of 59236 LinkedIn

Leren denken als een generalist

Utrecht telt sinds 2015 achttien buurtteams die met een vooraf vastgesteld budget de basiszorg sociaal en jeugd moeten leveren. Medewerkers zijn enthousiast en willen niet terug naar ‘vroeger’. Het prikkelt de innovatiekracht om te komen tot gezamenlijke oplossingen voor individuele cliënten.

Utrecht telt sinds 2015 achttien buurtteams die met een vooraf vastgesteld budget de basiszorg sociaal en jeugd moeten leveren. Medewerkers zijn enthousiast en willen niet terug naar ‘vroeger’. Het prikkelt de innovatiekracht om te komen tot gezamenlijke oplossingen voor individuele cliënten.

Buurtteams Utrecht innoveren met vast budget

Op een druilerige maandagmorgen is het een komen en gaan van mensen op de Utrechtse Marco Pololaan. Daar, op een centrale plek in de wijk, is het buurtteam Kanaleneiland-Noord gevestigd. ‘Alle buurtbewoners kunnen bij ons terecht voor vragen over schulden, eenzaamheid, overlast, werk of opvoeding’, vertelt Annemieke Scholten, directeur van Buurtteamorganisatie Sociaal Utrecht (Incluzio). Het is niet de enige plek waar inwoners met hun vragen terecht kunnen. Ook bij woonzorgcentra houdt het Buurtteam Sociaal spreekuur. Daarnaast laten medewerkers van het buurtteam hun gezicht zien op de markt of in winkelcentra. Die laagdrempeligheid is een must, benadrukt Scholten. Zo veel als het kan worden de bewoners door een van de buurtteammedewerkers (generalisten) zelf geholpen. Alleen als het noodzakelijk is, worden ze doorverwezen naar de tweedelijnszorg.

‘Elke buurt een betere buurt, is ons uitgangspunt’, vult buurtondernemer Gadiza Bouazani aan. Bouazani is niet alleen teamleider van het Buurtteam Sociaal Kanaleneiland-Noord, maar moet er ook voor zorgen dat vraag en aanbod op elkaar aansluiten. En als er geen aanbod is dan gaat ze daar naar op zoek. Zo is met samenwerkingspartners in de wijkbibliotheek een sollicitatiespreekuur gestart. Ondernemen in de buurt dus. De Buurtteamorganisatie Sociaal Utrecht (Incluzio) heeft na een aan besteding getekend voor de sociale basiszorg in de hele Domstad. Met een vooraf vastgesteld budget, gebaseerd op onder meer de sociaal- economische status en de historische zorgvraag van de wijkbewoners, moet Incluzio in ieder geval tot 2019 die sociale basiszorg leveren. ‘Jeugd’ is via een aanbesteding aan een andere partij, Lokalis, toebedeeld.

De generalisten van zowel sociaal als jeugd zijn in dienst van de respectievelijke organisaties; de gemeente staat op afstand. Het budget is niet leidend bij het leveren van de juiste ondersteuning, stelt Scholten van Incluzio. Wel maakt het dat de generalisten uit de buurtteams eerder kijken of er niet een collectief aanbod voorhanden is dat de inwoner verder kan helpen, in plaats van een individueel aanbod. De innovatiekracht wordt geprikkeld.

Wekelijkse inloop
‘We proberen met nieuwe manieren mensen te helpen’, verduidelijkt Bouazani. Zo kwamen er diverse vragen van mannen die kampten met eenzaamheid. ‘We hebben een wekelijkse inloop georganiseerd waar die mannen bij elkaar komen. Dat werkt heel goed. Zij komen inmiddels ook op andere momenten bij elkaar. Dat is mooi om te zien. We hebben een individuele vraag collectief beantwoord. Onze mensen worden gestimuleerd om zo te denken.’

Wennen is het wel, voor zowel de professional als de hulpvrager. ‘Sommige medewerkers vinden het leuk, anderen lastig’, weet Scholten. ‘Je stapt echt in het leven van de bewoners en kijkt als generalist breder dan voorheen. Het mooie is dat we echt dichtbij blijven. Als het nodig is, stappen we weer even in terwijl we op andere momenten, in afstemming met de klant, juist afstand nemen’, stelt Bouazani. Een opleidingstraject helpt de medewerkers als generalist te denken en te handelen, én inwoners aan te spreken op wat ze zelf aan hun situatie kunnen doen. ‘We willen toe naar een duurzame oplossing, waarbij het dus belangrijk is dat we de veerkracht van de inwoners vergroten.’

Ook bij inwoners moest de knop om; niet meer elke vraag wordt immers met een individueel aanbod beantwoord. ‘In het begin eisten ze dat net als vroeger gewoon professionele hulp werd geleverd. Dat hoor ik nu vrijwel niet meer’, weet Bouazani. ‘We hebben nu beter de echte vraag in beeld en kunnen bij de beantwoording daarvan beter aansluiten bij allerlei initiatieven in de wijk’, voegt Scholten daaraan toe. ‘Dat is ook de crux van het model waarvoor Utrecht heeft gekozen.’

Positieve geluiden
Ook bij Lokalis zijn overwegend positieve geluiden te horen over het Utrechtse model. De ruimte die professionals – hier gezinswerkers genoemd – krijgen en de sterk verminderde verantwoordingseisen van de opdrachtgever zijn een verademing, vertellen Marenne van Kempen, bestuurder van Lokalis, en programmamanager Esther Alblas. Ook Lokalis heeft per 2015 voor een periode van vier jaar een ‘zak geld’ meegekregen met de opdracht de basishulp jeugd en gezin wijkgericht te regelen en te geven. Het budget is gebaseerd op het historische zorggebruik.

Anders dan bij de Buurtteams Sociaal is er een speciaal jeugdteam voor het middelbaar onderwijs. ‘Het idee daarachter is dat het leefgebied van 12-minners zich vooral in de wijk afspeelt, maar dat jongeren niet snel bij hun ouders om de hoek voor hulp zullen aankloppen’, verduidelijkt Van Kempen. Dus hebben deze jeugdteams werkkamers op de scholen. De meerwaarde van wijkgericht werken is groter dan vooraf gedacht, stellen Van Kempen en Alblas. ‘Voorheen gingen we uit van het individuele kind of de gezinssituatie. Nu we in de wijk zitten, krijgen we veel meer inzicht in de omstandigheden waarin het kind opgroeit. Op die manier krijgen we ook meer zicht op gedeelde problematiek’, aldus Van Kempen. Als je veel voorkomende problemen in een wijk in het vizier hebt, kun je weer beter inzetten op preventie; een van de doelstellingen van de decentralisatie.

Ook de ‘één gezin-één plan-één regisseurgedachte’ komt via de generalistisch werkende jeugdteams echt van de grond. ‘Zeker voor gezinnen met meervoudige vragen is dat een verbetering’, stelt Alblas. De samenwerking met de specialistische hulp loopt steeds soepeler, al heeft dat wel tijd gekost. ‘We krijgen steeds scherper in beeld wat we aan elkaar hebben’, merkt Alblas. Die preventieve kant moet nog wel meer tot ontwikkeling komen, vinden beiden. ‘De eerste twee jaar hebben we ons vooral gericht op de generalistische basishulp: wat moet het gezinnen opleveren? We waren minder gericht op wat er zich op wijkniveau afspeelt. Nu ligt er een stevige basis en ontstaat er meer ruimte voor de volgende stap. Als je de situatie in de wijk niet meeneemt, heeft een interventie bij een kind minder effect’, aldus Alblas.

Ruimte
Het wijkgericht werken in combinatie met het vooraf vastgestelde budget is eigenlijk wel prettig. Van Kempen: ‘De verantwoording zit aan de achterkant, waardoor professionals ruimte krijgen om te doen wat nodig is.’ Het is beslist geen kwestie van ‘u vraagt, wij draaien’, en ja, dat is ook hier wennen voor zorgvragers. Van Kempen: ‘Mensen verdienen een zelfde uitkomst, maar die is voor iedereen anders.’ Uiteindelijk moeten mensen voldoende veerkracht krijgen om in de toekomst met problemen om te gaan. ‘Hulpverleners zijn voorbijgangers. Samen met het kind of het gezin moet worden gezocht naar een duurzame oplossing.’


Wijkgericht contracteren
De gemeente Utrecht heeft een cliëntervaringsonderzoek (ceo) Wmo en Jeugd laten uitvoeren door onderzoeksbureau Labyrinth en het Verwey-Jonker Instituut. Uit dat onderzoek (over 2015) blijkt dat cliënten de Buurtteams Sociaal positief beoordelen (gemiddeld een 7,6). Acht op de tien cliënten geeft aan zonder hulp verder te kunnen na de ondersteuning door het buurtteam. Uit de Monitor Buurtteams Sociaal 2015 blijkt dat bij alle 3.173 geanalyseerde casussen (uit alle 18 buurtteams) de zelfredzaamheid is toegenomen. Bij het onderdeel jeugd van het ceo wordt in de beoordeling niet ingegaan op specifieke ervaringen met de Buurtteams Jeugd en Gezin en het effect op de zelfredzaamheid. Binnenkort start het cliëntervaringsonderzoek over 2016 voor de Wmo en Jeugd. De resultaten ervan worden later dit voorjaar verwacht.


‘Gemeente Utrecht denkt actief mee’
‘Voor de uitvoering heeft de gemeente Utrecht bewust gekozen voor de rol van opdrachtgever van twee zelfstandige buurtteamorganisaties. En we leggen veel vertrouwen, vrijheid en verantwoordelijkheid bij de professionals bij de buurtteams’, stelt wethouder Victor Everhardt (jeugd). Niet dat de gemeente er geen bemoeienis mee heeft. ‘In Utrecht hechten we aan co-creatie. We ontwikkelen de jeugdhulp en dus ook de Buurtteams in een hechte samenwerking met de partijen in het veld. We denken actief mee, we motiveren en we faciliteren. We willen daarbij wel scherp blijven op onze rol als opdrachtgever.’

De ontwikkeling van de buurtteams is eigenlijk nog maar net begonnen, laat wethouder Kees Diepeveen (sociaal) weten. ‘We merken de behoefte om ook de sterke ondersteunende krachten in de wijk te benutten, om nog beter aan te sluiten bij netwerken in de buurt, bij vrijwilligerswerk en informele zorg. Er is hier zoveel meer uit te halen.’ Over de ambitie en motivatie van de buurtteams heeft hij niets te klagen, integendeel. ‘De ambitie en motivatie bij de buurtteams kan ook een risico met zich meebrengen, daarom kijken we goed naar het tempo van de vernieuwingen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.