatbekostiging, toont hij zich al met al een tevreden bestuurder. ‘Ons stelsel prikkelt aanbieders om contact met de cliënten te zoeken en maatwerk te leveren.’ Onzekerheden en onvolmaaktheden zijn er zeker ook. ‘Het is spannend of we met ons budget gaan uitkomen. Ook wordt af en toe geworsteld met de cliëntprofielen wanneer een zorgvraag niet direct in een van de negen geformuleerde profielen past. De kunst is wel om het eenvoudig te houden.’

Daarnaast zit wet- en regelgeving dwars. De resultaatafspraken die tussen gezin, aanbieder en gemeente worden gemaakt, kunnen op gespannen voet staan de privacywetgeving. Ook hebben bijvoorbeeld aanbieders nog moeite met het inregelen van (onder-)aannemerschap. Vragen die op dit moment worden uitgewerkt zijn bijvoorbeeld wie er verantwoordelijk kan worden gehouden bij medische fouten of in welke mate prijsafspraken tussen aanbieders in strijd zijn met regelgeving vanuit ‘kartelwaakhond’ ACM. ‘In dit nieuwe stelsel hebben we last van oude spelregels’, van Van der Weegen samen.

‘Van de jeugdprofessionals en aanbieders krijgen we terug dat ze het stelsel omarmen, maar dat het wel een hele klus is om die omschakeling te maken. Het omschrijven van resultaten en doelen is complex. Ook vinden de professionals het lastig om de afweging tussen bijvoorbeeld licht en zware zorg te maken’, vult Van Dis aan.

De aanpak in West-Brabant-West is in de rest van Nederland niet onopgemerkt gebleven. ‘Diverse regio’s – waaronder Amsterdam/Amstelland en Zaanstreek/ Waterland – hebben interesse getoond en willen zo snel mogelijk ook op deze manier aan de slag’, vertelt Van Dis. Daarbij vergeten regio’s vaak dat West-Brabant-West ver voor de decentralisatie jeugdhulp al het gesprek is aangegaan met aanbieders en ouders. Dit heeft een vertrouwensbasis gelegd voor de slag die nu samen is gemaakt, benadrukken zowel Van der Weegen als Van Dis.

Zelfreinigend vermogen
Genoegzaam achteroverleunen is er in West-Brabant niet bij. Zoals gezegd wordt nu druk gewerkt aan een systeem van kwaliteitsmeting van de geleverde zorg; de Zoover-voor-jeugdhulp. Na de zomer wil de regio met een pilot starten en het systeem per 2017 invoeren. ‘We meten op uitval, doelrealisatie en cliënttevredenheid. Al die scores worden later online gezet, zodat nieuwe cliënten die kunnen gebruiken bij de keuze van hun zorgaanbieder’, aldus Van der Weegen. Volgens de wethouder zal het nog wel geruime tijd duren voordat er voldoende beoordelingen op de site staan op basis waarvan cliënten hun keuze kunnen maken. ‘Dan wordt als vanzelf het kaf van het koren gescheiden. Je creëert hiermee in je regio een soort zelfreinigend vermogen.’


Toegang tot zorg
De negen gemeenten werken allemaal met dezelfde cliëntprofielen en arrangementen, maar hebben de toegang tot de hulp ieder op hun eigen manier ingericht. Om een gelijk kennisniveau in de toegang te garanderen, heeft de regio een aanbesteding gehouden naar de toegangsmedewerker. Deze is gegund aan de nieuwe, onafhankelijke organisatie stichting SPR!NG, die geen onderdeel is van de gemeente en ook niet van een zorgaanbieder en wordt gefinancierd door middel van taakgerichte bekostiging.

Wethouder Van der Weegen: ‘Er is altijd wel die jeugdprofessional, maar in de ene gemeente zit deze in een wijkteam en in een andere gemeente in een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG’s). De jeugdhulpprofessionals zijn hbo-geschoold, komen veelal uit de zorg en worden gedetacheerd naar de gemeente. Ze zijn niet alleen verwijzer, maar kunnen zelf ook lichte ondersteuning bieden. Deze persoon is tevens betrokken bij het op- en afschalen van lichte en zware zorg. De kwaliteit van toegang tot de jeugdzorg wordt via een visitatiesysteem nauwlettend in de gaten gehouden. Die moet in alle gemeenten gelijk zijn.’

Anders gezegd: ‘De uitgangspunten voor de jeugdhulp zijn in de negen gemeenten gelijk, maar wat er onder de motorkap zit, mogen gemeenten zelf, naar eigen inzicht, regelen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.