of 59045 LinkedIn

Vage wet, veel claims

De bestuursrechters hebben het steeds drukker met de rechtszaken die door burgers worden aangespannen tegen het stopzetten of versoberen van de huishoudelijke hulp bij hun gemeente. De verwachting van advocaten is dat dit alleen nog maar gaat toenemen.

Na de decentralisaties zorg, jeugd en werk hangen gemeenten dwangsommen en schadeclaims boven het hoofd. Ook vrezen ze hun beleid op last van de rechter te moeten aanpassen. ‘Ingeboekte bezuinigingen kunnen alsnog verdampen.’

Juridische strijd in het sociaal domein

De bestuursrechters hebben het steeds drukker met de rechtszaken die door burgers worden aangespannen tegen het stopzetten of versoberen van de huishoudelijke hulp bij hun gemeente. De verwachting van advocaten is dat dit alleen nog maar gaat toenemen. Ook bij andere onderdelen van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) trekken burgers bij de bestuursrechter aan de bel, als bijvoorbeeld dagbesteding of een woningaanpassing wordt geweigerd. Niet alleen om te proberen toch de hulp en ondersteuning te krijgen die gemeenten hun niet wilde geven. Als op last van de bestuursrechter de voorziening alsnog door de gemeente moet worden toegekend, kunnen burgers ook een schadevergoeding vorderen. Rechtszaken en schadeclaims tegen besluiten in het kader van de Jeugdwet en Participatiewet zijn er – vooralsnog – nauwelijks.

Burgers die het niet eens zijn met een gemeentelijke beslissing of die te lang wachten op een besluit over een aanvraag, kunnen voor een schadevergoeding bij de bestuursrechter aankloppen. Dat is via de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregeld. ‘Als de bestuursrechter bijvoorbeeld beslist dat een gemeente onterecht de huishoudelijke hulp heeft stopgezet of versoberd, kan de getroffen burger – die intussen zelf een schoonmaakhulp heeft ingeschakeld en betaald – deze rekening bij de gemeente neerleggen’, vertelt Matthijs Vermaat, advocaat bij Van der Woude De Graaf Advocaten. ‘Maar ook als burgers vergeten zijn om bij de zitting een schadevergoeding te vragen, kan later de rekening worden ingediend.’ In die situatie moet de schadeclaim in eerste instantie bij de gemeente worden neergelegd. Als het college de claim afwijst, volgt de stap naar de bezwarencommissie en vervolgens de bestuursrechter.

Dwangsom
Claims aan het adres van gemeenten hangen echter niet alleen samen met het – onterecht – stopzetten of versoberen van voorzieningen. ‘Als gemeenten niet tijdig over een aanvraag beslissen, hangt hun een dwangsom boven het hoofd’, stelt Gijsbert Vonk, hoogleraar sociaalzekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als er over een voorziening binnen de Jeugdwet, de Wmo of over een uitkering binnen de Participatiewet de wettelijke beslistermijn wordt overschreden, kan de aanvrager geld eisen. ‘Die eis kan rechtstreeks bij de bestuursrechter worden neergelegd. Wel moet de gemeente eerst in een brief in gebreke worden gesteld’, aldus Vonk. De hoogleraar heeft geen aanwijzingen dat gemeenten worden overstelpt met dwangsommen omdat ze te laat hebben beslist op aanvragen. ‘Gemeenten beslissen eerder te snel, zoals bij de huishoudelijke hulp waartegen nu heel veel rechtszaken worden aangespannen.’

Volgens Vera Textor en Ton van Acht (beiden advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen) is in veel gemeenten het ambtelijk apparaat overbelast omdat ze door de nieuwe taken ongelooflijk veel aanvragen op hun bord krijgen. De kans dat een besluit niet binnen de wettelijke beslistermijn valt, is daarmee groot. Rijk worden de getroffen burgers niet van een toegekende dwangsom, stellen de twee advocaten, omdat die is gemaximeerd tot 1.260 euro. Textor: ‘Het is echt bedoeld om het bestuurs­orgaan tot snelheid te dwingen.’

Gevolgschade
In situaties waarin een burger meent door een onrechtmatig of een te laat genomen besluit verder in de problemen te zijn gekomen, kan naast vertragingsschade sprake zijn van vervolgschade. Ook daarop kan de gemeente worden aangesproken. Stel dat in rechte vaststaat dat een aanvraag voor een traplift ten onrechte door de gemeente is geweigerd, de aanvrager van de trap valt en dat die zijn gemeente vervolgens aansprakelijk stelt voor geleden schade. Of stel dat een kind te laat psychische hulp krijgt vanwege te late besluitvorming door de gemeente. Intussen ontwikkelt het kind ernstige psychische klachten als gevolg van het uitblijven van de behandeling, waarop de ouders de gemeente voor de rechter slepen. Van Acht: ‘Voor aansprakelijkheid moet sprake zijn van een causaal verband tussen het onrechtmatige besluit – bijvoorbeeld het weigeren van de voorziening – en de schade waarvoor een burger de gemeente aansprakelijk wil stellen. Dit kan voor een burger lastig te bewijzen zijn. Bij het ontwikkelen van psychische klachten is het causaal verband lastig vast te stellen. Het kind had deze klachten mogelijk ook ontwikkeld als het wel meteen psychische hulp zou hebben gekregen. In zijn algemeenheid zullen dit soort schadeclaims regelmatig stranden omdat het causaal verband niet kan worden aangetoond.’

Los van onrechtmatige besluiten bestaat de kans dat burgers zich niet kunnen vinden in de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan besluiten waar zij het op zich wel mee eens zijn (rechtmatige besluiten). Dit kan spelen als gemeenten niet op uren indiceren, maar op resultaat (‘schoon huis’). Textor: ‘Gemeenten laten het aan de zorgaanbieder over om samen met de cliënt overeenstemming te bereiken. Als de cliënt er niet tevreden over is, wordt het lastig. Wat is een schoon huis? Als een klacht hierover door de gemeente aan de kant wordt geschoven, moet de burger zijn gemeente daarop bij de civiele rechter aanspreken.’

Afbreukrisico
Gemeenten zijn zich er wel degelijk van bewust dat ze met claims kunnen worden geconfronteerd, stelt Vermaat. ‘Maar ik denk niet dat ze er wakker van liggen. Het gaat niet om miljoenen.’ Textor denkt dat wethouders zich meer politiek-bestuurlijke dan financiële zorgen maken. ‘Er is een groot afbreukrisico als er iets misgaat, zeker in de jeugdzorg.’

Financiële zorgen zijn er wel als het beleid op last van de rechter moet worden aangepast. De ingeboekte bezuinigingen verdampen als bijvoorbeeld toch huishoudelijke hulp moet worden verstrekt. De wetgeving is niet scherp genoeg, stellen de advocaten van Nysingh. Zij zijn het dan ook niet eens met een recente uitspraak van verantwoordelijk staatssecretaris Van Rijn (VWS) dat de wet duidelijkheid schept. ‘Als de wet duidelijk was, dan waren recente uitspraken van voorzieningen- en bestuursrechters niet zo uiteenlopend’, stellen Textor en Van Acht. ‘Veel rechters worstelen met de vraag hoe ver de Wmo reikt en wat de gemeentelijke vrijheid binnen de wet is.’ Evenals Vermaat verwachten Textor en Van Acht dat de Wmo 2015 door uitspraken van de Centrale Raad van Beroep verder zal uitkristalliseren. De eerste uitspraken van de Centrale Raad van Beroep komen pas over een half jaar tot een jaar. Tot die tijd blijft nog voor gemeenten nog veel onduidelijk.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.