of 59236 LinkedIn

Vele wegen leiden naar banen

In de regionale Werkbedrijven overleggen gemeenten, sociale partners en UWV over het regionale arbeidsmarktbeleid. Hoe zorg je ervoor dat de afgesproken garantiebanen er komen, hoe regel je coaching en begeleiding, welk systeem van loonwaardemeting hanteer je?

Alle arbeidsmarktregio’s maken Werkbedrijven om te zorgen dat de Banenafspraak gerealiseerd wordt. Een half jaar na invoering van de Participatiewet  zijn alle Werkbedrijven up and running. Hoe zien die eruit?

Werkbedrijf… eigenlijk is die naam helemaal verkeerd’, aldus Hélène Oppatja van de Programmaraad waarin VNG, UWV, Divosa en Cedris samenwerken. ‘Het zijn helemaal geen bedrijven, er is geen juridische bedrijfsstructuur. Het zijn meer netwerkorganisaties.’

In de regionale Werkbedrijven overleggen gemeenten, sociale partners en UWV over het regionale arbeidsmarktbeleid. Hoe zorg je ervoor dat de afgesproken garantiebanen er komen, hoe regel je coaching en begeleiding, welk systeem van loonwaardemeting hanteer je?

‘Wat meteen opvalt’, vertelt Oppatja, ‘is dat de structuur van de Werkbedrijven over het algemeen zeer vergelijkbaar is.’ Wat verschilt, is de intentie van de Werkbe­drijven. In grote lijnen vallen er twee modellen te onderscheiden, blijkt bij navraag onder 30 Werkbedrijven. 40 procent van de regio’s kiest voor een ‘nauwe benadering’. Daarbij beperkt de doelstelling van het Werkbedrijf zich tot de primaire taak: de matching voor uitvoering van de Banenafspraak – 125.000 banen realiseren tot 2026 voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Met andere woorden, de bedrijven richten zich op het zorgen dat er garantiebanen komen voor de mensen in het doelgroepregister, te beginnen met Wajongers en mensen met die nog op de wachtlijst staan voor de Sociale werkvoorziening (Sw).

Een voorbeeld van een regio die voor deze primaire focus op de Banenafspraak heeft gekozen, is West-Brabant. De reden daarvoor is simpel, zegt Tanja Willemsen: ‘Een brede aanpak hadden we al’. Willemsen is secretaris van het regionaal Werkbedrijf West-Brabant. ‘Ons werkbedrijf is een klein team, een regiegroep’, vertelt ze. Regionale aanpak

‘Dat komt doordat deze regio een lange geschiedenis van samenwerken heeft op de regionale arbeidsmarkt’ zegt Willemsen. ‘Begin deze eeuw is het Regionaal Platform Arbeidsmarkt (RPA) opgericht, en in veel regio’s is dat alweer ter ziele. Maar hier heeft het altijd gedraaid. Vijf bestuurders van de subregio’s namens de gemeenten, drie bonden, twee werkgeversverenigingen, UWV en SBB (aansluiting scholing/bedrijfsleven) zitten er al jarenlang aan tafel. Dus die brede regionale aanpak hadden we hier al.’

Toen de opdracht kwam om regionale Werkbedrijven te vormen, zag West-Brabant twee keuzes. De taken van de Participatiewet binnen het RPA opnemen of een nieuw, tweede orgaan opzetten dat zich focust op de banenafspraak. Vooral werkgevers en werknemers zagen meer in de aparte regiegroep, die er uiteindelijk ook is gekomen. Een nieuwe wet, een specifieke opdracht die niet moest verdwijnen in het grotere RPA waar ook over zaken als jeugdwerkloosheid, economische structuurversterking en breder arbeidsmarktbeleid besloten wordt.

Slechts vier personen zitten aan tafel. De wethouder van Breda (Centrum-gemeente) namens de gemeenten, één vertegenwoordiger namens de werkgevers, één namens de bonden en één namens het UWV als bijzondere uitvoeringspartner. De focus is gericht op één ding: de banenafspraak. Willemsen: ‘Een kleine groep met slagkracht. En ook in de uitvoering werken we samen. De werkgeversadviseurs van de Sw-bedrijven, het UWV en de gemeenten lopen samen op. En we merken dat de focus werkt.’

In West-Brabant zijn er dan ook voorlopig geen plannen om van ‘nauwe’ naar ‘brede’ benadering te gaan. Sterker nog, eind dit jaar wordt het werkbedrijf geëvalueerd en wordt een nieuw uitvoeringsprogramma van het RPA vormgegeven. Als dan blijkt dat de focusaanpak werkt, zou het zo maar kunnen zijn dat er meerdere bestuurlijke focusgroepen onder het RPA komen te hangen. Willemsen: ‘Maar er zijn ook andere opties, dus dat is nog wel heel erg koffiedik kijken.’

Brede opzet
Ook de regio Friesland kiest voor een brede opzet. ‘We denken dat de scheiding tussen doelgroepen soms wat kunstmatig is’, legt Guus Olijerhoek, regiocoördinator regionaal werkbedrijf, uit. ‘Bovendien maakt het een werkgever niet uit, uit welk bakje iemand komt. Wij zetten de werkgever centraal, want dan krijg je de meeste mensen op een passende baan, is het idee. De eerste focus is mensen uit de banengarantie, maar lukt dat niet, dan schuiven we zo’n baan direct door naar iemand uit de WW of Wwb. De kruisbestuiving tussen UWV en gemeente of Wajong en Sw is goed.’

Het Werkbedrijf is ontstaan door voort te borduren op de bestaande structuur. Al vier jaar werd er nauw samengewerkt, zowel bestuurlijk als in de uitvoering. Olijerhoek: ‘Dat heet nu Werkbedrijf en er hangt een convenant onder, maar echt iets anders zijn we niet gaan doen. Het is meer een doorontwikkeling. En de Haagse spelregels zorgen voor een stok achter de deur waardoor het harmoniseren wat sneller gaat.’

Convenant
Friesland heeft een convenant tussen 24 gemeenten, UWV en sociale partners. De drie Friese Sw-bedrijven zitten niet in het bestuur, maar worden wel als uitvoeringsbedrijf van de gemeenten nauw bij de uitvoering betrokken. Ook met verschillende netwerkpartners, zoals de GGZ, wordt samengewerkt.

Friesland is een van de vier regio’s waar extra nadruk wordt gelegd op mensen met een psychische beperking. In het verleden kreeg deze groep minder aandacht en werd te snel afgeschreven, terwijl deze groep wel degelijk arbeidsvermogen heeft. ‘We zien dat de toegang tot de arbeidsmarkt een stuk taaier is. Daar zetten we nu deskundigen en extra begeleiding op’, aldus Olijerhoek, ‘en we gaan samen onderzoeken wat een effectievere aanpak hiervoor is.’

Om nog breder te opereren, is de afgelopen maand ook het onderwijs aangehaakt, waar nauw mee wordt samengewerkt, ook op bestuurlijk niveau. Zeker nu jongeren die van het praktijkonderwijs komen direct in het doelgroepregister opgenomen kunnen worden, is het van belang dat onderwijs aan tafel zit, vinden ze in Friesland. Een betere combinatie van Onderwijs en Arbeidsmarkt is een van de grote vraagstukken.

Bestaande structuren
Ten slotte schuift ook de provincie regelmatig aan. De uitvoering van de Participatiewet ligt weliswaar bij de gemeenten, maar de provincie is nog steeds een speler van belang. ‘We hebben nog altijd een gedeputeerde met Participatie in de portefeuille’, aldus Olijerhoek. ‘Bovendien heeft de provincie nog weleens wat geld én ambities op het gebied van economische ontwikkeling. Dus is het een partner van belang.’

Bij de keuze en uitwerking van een vorm voor het Werkbedrijf wordt vaak gekeken naar de structuren die al in de regio aanwezig zijn. Zo is in Groningen gekozen voor het opzetten van een Werkbedrijf dat voortborduurt op de bestaande structuur. Enkele jaren geleden werd het Actieplan Jeugdwerkloosheid gelanceerd in Groningen en Noord-Drenthe. 27 gemeenten werkten er samen in vier subregio’s. Een stuurgroep vanuit de subregio’s en UWV zorgde voor de aansturing.

Voor het te vormen Werkbedrijf zijn Sw-bedrijven aangesloten evenals werkgevers en werknemers. Groningen heeft daarbij gekozen voor een bredere opzet en een brede ambitie: zo veel mogelijk mensen aan het werk helpen. Ook Stedendriehoek, Noordwest-Veluwe (rondom Apeldoorn) en Zeeland kiezen voor een variant waarbij een grote rol is weggelegd voor de subregio’s.

Goede afspraken
‘Eigenlijk zijn het een soort kleine werkbedrijfjes’, legt Oppatja uit, ‘met allemaal een eigen Werkgeversservicepunt. Die hadden al goede afspraken met lokale werkgevers, dus waarom zou je dan de structuur veranderen en alles helemaal opnieuw inrichten?’

In de regio Zwolle werd het goedlopende Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid als uitgangspunt genomen en daar heeft de regio nu voordeel van. Oppatja: ‘Zwolle benadert de arbeidsmarkt vanuit de werkgeverskant. Daarom zijn ze ook een pilot begonnen als regelluwe regio.’ Zwolle wil door de werkgeversbenadering en de regelluwe aanpak het gemakkelijker maken voor werkgevers om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt duurzaam aan de slag te krijgen.

Het Rijk van Nijmegen heeft voor nog weer een andere structuur gekozen. ‘Meer een zoals in een Gemeenschappelijke Regeling’, vindt Oppatja. ‘De structuur van het Werkbedrijf is daar heel stevig, maar gemeenten kunnen zelf kiezen wat ze afnemen en wat niet. Het Werkbedrijf is daar meer een soort set van afspraken.’ Gemeenten uit de regio sluiten afzonderlijk een overeenkomst over een dienst die ze afnemen van het Werkbedrijf en een maatwerkpakket. Hierdoor kunnen de gemeenten zelf kleur geven aan de uitvoering van het Werkbedrijf, bijvoorbeeld als ze extra aandacht willen geven aan een bepaalde groep.

Evaluatie
In 2016 moeten de Werkbedrijven voor het eerst geëvalueerd worden. Dan zal wellicht duidelijk worden welke vormen beter werken dan andere. Oppatja durft nog niet te zeggen of de ene vorm succesvoller zal zijn in het aan het werk helpen van arbeidsgehandicapten dan de andere. ‘Het is heel lastig om te zeggen welk model beter is. We zijn als programmaraad wel op zoek naar goede voorbeelden, en die willen we delen met andere regio’s. Maar we gaan geen advies uitbrengen in de vorm “zo moet je het doen”. Wat in de ene regio werkt, hoeft in de andere immers niet te werken.’

De nieuwe Werkbedrijven zijn nog maar net aan de slag. Hoe het loopt met het plaatsen van mensen is niet bekend. De Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) zegt dat er ‘volop wordt geplaatst uit de voorkeursgroepen’, maar cijfers ontbreken. In de zomer komt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelenheid (SZW) met gegevens over hoeveel mensen onder de Banenafspraak aan het werk zijn gegaan.


Rechtspersoon
29 van de 30 werkbedrijven (97%) heeft op dit moment gekozen voor een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid. Eén heeft de vorm van een stichting.
Afbeelding


Participatie
In 13 procent van de Werkbedrijven wordt invulling gegeven aan cliëntparticipatie. 10 procent heeft daar nog geen concrete invulling aan gegeven. Daar is wel overeengekomen dat het de taak is van UWV, gemeen­ten en werkne­mersorganisaties om cliëntparticipatie mogelijk te maken en te stimu­leren. En 10 procent van de Werkbedrijven breekt zich nog het hoofd hoe dit binnen de arbeidsmarktregio vorm moet gaan krijgen.
Afbeelding


 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.