Schuldcomplex
Steven (50) verdiende als administrateur een modaal salaris, voordat hij in financiële problemen raakte. Een paar jaar geleden stelden artsen vast dat hij aan de ziekte van Parkinson leed. Hij raakte gedeeltelijk aangewezen op een wao-uitkering. En omdat trappen lopen moeilijker werd, waren aanpassingen aan zijn woning noodzakelijk. De verbouwingskosten konden niet uit spaargeld worden betaald wegens een schuld bij de Dexia bank, het gevolg van een onfortuinlijk aandelenleasecontract. De aandelen, gekocht als appeltje voor de dorst, brachten, zo bleek later, op de beurs zelfs niet genoeg op om de lening waarmee ze waren gekocht terug te betalen. Nadat Steven en zijn vrouw hadden besloten uit elkaar te gaan, meldde hij zich onlangs - berooid en gescheiden - bij bureau schuldhulpverlening in zijn woonplaats Dordrecht.
'Ziekte, overlijden van dierbaren, scheiding, werkloosheid: het zijn de klassieke aanleidingen voor mensen om in schulden te raken', zegt Marijke Maas, senior consulent van Bureau Schuldhulpverlening in Dordrecht. 'De financiële problemen komen meestal bovenop andere problemen en zijn zelf weer aanleiding voor nieuwe moeilijkheden, zoals stress, ziekte en scheiding.'
Ontevreden
Van alle burgers die een beroep doen op schuldhulpverlening is driekwart alleenstaand, zonder kinderen, zo blijkt uit cijfers van de Nvvk, de in 1932 opgerichte koepel van gemeentelijke kredietbanken en particuliere schuldhulpverleningsbureaus. De helft van de cliënten heeft geen werk en moet rondkomen van een uitkering. Daarnaast is er een grote groep die leeft van een inkomen onder modaal. Maar zo nu en dan zijn er ook met een prima salaris die hun rekeningen niet meer kunnen betalen, zoals Marianne.
Marianne is cardioloog in een ziekenhuis. Na een scheiding raakte ze zo van de wijs dat ze haar boekhouding verwaarloosde. Toen ze uit huis gezet dreigde te worden, nam een familielid haar mee naar schuldhulpverlening. 'Mensen met een hoog inkomen hebben méér mogelijkheden om hun schulden af te lossen dan mensen met een uitkering, maar ze maken ook hogere schulden', zegt hulpverlener Marijke Maas. 'Reken maar uit wat er gebeurt als iemand met een huurhuis van tweeduizend euro per maand een paar maanden de huur niet betaalt.'
Schuldhulpverlening heeft de wind in de wieken. Het aantal mensen dat zich met problematische schulden meldt, wordt elk jaar groter. Tegelijk staat armoedebestrijding hoog op de politieke agenda. Onlangs heeft de regering een extra bedrag van vijfentwintig miljoen euro per jaar toegezegd aan gemeenten die hun burgers helpen bij het aflossen van problematische schulden.
Toch knaagt er iets. Ondanks alle aandacht en financiële steun zijn de hulpverleners, verenigd in de Nvvk, ontevreden over hun eigen aanpak. 'We zouden veel méér mensen kunnen helpen', zegt Nvvk-directeur Harry Wetzels. In de dagelijkse praktijk haken vier van de tien hulpzoekers al na één of twee gesprekken bij schuldhulpverlening af. Vorig jaar vertrokken 9500 schuldenaren met lege handen. Een jaar eerder waren dat er ruim zesduizend. In twee jaar tijd zijn dus vijftienduizend mensen zonder adequate hulp huiswaarts gekeerd. De kans dat hun schuldeisers - winkeliers, energiebedrijven, woningbouwcorporaties, familie, vrienden - nog iets van hun geld terug zien, is gering.
Lonkend alternatief
Voordat mensen bij een bureau schuldhulpverlening aankloppen, hebben ze meestal eerst alle andere kredietmogelijkheden uitgeput: leningen van vrienden en familie, vervolgens het verleggen van hun winkelgedrag naar postorderbedrijven (zonder te betalen) en toen dát geen soelaas meer bood, zijn ze gestopt de huur te voldoen. Tegen de tijd dat ze hulp zoeken, brengen ze niet alleen een tas vol ongeopende rekeningen, maar ook een behoorlijke dosis onverschilligheid mee. Ze treffen aan de andere kant van het loket een hulpverlener die geduldig uitlegt dat hij met de schuldeisers wil gaan praten over afkoop van de schulden. Maar niet zonder prijs: de schuldenaar moet wél bereid zijn drie jaar lang genoegen te nemen met een besteedbaar bedrag op bijstandsniveau, zodat de rest van zijn inkomen (inclusief extraatjes) kan worden gebruikt voor de afkoop of aflossing van de schulden.
Voor sommige schuldenaren is dat al teveel gevraagd. Anderen haken later af, bijvoorbeeld als de hulpverlener vragen begint te stellen over de auto en of die nodig is voor het werk. Toch lopen de meeste hulpverleningsgesprekken niet vast op halsstarrigheid van de cliënt. Van de 9500 schuldenaren die vorig jaar niet konden worden geholpen, had de meerderheid dit níet aan zichzelf te danken. In zesduizend gevallen waren het de schuldeisers die niet meewerkten.
Als het traject bij schuldhulpverlening - het zogenaamde 'minnelijke traject' - mislukt, kan een schuldenaar krachtens de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp) naar de rechter stappen. Deze stelt een bewindvoerder aan en dwingt de schuldeisers én de schuldenaar om mee te werken. De Wsnp is in 1998 ingesteld, als stok achter de deur, om te zorgen dat schuldenaren en schuldeisers het zélf op een akkoordje zouden gooien in het minnelijke traject. Maar sindsdien is het tegenovergestelde gebeurd: zowel schuldenaren als schuldeisers zien in de gang naar de rechter een lonkend alternatief.
In 2005 zochten bijna vijftienduizend personen hun toevlucht tot de Wsnp, ruim achthonderd meer dan het jaar ervoor. Het aantal schuldsaneringszaken dat voor de rechter komt, vertoont al vijf jaar een opgaande lijn. Schuldenaren verwachten dat de rechter moeilijk strenger kan zijn dan de schuldhulpverlening. En schuldeisers hopen méér van hun geld terug te zien als het dossier wordt overgenomen door een professionele bewindvoerder.
In werkelijkheid nemen zowel de schuldenaren als de schuldeisers een grote gok, meent Han van de Hoff, manager Wsnp van de Raad voor Rechtsbijstand. 'Aan de ene kant kan de bewindvoeder de schuldenaar dwingen om bezittingen, zoals zijn auto, te verkopen of om te gaan werken, waardoor er misschien méér geld bij elkaar wordt gebracht om onder de schuldeisers te verdelen. Maar aan de andere kant duiken er misschien ook wel nieuwe schuldeisers op, die niet bij het bureau schuldhulpverlening bekend waren. Bovendien wordt het salaris van de bewindvoerder van het inkomen van de schuldenaar afgetrokken, net als de kosten voor een aantal officiële publicaties. Samen al snel goed voor een kostenpost van achttienhonderd euro.'
Bad, bed en brood
Het zijn zeker niet alleen particuliere schuldeisers die geen medewerking wensen te verlenen aan schuldhulpverlening. Zo weigert het incassobureau van het ministerie van Justitie, dat onder andere de gelden van verkeersboetes int, om boetes te laten afkopen. Een parkeerboete van honderd euro is voldoende om een schuldenaar onmiddellijk in het wettelijke traject te doen belanden. Daarmee is Justitie een niet onbelangrijke 'leverancier' van de Wsnp.
Rechters en schuldhulpverleners breken zich het hoofd over de vraag hoe ze aan deze ontwikkeling een einde kunnen maken. De Nvvk gaat komende maanden de boer op bij gemeenten met een plan dat volgens haar een 'structurele' verandering betekent van de schuldhulpverlening. Nvvk-directeur Harry Wetzels: 'In plaats op de schulden te focussen, gaan we de schuldenaar centraal stellen. We gaan hem leren om te gaan met zijn budget. Daarvoor moeten we eerst het inkomen stabiliseren; het aflossen van de schulden zal even moeten wachten.'
Budgetbeheer - waarbij de schuldenaar wordt geholpen met zijn huishoudboekje - wordt al langer door sociale diensten en gemeentelijke kredietbanken aangeboden. Maar er wordt nog onvoldoende gebruik van gemaakt. Tijdens een vorige maand gehouden congres over schuldhulpverlening bleek echter dat er draagvlak bestond om meer mensen met schulden langs deze weg te helpen. 'Bed, bad en brood veiligstellen, dat is het belangrijkste', zegt Janny Storm, hoofd van het Bureau Schuldhulpverlening van de gemeente Dordrecht. 'Zorgen dat de schuldenaar een huis, stromend water en eten heeft. Zonder deze voorwaarden hoeven we niet te hopen dat de schuldenaar zijn gedrag zal veranderen.'
Belangrijk is echter dat de schuldeisers meewerken. Ze zullen in sommige gevallen langer op hun geld moeten wachten. Er zijn echter voortekenen dat grote schuldeisers zoals postorderbedrijven, energieleveranciers, woningbouwcorporaties, kabelexploitanten en zorgverzekeraars best te porren zijn voor een andere aanpak van de schuldenproblematiek. Vorige week tekenden onder meer de banken, woningbouwcorporaties, postorderbedrijven, energiebedrijven, en de Nvvk een intentieverklaring dat ze voornemens zijn samen een registratiesysteem van achterstallige betalingen op te zetten. Die registratie heeft tot doel te voorkomen dat mensen met betalingsachterstanden - huur, energie - nog méér schulden aangaan. De Nvvk hoopt dezelfde partijen nu ook te kunnen interesseren voor afspraken over hulp aan mensen die het stadium van voorkomen al voorbij zijn.
Maar ook bij gemeenten valt nog zendingswerk te verrichten. Gemeenten zijn niet wettelijk verplicht burgers met problematische schulden te helpen. En hoewel veel gemeenten afgelopen jaren een bureau schuldhulpverlening hebben opgericht, of een particulier bureau in de arm hebben genomen, zijn er ook die géén hulp bieden. Bijvoorbeeld omdat er een wettelijk vangnet bestaat: de Wsnp. Of omdat ze inwoners met schulden niet willen bevoordelen boven burgers die wél netjes hun rekeningen betalen. Bovendien: budgetbeheer zal de gemeenten maandelijks dertig tot veertig euro per klant kosten, schat Nvvk-directeur Wetzels. En dat terwijl door de toegenomen vraag naar schuldhulp de budgetten van de gemeenten al onder druk staan.