of 58959 LinkedIn

Wmo-tarief soms vier keer zo hoog

Uit onderzoek door Binnenlands Bestuur onder 66 gemeenten blijkt dat het nog wranger kan zijn. Eén op de tien gemeenten baseert de eigen bijdrage voor Wmogebruikers op zowel het tarief per zorgsoort, als op het tarief per aanbieder. Voorbeelden daarvan zijn Roerdalen, Assen, Uithoorn, Roermond en Eindhoven. Pechvogels betalen een hogere eigen bijdrage dan hun buurman (met eenzelfde inkomen, gezinssamenstelling etc.), voor precies dezelfde zorg, maar geleverd door een andere aanbieder.

Niet alleen tussen gemeenten, maar ook bínnen gemeenten worden verschillende tarieven voor Wmo-voorzieningen gehanteerd. In bijna één op de drie gemeenten zijn de tarieven dit jaar opnieuw fors gestegen, soms met ruim 200 procent.

 

Enorme verschillen binnen en tussen gemeenten

Het is al vaak gezegd als het over toegankelijkheid en betaalbaarheid van Wmo-voorzieningen gaat: het kan sinds 2015 uitmaken in welke gemeente je woont. De ene gemeente is ruimhartiger in het toekennen van zorg en voorzieningen dan de andere, en de ene gemeenten heeft zorg goedkoper ingekocht waardoor de eigen bijdrage voor een hulpbehoevende in gemeente A lager uitvalt dan in gemeente B.

Uit onderzoek door Binnenlands Bestuur onder 66 gemeenten blijkt dat het nog wranger kan zijn. Eén op de tien gemeenten baseert de eigen bijdrage voor Wmogebruikers op zowel het tarief per zorgsoort, als op het tarief per aanbieder. Voorbeelden daarvan zijn Roerdalen, Assen, Uithoorn, Roermond en Eindhoven. Pechvogels betalen een hogere eigen bijdrage dan hun buurman (met eenzelfde inkomen, gezinssamenstelling etc.), voor precies dezelfde zorg, maar geleverd door een andere aanbieder.

Haarlemmermeer is er sinds dit jaar bewust van afgestapt om verschillende tarieven per zorgsoort en per aanbieder aan de inwoners door te berekenen. Vanaf 1 januari maakt het voor de berekening van de eigen bijdrage niet meer uit welke aanbieder de zorg levert. Besloten is vaste tarieven per zorgsoort vast te stellen. Het gaat om een vast tarief voor begeleiding, voor begeleiding gericht op een gestructureerd huishouden, dagbesteding, vervoer van en naar dagbesteding en kortdurend verblijf. Reden om het beleid te wijzigen is onder meer dat Haarlemmermeer niet meer wil dat het uitmaakt bij welke aanbieder de zorg wordt afgenomen.

Het gros van de gemeenten (88 procent) neemt, net zoals Haarlemmermeer nu, het tarief per zorgsoort (dagbesteding, begeleiding, etc) als basis voor de berekening van de eigen bijdrage, zo blijkt uit het onderzoek. Binnen deze gemeenten is sprake van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Tussen gemeenten kunnen uiteraard wel grote tariefverschillen zijn, en daarmee hogere (of lagere) eigen bijdragen. Die tariefverschillen zijn fors, zo blijkt uit bij het CAK opgevraagde gegevens. Dan is er nog een enkele gemeente die de tarieven per aanbieder als startpunt voor de berekening van de eigen bijdrage neemt en een enkeling die voor een mengvorm heeft gekozen. Zo hanteert Zutphen voor het gros van de maatwerkvoorzieningen het tarief per zorgsoort, behalve bij de huishoudelijke hulp. Daar worden verschillende tarieven per aanbieder én per zorg soort gehanteerd.

Verschillen gigantisch
De verschillen in tarieven voor Wmovoorzieningen zijn gigantisch. Op verzoek van Binnenlands Bestuur heeft het CAK de tarieven van 2015 en 2016 op een rijtje gezet, van die gemeenten die de betreffende voorziening als maatwerkvoorziening aanbieden. Het CAK berekent en int voor alle gemeenten de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen. De kosten voor een uur begeleiding variëren van 14 euro tot 56,42 euro. Voor dagbesteding variëren de prijzen tussen de 16,24 euro en 49 euro per dagdeel. Hoewel de grootste stijging zich in 2015 heeft voorgedaan, stijgen ook dit jaar in bijna één op de drie gemeenten de tarieven. En daarmee de eigen bijdrage. In sommige gemeenten zijn de tarieven voor begeleiding wel heel fors verhoogd.

Zo hanteerde Peel en Maas vorig jaar een uurtarief van 14,29 euro en dit jaar een tarief van 37,13 euro; een stijging van 160 procent. Het uurtarief in een aantal Friese gemeenten (zoals Ferwerderadiel en Dongeradeel) staat sinds 1 januari op 42,54 euro, terwijl deze vorig jaar 14,10 euro bedroeg; een stijging van ruim 200 procent. Procentueel gezien spant Meppel de kroon; het tarief steeg dit jaar met 214 procent (van 14,20 euro naar 44,55 euro).

Dagbesteding
Baarle-Nassau is een van de gemeenten die hun tarieven juist fiks verlaagden (van 42,43 euro naar 14,50 euro), net zoals Edam-Volendam (van 36,27 euro naar 14,20 euro) en Zwolle (van 47,20 euro naar 23,60 euro).

Ook bij dagbesteding lopen de verschillen tussen gemeenten ver uiteen. Apeldoorn is met dagbesteding de goedkoopste gemeente, met een tarief van 16,24 euro per dagdeel en Tilburg met 49,00 euro de duurste. De gemeentelijke tarieven voor dagbesteding zijn per 2016 zowel verhoogd, verlaagd als niet veranderd. Assen verhoogde het tarief van 23,65 euro naar 25,44 euro en Harderwijk van 11,05 euro naar 12,98 euro. Huizen en Laren hebben de tarieven met enkele dubbeltjes verlaagd. Het exacte aantal stijgers en dalers kan voor dagbesteding, op basis van de CAK-gegevens, niet in kaart worden gebracht. Sinds dit jaar rekenen diverse gemeenten niet meer met een uurtarief, maar met een tarief per dagdeel (van 4 uur). Niet alle 450.000 Wmo-gebruikers zullen de tariefstijging in hun portemonnee voelen. 80 procent van de zorggebruikers zit aan hun persoonlijk plafond; voor hen heeft een tariefstijging geen gevolgen. De resterende 20 procent (90.000 mensen) voelt het wél: met name om mensen met een (boven) modaal inkomen en mensen die niet heel veel zorg hebben waardoor ze niet op hun persoonlijk maximum zitten.

Voor eigen bijdragen voor maatwerkvoorziening geldt een wettelijk plafond. Ook voor de zorggebruikers waarvan het overgangsrecht per 1 januari is afgelopen, gaat de rekening omhoog. Volgens het CAK gaat het hierbij om 3.500 mensen met dagbesteding en/of begeleiding. Gemeenten moesten vorig jaar de vaste tarieven die onder de Algemene wet bijzonder ziektekosten (Awbz) golden aan inwoners doorberekenen die tot 2015 zorg vanuit de Awbz kregen. Voor ‘nieuwkomers’ gold dat overgangsrecht niet. Nu mag voor alle gebruikers van dagbesteding en begeleiding maximaal de kostprijs worden doorberekend.

Sluiproute
Het heffen van een zo hoog mogelijke eigen bijdrage is een sluiproute voor gemeenten, stelt gezondheidseconoom Xander Koolman (VU). ‘Gemeenten hebben een forse en toenemende taakstelling gekregen en moeten keuzes maken. Simpelweg geen zorg leveren is wettelijk gezien lastig.’ Met de eigen bijdrage hopen veel gemeenten volgens hem dat koopkrachtige patiënten afzien van zorg. Koolman verwacht dat gemeenten de komende jaren duidelijker keuzes zullen moeten maken, ook al zijn dat pijnlijke. ‘Er kan gestuurd worden op p of q; je kunt de prijs drukken of de hoeveelheid zorg remmen, of beide. Het drukken op de prijs biedt gezien de toenemende zorgbehoefte slechts tijdelijk soelaas. Er moeten echt inhoudelijke en rigoureuze keuzes worden gemaakt. Het gaat dan om de vraag welke zorg je voor welke groepen mensen maatschappelijk minder noodzakelijk vindt.’

De kaasschaafmethode − overal een beetje af – is volgens Koolman geen optie. In de gemeenteraden moet echt een ‘kerntakendiscussie’ worden gevoerd. ‘Hoe kun je met de middelen die je hebt, maximaal bijdragen aan de welvaart en welzijn van je inwoners is daarbij de centrale vraag.’

Over de verschillen tussen tarieven en eigen bijdragen die er binnen en tussen gemeenten zijn, moeten we niet al te ingewikkeld doen, vindt Koolman. De overgang van een ‘luxer systeem’ Awbz naar de kalere Wmo gaat nu eenmaal gepaard met pijn. ‘Gemeenten hebben daarin ruimte om de pijn naar eigen inzicht te verdelen over hun bevolking. Dat kun je rechtsongelijkheid noemen, maar wie zegt dat een nationale norm meer recht doet aan onze voorkeuren op het vlak van rechtvaardigheid? En als de gemeenten in staat zijn de zorg efficiënter te organiseren, dan dragen zij bij aan de rechtvaardigheid omdat ze de zorg betaalbaar hebben weten te houden.’

Rechtsongelijkheid
Rechtsongelijkheid is zeker bij tariefverschillen een lastig punt, stelt Gijsbert Vonk, hoogleraar sociale zekerheidsrecht Universiteit Groningen. ‘In een rechtstaat heb je daar niet veel aan als er geen normbedrag is waaraan kan worden getoetst.’ Als normbedrag kan hooguit de kostprijs worden gezien die gemeenten als maximum mogen doorgeven voor de berekening van de eigen bijdrage, maar die kan per gemeente verschillen.

Er zijn echter wel ‘haakjes’ die rechters kunnen gebruiken om gemeenten terug te fluiten, meent Vonk. Gemeenteraden moeten een verordening vaststellen waarin niet alleen staat dat er een eigen bijdrage wordt geheven, maar ook welke tarieven daarvoor de basis zijn. ‘De rechter zal het niet pikken als dit naar het college wordt gedelegeerd.

De motivering moet daarnaast deugdelijk zijn; als een eigen bijdrage geen rekening houdt met de financiële situatie van de burger, dan kan die niet worden ingevoerd met een beroep op het draagkrachtbeginsel.’ Weer een ander ‘haakje’ wordt gevormd door de sociale grondrechten. ‘Eigen bijdragen mogen er niet toe leiden dat de voorzieningen feitelijk niet langer toegankelijk zijn voor de meest kwetsbaren.’

Vonk is er voorstander van dat rechters ook aan de sociale grondrechten toetsen, maar daarnaast zou het eveneens mogelijk moeten zijn om uit te wijken naar het College voor de Rechten van de Mens (CRvM). De wet staat dat nu nog niet toe. Hij snapt dat het voor zorgbehoevenden een brug te ver is om klachtenprocedures voor te bereiden. Cliëntorganisaties zouden namens hen een proefproces kunnen voeren.


Afbeelding



Afbeelding


Top 5 laagste en hoogste uurtarieevn begeleiding (in euro, 2016)
(Bron: CAK)

Gemeente

Begeleiding Gemeente Begeleiding
Boxtel 14,00 Roermond 56,42
Alkmaar 14,20 Echt-Susteren 55,56
Alphen-Chaam 14,50 Leudal 55,47
Noordoostpolder 16,00 Maasgouw 55,25
Aa en Hunze 16,32 Weert 55,16

Top 5 laagste en hoogste tarieven dagbesteding (in euro, per dagdeel van 4 uur, 2016)
(Bron: CAK)

Gemeente Dagbesteding Gemeente Dagbesteding
Apeldoorn 16,24 Tilburg 49,00
Beesel 22,52 Bellingwedde 45,00
Heerlen 26,00 Hoorn 44,22
Ameland 27,96 Utrecht 42,00
Onderbanken 29,00 Horst a/d Maas 41,51


 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.