Niet loslaten
Bemoeizorger noemt Geert Siertsma zichzelf. Siertsma werkt bij de Friese GGD. De helft van zijn werkweek zoekt hij contact met mensen die diep in de problemen zitten, maar die elke vorm van hulpverlening weigeren. Dat kan allerlei redenen hebben. Siertsma: 'Ze zijn in de war of vereenzaamd en weten de weg niet te vinden of ze hebben wel contact gehad met instellingen maar zijn daar op afgeknapt.' Het gevolg is dat ze aan hun lot worden overgelaten, tot er een onomkeerbare situatie ontstaat. Siertsma: 'Ze veroorzaken overlast of ze betalen de huur niet meer en dreigen hun huis uitgezet te worden.' Maar ook in situaties waar wel hulpverlening was loopt het soms uit de hand. Siertsma: 'Er komen soms wel instanties over de vloer, maar die bemoeien zich alleen met "hun" stukje van het probleem, niemand overziet het geheel.'
Om dit soort rampen te voorkomen zijn in de provincie Friesland sinds een paar jaar sociale teams actief. Daarin treffen hulpverleners van diverse pluimage elkaar eenmaal per maand om probleemgevallen te bespreken en te proberen gezamenlijk tot een oplossing te komen. Siertsma is lid van drie van dergelijk teams: 'Het voordeel is dat je alle kennis die er is bij elkaar kunt leggen. Er is altijd wel iemand die de persoon in kwestie kent.' Hij noemt het voorbeeld van een echtpaar dat al een tijd lang veel overlast veroorzaakte. Vooral 's nachts hield het paar de buren uit hun slaap. Pogingen om in contact te komen mislukten keer op keer. Op brieven werd niet gereageerd, de telefoon werd niet opgenomen en aanbellen hielp evenmin.
Siertsma: 'De verslavingszorg wist dat het paar zware drankproblemen had, maar ook zij kregen er geen voet tussen de deur. Dat kon niet blijven duren. Toen hebben we een plan gemaakt: de woningstichting kondigde aan dat de huur zou worden opgezegd als hun gedrag niet veranderde. Dat zou huisuitzetting betekenen. Tegelijk zou ik proberen met de mensen in gesprek te komen.' Maar ook voor Siertsma ging de deur niet open. Siertsma: 'Toen ben ik wat recherchewerk gaan doen. Ik vond uit waar de man werkte en ik heb z'n werkgever opgebeld. "Werkt die en die bij u? Mag ik die even spreken?" Zo kreeg ik hem aan de lijn. Ik heb hem uitgelegd dat ik wist van zijn problemen en van de dreigende huisuitzetting. En toen gevraagd of ik een gesprek mocht hebben. Dat lukte.'
Siertsma is enthousiast over de samenwerking in het sociaal team: 'Groot voordeel is dat je voorbereid bent. Dat is heel belangrijk. Bij het eerste contact zijn de eerste vijf á tien minuten doorslaggevend. Gaat de hoorn erop of blijft hij aan de lijn? Als de mensen merken dat je van de hoed en de rand weet, is je entree veel sterker.' Tweede voordeel is dat je in overleg met de andere deelnemers in het sociaal team ook mogelijke alternatieven kunt regelen. Siertsma: 'Je komt niet met lege handen. Dat echtpaar bleek sociaal volkomen geïsoleerd. Ze leefden op een eilandje en de herrie en overlast die ze veroorzaken kan je zien als een soort laatste levensteken: 'Hier zitten we, help ons.' De buurt pruimt die mensen niet meer. Maar in overleg met de woningstichting kan je ze dan een herstart aanbieden: een nieuw huis en via de sociale dienst een vergoeding voor inrichtingskosten. Je biedt een perspectief. Maar daar staat wel iets tegenover. Zo kom je tot een deal.'
Schorskespringers
De sociale teams ontstonden in de jaren negentig in Leeuwarden uit onvrede met het langs elkaar heen werken van verschillende instanties bij de hulp aan mensen die met verschillende problemen tegelijk te kampen hebben (zie kader). Al snel bleek de aanpak aan te slaan. Inmiddels zijn in heel Friesland twintig teams actief.
De gemeente Leeuwarden zag in de vorming van sociale teams een mogelijkheid om een basisstructuur te creëren van waaruit de zorg voor mensen met meervoudige problemen kan worden gecoördineerd. Directeur Welzijn Dietske Bouma: 'Als gemeente kijken wij naar het welzijn van burgers. Vanuit die optiek ontwikkelen wij integraal beleid voor mensen met meervoudige problemen. Dat was voor ons de reden de professionalisering van de sociale teams te ondersteunen en de aanstelling van teamleiders mogelijk te maken.'
Ook bij de uitbreiding van het initiatief naar de rest van de provincie speelt Leeuwarden een belangrijke rol. Bouma: 'De stad werkt nu eenmaal als een magneet. Mensen met sociale problemen trekken op naar de stad omdat daar de mogelijkheden om te overleven en de voorzieningen er beter zijn. Leeuwarden heeft er dus alle belang bij dat alle Friese gemeenten op dit punt hun verantwoordelijkheid nemen.' De invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is daarbij een belangrijke katalysator. Bouma: 'De Wmo regelt onder meer dat de verantwoordelijkheid voor de openbare geestelijke gezondheidszorg (oGGZ) bij gemeenten komt te liggen. Het geld dat daarmee gemoeid is wordt vanuit Den Haag overgemaakt naar de centrumgemeenten. Leeuwarden kreeg daardoor de beschikking over een kleine 2,5 miljoen euro extra. Dat geld wordt deels gebruikt om te investeren in de ontwikkeling van sociale teams in de hele provincie.'
Platteland
Zo ontstond in 2006 ook een sociaal team voor de drie plattelandsgemeenten Littenseradiel, Bolsward en Wûnseradiel. Voor Theunis Piersma, burgemeester en portefeuillehouder financiën, sociale zaken en Wmo van Wûnseradiel kwam het initiatief als geroepen: 'Op het platteland kennen wij onze pappenheimers wel. Dus als het ergens weer eens uit de hand dreigde te lopen, dan haalde ik persoonlijk mensen bij elkaar om de brand te blussen.'
Tegelijk groeide bij Piersma de behoefte aan een structurele aanpak. Piersma: 'De mensen over wie het gaat noem ik wel eens schorskespringers, ze springen van de ene hulpverlener naar de andere, zoals je van de ene ijsschots naar de andere springt. Ze zijn lastig te pakken. Dat gold ook voor instellingen. Je loopt aan tegen privacyproblemen, ieder heeft z'n eigen aanpak. Toen hebben we als gemeente gezegd dat we daar een structurele oplossing voor moesten zoeken. Maar dan sta je voor het probleem dat je als gemeente niet de expertise hebt voor de aanpak van complexe problemen.'
De constructie van het sociaal team bood uitkomst. Piersma: 'Nu zitten alle disciplines bij elkaar en kun je ook preventief optreden.' En dus zit de burgermeester maandelijks voorafgaand aan het overleg van het sociaal team met de betrokken ambtenaren om tafel om te zien of de gemeente aanmeldingen heeft. Piersma: 'Op die manier hebben we het afgelopen jaar 21 meldingen gedaan.'
Een stevig aantal voor een gemeente waar de menselijke maat nog telt. Piersma: 'In de dorpen kennen de mensen elkaar. Die sociale elasticiteit is er nog steeds. We hebben over een bepaald iemand wel eens gezegd: "Dat is de meest in de watten gelegde verslaafde van het land." Maar dat komt toch neer op pappen en nat houden. Met de inzet van het team kan je in bepaalde situaties ook een draai maken, verandering op gang brengen.'
Het laatste vangnet
Marjan Houkes, tot voor kort teamleider van één van de Leeuwardense teams, is sinds kort samen met collega Astrid de Bue verantwoordelijk voor de ondersteuning van de sociale teams in de provincie. Eén van de opdrachten van Houkes en De Bue is de verschillen tussen stad en platteland in kaart te brengen. Hun constatering is dat die er nauwelijks zijn. De Bue: 'De oorzaken van problemen zijn steeds dezelfde. Armoede, verslaving in combinatie met psychische problemen.'
Houkes noemt de teams 'het laatste vangnet' voor mensen met complexe problemen. Houkes: 'Wij komen in actie als de reguliere hulpverlening moet passen en de situatie volledig uit de hand dreigt te lopen.' Allerlei instellingen bemoeien zich met deze mensen, maar van enige coördinatie is vaak geen sprake. Dat kan tot bizarre situaties leiden.
Houkes: 'Op een bepaald moment kregen we te maken met de situatie van een vrouw die als gevolg van schulden zoveel aflossingsregelingen had dat ze van haar uitkering nog 45 cent over had. En dat bedrag werd elke maand door de sociale dienst nog keurig overgemaakt ook.' De oorzaak van problemen ligt niet altijd bij onverantwoord gedrag van mensen zelf. De Bue: 'Uitkeringsinstanties wachten soms maanden en maanden met het vaststellen en overmaken van de uitkering. Voor mensen die al een laag inkomen en financiële problemen hebben, is dat nogal eens de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen.'
Dankzij de samenwerking in de sociale teams kunnen die problemen voor een deel worden opgelost. Een voordeel is dat het sociaal team iemand kan inhuren die rustig de tijd neemt om de financiële zaken op een rij te zetten. Houkes: 'Soms kost het een week of twee voordat je die hele Santenkraam op orde hebt en je met alle deurwaarders tot een akkoord bent gekomen. Die tijd kan een individuele maatschappelijk werker natuurlijk nooit vrijmaken.'
Maar dan nog zijn er instanties die roet in het eten kunnen gooien. De Bue: 'Met name met een uitkeringsinstantie als het UWV of de Belastingdienst is het heel moeilijk harde afspraken te maken. Daarom zijn we nu bezig op provinciaal niveau te komen tot een soort noodfonds waar we in uiterste noodzaak een beroep op kunnen doen.'
Het laatste vangnet zijn betekent dat de teams geen 'nee' kunnen verkopen. 'Niet loslaten is het motto', bevestigt Houkes. Toch beschrijft een boekje over het werk van de sociale teams dat ruim een jaar geleden verscheen, het onoplosbare probleem van meneer Joustra. 'Een vervuilde alcoholist die de hele dag porno kijkt en vuurwapengevaarlijk is. Alleen wijkverpleegkundige Sjoukje is nog welkom. Zij komt alleen als Joustra opbelt. Dan verzorgt ze hem en vertrekt meteen weer. Het sociaal team schrijft de wethouder: 'Deze man wil niet geholpen worden en wij hebben geen enkele (wettelijke) mogelijkheid om hem te dwingen. Omdat alcohol betaalbaar is, zal hij niet in het crimineel circuit belanden of voor veel overlast zorgen. Deze man drinkt zich langzaam dood.'
Toch een nederlaag? Houkes lacht: 'In dit soort gevallen hebben we geen stok achter de deur. Wil je hem uit huis halen, dan heb je een rechterlijke machtiging nodig. Die krijg je alleen als hij in de fout gaat of een gevaar vormt voor anderen.' In dit geval wachtte het team dus af tot de man een keer over de schreef ging. Houkes: 'Toen hebben we hem met een machtiging opgehaald. Hij ging mee als een mak lammetje. Het gekke was, wij dachten dat hij doodziek zou zijn, maar toen ze hem gewassen en geschoren hadden, bleek hij nog heel gezond ook.' Inmiddels zit meneer Joustra tot volle tevredenheid in een keurige bejaardenwoning.'
De werkwijze van de sociale teams vraagt een andere werkwijze van de deelnemers. Ze moeten niet alleen over de grenzen van de eigen instelling heen kunnen kijken, maar ook over die van de eigen functie. Houkes: 'In dit werk moet je vaak iets grensoverschrijdends doen. Daar is lef voor nodig. Daar kom je je eigen grenzen soms in tegen. Als je als wijkagent op een avond uit een psychisch labiele klant tegen het lijf loopt die over de schreef dreigt te gaan, moet je niet de andere kant op kijken. Dan stap je erop af en je biedt een lift naar huis aan en je belt de volgende dag even hoe het is. Dat is een andere manier van kijken naar je klant, maar ook naar je eigen manier van werken.'
De Bue: 'En als het ergens een dikke troep is, moet er op een gegeven ogenblik ook een keer gepoetst worden, al is dat niet je taak. Dat is een ander soort professionaliteit. In plaats van dat je zegt: 'Dit is wel mijn taak en dat niet,' zeggen wij: "Hé, die persoon daar is van mij." Noem het maar een institutionele vorm van sociale controle. Vanuit de sociale teams kijken we met meer ogen en met andere ogen naar de mensen.'
Soms moeten hulpverleners ook binnen de eigen instellingen creatief te werk gaan en grenzen overschrijden. GGZ'er Geert Siertsma heeft er ervaring mee: 'Creatief zijn betekent dat je snel moet kunnen reageren op crisissituaties. Dus als ik ergens een onhoudbare situatie verwacht, regel ik alvast een bed voor iemand. Lukt dat niet diezelfde dag, dan stel ik mijn bezoek een paar dagen uit. Zodat ik kan zeggen: "Stap maar bij mij in de auto, dan haal ik je hier even uit." Zo laveer je tussen de regels door.' De teamleiders spelen daarin een centrale rol, weet Marjan Houkes uit ervaring: 'Als je in het team afspraken hebt gemaakt en een plan van aanpak, dan moeten alle betrokkenen ook wel meteen goed reageren. Als teamleider moet je dan wel eens hoog in de boom klimmen om dingen toch gedaan te krijgen.'
Dubbele positie
Daarmee is de dubbele positie van de sociale teams geschetst: als laatste vangnet moeten ze regelmatig institutionele en bureaucratische grenzen doorbreken. Tegelijk opereren de teamleden namens de eigen organisatie en kan het sociaal team de achterliggende organisaties niet aansturen. Het evaluatieonderzoek (zie kader) naar het functioneren van de sociale teams in Leeuwarden waarschuwt dan ook voor vrijblijvendheid en doet de aanbeveling de formele positie van de teams te versterken. Uiteindelijk gaat het om de vraag of de sociale teams vooral een soort sociale Ehbo's zijn die klanten zo snel mogelijk overdoen aan achterliggende instellingen? In dat geval is de rol van de teams vrij beperkt. Maar de teams zouden kunnen uitgroeien tot cliëntgestuurde netwerken die de aanpak van complexe problemen op zich nemen.
Houkes: 'Dat zou mooi zijn. Nu gaat een deel van de klanten vrij snel door naar één van de achterliggende instellingen. Maar er zijn ook nogal wat mensen die een tijd lang onder de hoede van het team blijven.' Tegelijk relativeert ze het belang van bestuurlijke verhoudingen. Praktische afspraken en goede werkrelaties zijn minstens zo belangrijk. Houkes: 'Je kunt wel een geweldige bestuurlijke structuur maken, maar uiteindelijk gaat het gaat erom dat je weet hoe je iets geregeld krijgt. Weten wie je moet bellen. Daar gaat het bij ons vaak om.' De Bue: 'Vanuit dat idee zijn de sociale teams destijds ook gestart: niet te veel regelen vooraf, maar gewoon een aantal mensen bij elkaar zetten die het idee snappen en aan de slag gaan. Dat is de kracht van het concept en vanuit die invalshoek moeten de volgende stappen worden gezet.'
Iedereen kan klanten aanmelden
Nadat de sociale teams in de jaren negentig op informele wijze van start gingen, riep Leeuwarden in april 2004 drie sociale teams in het leven. Doel was te komen tot een effectieve basisstructuur voor de zorg voor burgers met meervoudige problematiek. Deelnemers komen van de GGZ, Verslavingszorg, politie, woningbouwcorporaties, GGD, sociale dienst, de maatschappelijke opvang en het welzijnswerk. Elk team heeft een onafhankelijk teamleider die door de gemeente wordt gefinancierd en in dienst is bij het stedelijk welzijnswerk. De teams vergaderen maandelijks. Bij heel ingewikkelde gevallen die niet direct aan één van de deelnemende organisaties kan worden toegewezen, vindt een apart zorgoverleg plaats waarin een gezamenlijk plan van aanpak wordt ontwikkeld.
Alle deelnemende organisaties, maar ook verontruste burgers, kunnen klanten aanmelden. In Leeuwarden zijn tussen 2004 en eind 2005 163 klanten aangemeld. De meeste aanmeldingen komen van de 'harde kant', de woningcorporaties (33%) het meldpunt Overlast en de politie (30%). Het sociaal team Wûnseradiel telde tot nu toe 53 aanmeldingen. 22 van de gemeenten (waarvan 21 van Wûnseradiel) en 31 van de woningbouwcorporaties. In Leeuwarden gaat de helft van de cliënten vanuit het sociaal team in traject bij één van de achterliggende instellingen, een vijfde staat langer dan vier maanden op de rol van het team zelf. Bron: Beukema L. en H. Spies: Meervoudige problemen, integrale aanpak, naar een versterking van de sociale teams Leeuwarden als clientgestuurd netwerk.
Dit is het laatste deel in een korte serie over de menselijke maat in de relatie overheid-burger. Eerdere afleveringen stonden in BB 40, 41, 42 en 44.