Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Marokkanen zonder verbinding

Hoe kan het toch, dat Marokkaanse jongens zo veel vaker uit de bocht vliegen dan bijvoorbeeld Turkse jongens? Criminologe Joanne van der Leun zoekt de nuance bij de barre statistieken.

Marokkaanse jongens weten als geen ander hoe ze kunnen provoceren. ‘Tegenover burgers, de politie, maar inmiddels óók tegenover journalisten. Dat doen ze deels omdát er zo op hen gelet wordt. Sommige Marokkaanse jongens vragen tegenwoordig geld aan cameraploegen. Ze redeneren: als die zich om ons verdringen, kunnen we er net zo goed iets aan verdienen.’

 

Die wisselwerking werkt volkomen averechts, betoogt de Leidse hoogleraar criminologie Joanne van der Leun. ‘Marokkaanse jochies van 8 jaar weten al dat mensen bang zijn als zo’n groepje jongens op een bepaalde uitdagende manier over straat loopt. Ze weten heel goed wat het effect is en worden steeds beter in provoceren.’

 

Het gevolg: meer ergernis bij de autochtonen, meer afkeer van die Marokkaanse jongens. Die voelen zich vervolgens nóg meer buitengesloten en in de gaten gehouden en gaan zich dus nóg vervelender gedragen. Mede daardoor worden ze vaker opgepakt, hetgeen de misdaadstatistieken verder opdrijft en het imago verder verslechtert.

 

‘Hoe meer zo’n groep op zichzelf wordt aangewezen, hoe sterker dit soort mechanismen een rol gaat spelen. Veel van die Marokkaanse jongens groeien inmiddels op in een straatcultuur, een cultuur van afkeer en haat tegenover de Nederlandse samenleving. Dat krijgen ze van jongs af aan mee, het is echt verschrikkelijk.’

 

De vraag is: waarom is deze dynamiek juist onder Marokkaanse jongens ontstaan, en niet onder bijvoorbeeld Turkse leeftijdgenoten? En: hoe valt de negatieve spiraal te doorbreken? ‘Niet door als autochtone Nederlander vriendelijk lachend door die probleemwijken te lopen en te hopen dat het dan allemaal wel goed komt. Zo naïef ben ik niet’, stelt Van der Leun. Er zal meer moeten gebeuren, betoogde ze onlangs in een opiniestuk in NRC Handelsblad.

 

‘Altijd maar schrijven over Marokkanen - media blijven hangen bij hoge criminaliteitscijfers maar zwijgen over oorzaken’, luidde de kop. ‘Het negeren van verklaringen en nuanceringen is contraproductief’, schreef de criminologe.

 

Netwerk

 

Op haar werkkamer in de Leidse binnenstad probeert ze die nuanceringen aan te brengen. Belangrijk element in haar verhaal: de versnippering binnen de Marokkaanse gemeenschap. ‘Marokkaanse jongeren voelen zich vaak gefrustreerd’, zo begint Van der Leun haar uiteenzetting. ‘Ze krijgen geen stageplek, hun opleiding loopt niet soepel omdat ze van huis uit de juiste bagage daarvoor niet hebben meegekregen. Ze proberen deel te nemen aan een samenleving waarvoor ze tekort komen. Thuis gelden andere regels, deels meegebracht uit Marokko, deels voortvloeiend uit een gebrek aan aansluiting van de ouders hier. Veel Marokkanen hier verkeren in de lagere regionen van de samenleving.’

 

Dat roept de vraag op: waarom geldt dat voor Marokkanen sterker dan voor Turken - immers in diezelfde periode naar Nederland gekomen uit een eveneens mediterrane en islamitische cultuur? Van der Leun: ‘Beide groepen kwamen voor laaggekwalificeerd werk naar Nederland, maar kort na hun komst werd dat werk afgestoten en ontstond werkloosheid.

 

'Turken wisten vervolgens veel meer dan Marokkanen hun eigen werkgelegenheid te creëren, mede dankzij hun hechte gemeenschap. Als je een winkeltje wilde beginnen, was er altijd wel iemand in je familie of netwerk die startkapitaal en informatie kon verschaffen. De veel verdeelder Marokkanen hebben zo’n netwerk niet’, zo geeft ze een voorbeeld van hoe de versnippering van de gemeenschap doorwerkt in de huidige belabberde situatie.

 

Moeizame verhoudingen

 

Van der Leun: ‘Ook kwamen de Marokkanen uit een cultuur met een niet-geschreven taal. De overgang naar een samenleving met een geschreven taal is voor hen groter dan voor Turken. Door dit alles komen dus veel meer Marokkaanse mannen nooit meer aan de slag. In een proces van tientallen jaren zijn uiteindelijk heel moeizame verhoudingen gekweekt tussen Marokkanen en de Nederlandse samenleving.

 

'Kinderen zien hun vader thuis wegsippen, hij kan hen ook niet vertellen hoe ze het op school moeten doen of hoe ze vooruit kunnen komen in deze maatschappij. De Marokkanen zijn zich vervolgens af gaan zetten tegen “die Nederlanders die hun vaders slecht hebben behandeld”. Ze voelen zich massaal afgedankt, terwijl Nederlanders denken: “Oh oh, wat hebben er veel Marokkanen een uitkering”.’

 

De hoogleraar trekt een vergelijking met het slavernijverleden waar gefrustreerde Antilliaanse jongeren zo vaak naar verwijzen. ‘Het is een soort collectieve legitimering geworden. We horen het tijdens onze onderzoeken heel vaak in interviews met die jongens. Je kunt er niet veel mee, je kunt de slavernij of de werkloosheid niet terugdraaien, maar die frustratie zit inmiddels wel in de collectieve identiteit van die groepen.’

 

Depressie

 

Ook op andere vlakken leidt de Marokkaanse versnippering tot verschillen met de Turkse gemeenschap, stelt Van der Leun. ‘Turken nemen veel meer gezamenlijke verantwoording voor hun kinderen, ze letten veel beter op elkaar. Marokkanen zijn, mede als gevolg van hun gebrek aan onderlinge verbondenheid, ook veel vatbaarder voor depressies. En zo werkt het op meerdere vlakken door. Het verschil in gemeenschap is cruciaal. Turken hebben het makkelijker. Het is gemakkelijker integreren als je uit een sterke club komt.’

 

Het naar binnen gerichte van de Marokkaanse gemeenschap en het wantrouwen jegens buitenstaanders werkt huwelijken in eigen kring in de hand, vaak zelfs binnen de familie. Wellicht daardoor zijn er naar verhouding ook veel laagverstandelijk gehandicapte Marokkanen, die dan weer extra veel baat zouden hebben bij een geborgen, gedegen opvoeding - die uitgerekend zij niet krijgen. En zo is de cirkel rond, schetst de Leidse criminologe.

 

Op de dieperliggende vraag hoe het kan dat ‘de’ Marokkaanse gemeenschap zoveel versnipperder is dan de Turkse, moet Van der Leun het antwoord grotendeels schuldig blijven. ‘Ik ben geen antropoloog. Frank van Gemert is dat wel, hij heeft in 1998 in zijn dissertatie Ieder voor zich beschreven hoe de kleine dorpsgemeenschappen in het Rifgebergte een enorme afstand hebben tot het centrale gezag. De mensen daar geloven totaal niet dat de overheid iets voor hen kan betekenen. Dat werkt door in de gebrekkig functionerende gemeenschap in Nederland.’

 

De versnippering en het wantrouwen leiden indirect ook weer tot een gebrek aan collectieve trots, aldus Van der Leun. ‘Marokkanen in Nederland die het goed doen, worden aangekeken als verraders. Zie wat een Aboutaleb over zich heen krijgt. Het wantrouwen tegenover de Nederlandse samenleving zit zó diep… Als een Marokkaan hier tot de elite gaat behoren, zetten anderen zich ertegen af.’

 

Verdeeldheid

 

De verdeeldheid onder Marokkanen is niet alleen oorzaak van veel problemen, het staat de oplossing soms ook in de weg. Volgens Van der Leun moet de kentering van de negatieve spiraal uit de Marokkaanse gemeenschap zelf komen.

 

‘Initiatieven als de opvoedambassadeurs, waarbij Marokkaanse vaders een handje helpen bij de opvoeding, zijn hartstikke mooi. Maar zoiets moet je lokaal, van onderop organiseren - en dat is dus weer extra lastig vanwege die versnippering. De Marokkanen die desondanks dergelijke initiatieven ontplooien, moeten zich weer verweren tegen Marokkaanse verwijten van “theedrinken” en “heulen met de vijand”. Ik kan me dus best voorstellen dat zo’n Aboutaleb inmiddels denkt: ik kan niet in mijn eentje de problemen van de complete Marokkaanse gemeenschap oplossen.’

 

Volgens Van der Leun ligt de uitweg uit deze vicieuze cirkel vooral in scholing. ‘Die bepaalt uiteindelijk de kansen in de maatschappij. Alleen betere scholing zet zoden aan de dijk. Er is onder deze jongeren heel veel uitval, mede omdat er thuis zo weinig ondersteuning is in hun schoolcarrière. Dus moet je hun omgeving stimuleren om die jongens een handje te helpen hun school succesvol af te ronden, of je organiseert die ondersteuning bij de onderwijsinstellingen.’

 

Daarnaast moet de pure criminaliteit worden aangepakt met een persoonsgerichte aanpak, waarbij je iemand in zijn hele criminele carrière volgt, stelt Van der Leun. ‘Vroeg en streng reageren, de normen handhaven, niet marchanderen. Kijk daarbij naar de criminele patronen van een individu, doe niet elke zaak losstaand af. Zo’n “veelplegersaanpak” is intensief, maar daarmee kun je het patroon van recidive onder deze jongens wel doorbreken.’

 

Ook zou wat de Leidse wetenschapper betreft meer ingespeeld moeten worden op de ‘enorme statusgevoeligheid’ onder Marokkaanse jongeren. ‘Laat hen op een andere manier status vergaren, bijvoorbeeld als straatcoach.’

 

Voorbeeldje

 

Een doordacht langetermijnbeleid rond Marokkaanse jongeren ontbreekt echter, signaleert Van der Leun. ‘Net als bij de aanpak van de criminele Antilliaanse jongens wordt elke keer het wiel opnieuw uitgevonden. Er is ook rond de Marokkanen inmiddels een heel beleidscircus ontstaan, maar ook hier geldt: het is allemaal versnipperd. Een voorbeeldje hier, een trajectje daar. Maar deze Marokkanenproblematiek is een kwestie van de lange adem.

 

'In de jaren ‘90 wisten onderzoekers aan de Erasmus Universiteit Rotterdam al dat Marokkanen piekten in de criminaliteitsstatistieken. Off the record hadden ze het daar wel over, maar het was nog taboe. Dat is dé grote fout geweest: het heeft allemaal veel te lang doorgerot.’

Print dit artikel
Mail dit artikel
Deel dit artikel op

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Chris van der Kroon op
Goed artikel. Alleen in de laatste alinea wordt weer een mythe aangehaald. Alsof er in de jaren negentig er geen discussie was over criminaliteit bij Marokkanen. In Amsterdam was de toenmalige hoofdcommissaris Eric Nordholt die begin jaren negentig de criminaliteit bij Marokkanen aan de kaak stelde. Daarnaast blijkt uit de Volkskrant van 22 december 1990 (een special over de islam) dat er al in de jaren tachtig een discussie gaande was over de hoge criminaliteit bij Marokkaanse jongeren.
Door wieweet op
"Een cultuur van afkeer en haat tegen de Nederlandse Samenleving".
Als men die gevoelens heeft staat het hen toch vrij om ergens buiten de Nederlandse grenzen te gaan wonen. Ergens waar men zich wel lekker voelt? Of snap ik iets niet?
Door Zwijn  (reaguurder)op
Dus 8-jarige marokkanen kunnen geen stage-plek en geen werk krijgen en worden crimineel

Kijk ook eens naar islam (vrouwen zonder hoofddoek zijn hoeren) en naar de berber-cultuur (stelen voor de clan).
Door Edward Neering  (Interim Manager )op
Goed artikel!

Vacatures

Partner Bijdragen

recente bijdragen