of 59045 LinkedIn

‘Laat aan elkaar zien wat werkt’

Aart van der Gaag moet in dik jaar tien jaar tijd 100 duizend garantiebanen scheppen. Hij heeft er zin in. Maar hij wil wel gelijke kansen voor iedereen – en dus een bredere doelgroep. ‘Dat iemand uit de Wia buiten de doelgroep valt begrijp ik niet.’

Aart van der Gaag moet in dik jaar tien jaar tijd 100 duizend garantiebanen scheppen. Hij heeft er zin in. Maar hij wil wel gelijke kansen voor iedereen – en dus een bredere doelgroep. ‘Dat iemand uit de Wia buiten de doelgroep valt begrijp ik niet.’

Als iemand het kan, is hij het, moeten ze bij werkgeversorganisatie VNO-NCW, ondernemersvereniging MKB-Nederland en land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland hebben gedacht. Want Aart van der Gaag (65) is het grootste deel van zijn werkzame leven bezig met het aan het werk krijgen van mensen. Als baas van een arbeidsbureau, de koepel van de Sociale Werkvoorziening en de koepel van uitzendbureaus. Arbeidsbemiddeling zit hem in het bloed. Nu mag hij 100 duizend banen creëren en dan ook nog eens voor mensen ‘met een vlekje’. Wat een opgave! Gelukkig hoeft hij het niet alleen te doen, als boegbeeld van drie grote clubs.

Van der Gaag, lachend: ‘Gelukkig helpen die ook mee. Bij VNO-NCW alleen al staan vijf of zes secondanten die deeltaken verrichten. Bovendien komen er ambassadeurs in het hele land die met werkgevers in gesprek gaan. Zij gaan een rol spelen in de regionale werkkamers om daar het werkgeversgeluid naar voren te brengen. Die ambassadeurs krijgen allemaal een soort witboek mee en trainingen over hoe op te treden. Daarnaast willen we dat werkgevers die deze doelgroep al aan het werk hebben anderen gaan overtuigen. De aanbiedingen vliegen me al om de oren.’

Wat voor aanbiedingen?
‘Vanuit de schoonmaakbranche, de catering en de beveiliging kreeg ik te horen: wij gaan er de komende 12 jaar 10 duizend opnemen. Dat scheelt een slok op een borrel. Mensen willen helpen, organisaties van Wajongeren die ambassadeurs willen leveren. Het UWV, het ministerie van SZW, Cedris en Divosa die allemaal aangeven: we staan voor je klaar, we gaan aan de slag. Enthousiasme zonder dat het gespeeld is.’

U kent de doelgroep goed. Kunt u inschatten of het gaat lukken?
‘Ik dácht dat ik de doelgroep kende. Ik heb tenslotte altijd in de arbeidsbemiddeling gezeten en ook bij de Sociale werkvoorziening. Maar nu ik een paar maanden aan de slag ben, besef ik dat ik heel veel níet weet. Het aantal organisaties dat hierbij betrokken is... Daar word je duizelig van. En dan moet je nog proberen te doorgronden wat al die organisaties doen om mensen naar de arbeidsmarkt te leiden. Da’s een vak apart. En alle verschillende bestanden met mensen, vanuit het UWV, vanuit de Wsw, vanuit gemeenten. Die bestanden moeten transparant zijn, maar zijn dat nog lang niet.’

Over welke bestanden heeft u het?
‘Welke mensen uit de Wwb onder de garantiebanen vallen. Het gaat om drie groepen. De huidige wachtlijst voor de sociale werkvoorzieningen. Die is bekend. Ook het Wajong-bestand is bekend. Maar gemeenten moeten uit alle bijstandsgerechtigden de mensen zien te plukken die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Dat is een hele klus. Wie gaat dat doen? De sociale dienst, het UWV? Gaan ze externen inhuren of doen ze het zelf? Er zijn in dit land zo’n 350 duizend Wwb’ers. En hoeveel daarvan een arbeidsbeperking hebben? Ik weet het niet. Geen enkele gemeente weet het. Dus moeten we die allemaal doorspitten. Bovendien: om mensen onder de garantiebanen te willen laten vallen, moeten ze worden aangemeld bij het doelgroepenregister van het UWV. Zo’n aanmelding kost de gemeente per persoon 800 euro. Dat is voor het bepalen van loonwaarde, administratie en dergelijke. Gemeentelijke budgetten zijn krap en een aanmelding geeft geen garantie op een baan, dus ik moet nog zien of alle gemeenten dat gaan doen.’

Er zijn sectoren waar grote groepen aan de slag kunnen. U noemde er al een paar. Waar wordt het lastig?
‘Natuurlijk zijn er grote technische bedrijven met hoogopgeleiden die zeggen: bij ons kan dat niet. Daar moet je anders naar gaan kijken. Iedereen heeft in zijn werk wel iets dat iemand anders met minder arbeidscapaciteit ook zou kunnen doen. Een paar van dat soort kleine taken maken een baan voor een arbeids­gehandicapte. Er is een hartstikke leuk voorbeeld van een bedrijf in medische hulpmiddelen dat enorm veel restproducten had. Ze hebben nu een wajongere in dienst die 20 duizend euro per jaar kost. Maar met een paar simpele handelingen bespaart hij het bedrijf 100 duizend euro. Dat soort verhalen moeten we samenbrengen.’

Werkgevers zijn voorstanders van het uitbreiden van de doelgroep. U ook?
‘Het is ongelooflijk raar dat de doelgroep op de huidige manier is samengesteld. Ik begrijp daar niets van. Dat iemand uit de Wia buiten de doelgroep valt, begrijp ik niet. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer zaten op de eerste en tweede rij blinden en doven. Die vallen dus niet onder de doelgroep en komen daardoor nog lastiger aan de bak. Dat kan en mag je niet willen. Veel mensen hebben een achterstand. Als je drie jaar in de bijstand zit ook, of als je weinig opleiding hebt of de taal niet goed spreekt. Maar als wij allerlei verschillende doelgroepen gaan maken, hebben we straks vijftien Aart van der Gagen nodig.’

Welke tips heeft u voor gemeenten?
‘Gemeenten moeten praktischer worden. Ga in gesprek met lokale ondernemers. Dat gebeurt al veel, hoor, maar dat moet nóg meer. Er zijn nog te veel mensen bezig beleidsstukken te schrijven terwijl ze nog nooit een ondernemer hebben gezien. Zoek ze op, ga in gesprek, voel wat ondernemers nodig hebben. En daarbij: er is veel expertise. Bij de eigen Sw-bedrijven, bij het UWV maar ook in de private sector. Zoals bij uitzend- en re-integratiebedrijven. Gebruik die kennis. En tot slot: vermarkt je successen. Laat zien wat werkt. Ik hoop niet dat 400 gemeenten of 35 arbeidsmarktregio’s het allemaal zelf willen uitvinden. Deel de successen.’

100 duizend banen in 2026. Gaat het u lukken?
‘Nou, tegen die tijd ben ik 77, dus laten we het eerst over de eerste drie jaar hebben. In die tijd moeten we er 23 duizend halen. Er zijn nog veel vooroordelen en die moeten we weghalen. Tegelijkertijd zijn er een kleine 30 duizend bedrijven die in aanmerking komen voor de quotumwet en dus allemaal mensen op kunnen en moeten nemen. Ik loop nu al tegen zo veel initiatieven aan. Ik ben ervan overtuigd dat het de eerste drie jaar lukt. Daarna is de economie weer aangetrokken. Er zijn zo veel mogelijkheden. Aan het eind van de rit kunnen we er nog weleens op uitkomen dat er te weinig aanbod van mensen is!’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.