of 59045 LinkedIn

Sociale dromen in Leusden

Wat is de droom van Leusdenaren rond hulp, participatie en samen leven en wat verwachten zij hierbij van zichzelf en van anderen? Dit was de centrale vraag die vorig jaar aan Leusdenaren werd gesteld.

Het gesikkeneur rond de nieuwe taken zorg, jeugd en werken waren ze spuugzat. Tuurlijk moest alle ‘techniek’ goed en tijdig worden ingeregeld, maar er moest ook oog zijn voor de periode na ‘D-day’. En dus mocht er in Leusden worden gedroomd.

‘We stapten als kersverse wethouders op een rijdende trein. Met man en macht werkten onze ambtenaren aan alle beleidsregels en verordeningen. Dat moest natuurlijk voor 1 januari goed geregeld zijn, maar we wilden ook meteen beginnen met vernieuwing’, steekt Jan Overweg van wal. De wethouder Wmo en tevens coördinerend wethouder sociaal domein wilde, samen met zijn collega’s Erik van Beurden (jeugd) en Albert Dragt (Participatiewet), vooral ook kijken naar de lange termijn. Er was behoefte aan een stip op de horizon, aan inspiratie, aan ‘tegenwicht aan alle negativiteit dat gemeenten de nieuwe taken niet zouden aankunnen’, verduidelijkt Van Beurden.

‘Om los te komen van de waan van de dag wilden we over 1 januari heen kijken; kijken waar we over tien jaar wilden staan. Dus niet al onze tijd besteden aan de techniek van de transitie, maar vooral aan de transformatie. Dat kunnen we dan met zijn drieën op deze kamer verzinnen, maar dat wilden we niet.’ Zeker niet omdat in het coalitieakkoord nadrukkelijk is vastgelegd dat zorg en ondersteuning dicht bij de mensen moest worden georganiseerd. Dan is het eigenlijk niet meer dan logisch om die mensen en maatschappelijke organisaties te vragen hoe zij de sociale toekomst van de gemeente zien, wat zij daaraan zelf kunnen bijdragen en wat zij van anderen – waaronder de gemeente − verwachten.

En zo geschiedde. Meer dan tachtig Leusdenaren meldden zich aan om samen te dromen. Om de drempel zo laag mogelijk te maken, werden de bijeenkomsten buiten het gemeentehuis gehouden, in het gloednieuwe multifunctionele centrum Antares. Ook waren er geen vooraf vastgesteld kaders of beleidsuitgangspunten geformuleerd waar rekening mee moest worden gehouden. De inwoners werd vooral gevraagd zonder belemmeringen en zonder na te denken over de haalbaarheid van de ideeën, vrijuit te denken hoe een sociaal Leusden er in 2025 idealiter zou uitzien. Aanvankelijk bleek het voor de inwoners wel lastig om aan te geven wat ze wilden. Overweg: ‘Er is de natuurlijke neiging om te zeggen wat er allemaal mis is en wat de gemeente beter zou moeten doen.

De medewerkers van De Argumentenfabriek, die dit traject voor ons hebben uitgevoerd, hebben ruimte gegeven aan het mopperen, maar wisten de deelnemers daarna te bewegen om vooruit te kijken.’ De dromen, wensen en ideeën zijn gebundeld en geclusterd en in de Droomkaart Leusden vervat. Waarbij aan de ene kant van de kaart de dromen van Leusdenaren staan en aan de andere kant hun verwachtingen over wie aan zet is. Zoals de gemeente, instellingen, verenigingen, werkgevers, scholen, maar ook nadrukkelijk wat zij zelf kunnen en zouden moeten doen.

Boodschappen doen
‘Wat opviel was dat mensen graag deel uitmaken van een netwerk, gezien willen worden, dat mensen oog hebben voor elkaar. Ze willen dat mensen bereid zijn boodschappen te doen voor elkaar en wensen dat er op een eenvoudige manier zorg beschikbaar is’, vertelt Overweg. Dragt: ‘Opvallend was ook dat de deelnemers daarbij niet direct naar de gemeente keken om het maar te regelen, maar dat ze nadrukkelijk voor zichzelf een rol zien weggelegd.’ Ook kwam tijdens het traject duidelijk naar voren dat inwoners graag eigen regie willen houden. ‘Zelfredzaamheid en eigen regie is precies wat we met ons sociaal beleid beogen’, benadrukt Overweg. Dit traject heeft volgens de wethouders bevestigd dat dit een gangbare, of beter gezegd, een gewenste weg is die Leusden is ingeslagen.

Opvallend en tegelijkertijd zorgwekkend was zeker ook dat eenzaamheid een thema is dat Leusdenaren bovenmatig bezighoudt. Dat hadden de wethouders van te voren niet bedacht. ‘Daar moeten we dus echt wat mee’, stelt Overweg. Niet dat de gemeente meteen projecten en programma’s gaat opzetten om de sociale samenhang te vergroten en de eenzaamheid te verminderen. ‘We moeten het niet overnemen, maar we kunnen ook niet afzijdig blijven.’ Een spanningsveld, erkent hij. Want de overheid heeft − net zoals de mopperneiging van inwoners − de natuurlijke neiging problemen naar zich toe te trekken en met oplossingen te komen.

In die valkuil wil het Leusder college niet trappen. Van Beurden: ‘De samenleving staat voorop, maar wij kunnen wel een duwtje in de goede richting geven. Faciliteren kan op veel manieren.’ ‘Wij willen vooral een makelpunt zijn door vraag en aanbod met elkaar in contact brengen’, voegt Dragt toe. ‘Ook zien we voor onszelf een rol weggelegd om goede initiatieven onder de aandacht van andere wijken te brengen, zonder overigens een succesvolle aanpak aan alle wijken op te willen leggen.’ Iedere wijk heeft immers zijn eigen behoefte en daarmee een eigen oplossing nodig. ‘Maar leren van elkaar kan altijd.’ In concrete stimulerende – en beleidsmatige − zin kan de gemeente ook wat doen. ‘We stimuleren sportverenigingen om niet alleen sport te bieden, maar ook hun sociale taak op te pakken. Waar mogelijk bieden wij ondersteuning, maar ze moeten het zelf doen. Dat noemen we vitale sportverenigingen.

Een andere kloof tussen droom en (huidige) realiteit ligt op het gebied van woningbouw. Burgers verwachten nogal wat van woningcorporaties. ‘Mensen wonen in betaalbare woningen, aanpasbaar aan hun (veranderende) wensen en behoeften’, luidt een van de op de Droomkaart vastgelegde dromen van Leusdenaren. ‘Veel meer dan gedacht, leeft dit onder Leusdenaren. Dat vond ik een eyeopener. Ook daar moeten we mee aan de slag, maar dat is niet makkelijk’, tekent wethouder Van Beurden daar bij aan. ‘Gemeenten kunnen wel afspraken maken met de woningcorporaties, maar de corporatie moet wel kunnen en willen. Dit is echt een uitkomst om mijn hoofd over te breken’, stelt de wethouder die naast jeugdzorg ook volkshuisvesting in zijn portefeuille heeft.

Overbelasting mantelzorgers
Overweg worstelt met de vraag in welke mate een beroep op burgers kan worden gedaan en waar en wanneer de gemeente toch de helpende hand moet bieden. ‘Er wordt een steeds groter beroep gedaan op mantelzorgers en vrijwilligers. Dat ligt op mijn bordje. We moeten voorkomen dat mensen die zich voor anderen inzetten, overbelast raken. Dat moeten we slim organiseren.’ Dragt maakt zich op dit punt minder zorgen dan zijn collega. ‘Mensen voelen zich verantwoordelijk voor hun omgeving. Ik zie in buurten en wijken veel bereidheid om anderen te helpen.’ Met de Droomkaart in de hand gaan de wethouders de komende tijd de gesprekken voeren met de maatschappelijke partners.

Ondanks het geslaagde traject zijn er ook kanttekeningen bij te plaatsen. ‘Het is niet zo dat er veel naar boven is gekomen wat we zelf niet hadden kunnen bedenken. Maar wat heel belangrijk is, is dat de inwoners het gezegd hebben’, vindt Dragt. ‘Blijkbaar zitten gemeente en inwoners op één lijn.’ ‘Het feit dat er geen nieuwe dingen zijn aangedragen, heeft ook wel tot kritiek vanuit de raad geleid.

De raadsleden vinden het allemaal wat algemeen gesteld’, vult Overweg aan, ‘maar dit is dan ook pas de eerste stap richting 2025.’ ‘Het is een goede vorm om burgers bij je beleid te betrekken’, vindt Van Beurden. De drie vinden het daarnaast verfrissend dat het hele traject niet tot een vuistdik rapport heeft geleid, maar in een Droomkaart op A3-formaat, wat her en der in de gemeente te bekijken is. De Droomkaart is een belangrijke bouwsteen voor de transformatie van het sociaal beleid, maar geen blauwdruk, benadrukken ze. Dat was, mede op aandringen van de raad, ook niet de bedoeling. Van Beurden: ‘Het is voor ons vooral een inspiratiebron.’


De route naar de droomkaart
Wat is de droom van Leusdenaren rond hulp, participatie en samen leven en wat verwachten zij hierbij van zichzelf en van anderen? Dit was de centrale vraag die vorig jaar aan Leusdenaren werd gesteld. Iedereen die daarover wilde meepraten, kon zich daarvoor aanmelden. Uiteindelijk zijn tachtig Leusdenaren onder begeleiding van De Argumentenfabriek aan het dromen geslagen.

Ongeveer een derde van de deelnemers was zorg- of hulpbehoevend, een derde werkzaam in het zorgveld en een derde ‘gewone’ burgers. Onder hen een vrouw die een tijdje erg ziek was geweest, toen goed was geholpen door de buurt en nu vooral iets wil terugdoen. Vooral Leusdenaren van vijftig jaar en ouder haakten aan.

Verdeeld over drie avonden werd er intensief nagedacht over de toekomst van sociaal Leusden. De drie wethouders gaven acte de presence, maar het podium was voor de Leusdenaren. ‘Wij zaten letterlijk aan de zijkant’, vertelt wethouder Dragt. Ook ambtenaren en raadsleden legden alle avonden hun oor te luister. Aan het einde van een bijeenkomst reflecteerden de wethouders wel op wat er was gezegd. ‘We gaven een eerste reactie op alle wensen en ideeën, om deelnemers te laten zien hoe de politiek over hun dromen dacht.’


5 wensen
* Mensen hebben andere mensen om zich heen waardoor zij iets (leuks) meemaken en niet alleen zijn
* Mensen, ongeacht beperkingen of beschadigingen, hebben werk waar zij plezier in hebben
* Mensen bieden hulp aan en doen iets terug voor een ander
* Mensen voelen zich niet beschaamd om hulp te vragen
* Mensen wonen in betaalbare woningen, aanpasbaar aan hun (veranderende) wensen en behoeften


Eenzaamheid en schroom
Leusden telt zo’n 29.000 inwoners. Het gros van de inwoners is goed opgeleid. Leusden wordt door de drie wethouders getypeerd als een sociaal en economisch sterke gemeente. Ze kent daarnaast een breed maatschappelijk middenveld. Veel vrijwilligers zijn actief in de hulpverlening. Een belangrijke − en vooral onverwachte − kloof tussen droom en realiteit die in het traject naar voren kwam, is de eenzaamheid die mensen voelen (of waar ze bang voor zijn) en de angst om hulp te vragen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.