of 58959 LinkedIn

Kwart mijdt dure zorg

Een kwart van de Nederlanders ziet af van zorg en ondersteuning door de hoge eigen bijdragen die zij voor Wmo-voorzieningen moeten betalen.

Een kwart van de Nederlanders ziet af van zorg en ondersteuning door de hoge eigen bijdragen die zij voor Wmo-voorzieningen moeten betalen. Burgers worden vooraf nauwelijks geïnformeerd over het bedrag dat ze voor hulp moeten neertellen, ook niet als dit omhoog gaat.

Dit blijkt uit onderzoek van Binnenlands Bestuur en Ieder(in) naar het beleid rondom eigen bijdragen van gemeenten en de gevolgen daarvan voor inwoners met een Wmo-voorziening (zie kader Verantwoording). Voor veel mensen wordt het schrikken in maart, als de eerste rekeningen over 2016 via het CAK bij hen op de deurmat vallen.


AfbeeldingAfbeelding


Van de ondervraagde zorggebruikers zegt een kwart te zijn gestopt met zorg of hebben besloten minder zorg af te nemen. ‘Het is ronduit schokkend dat veel mensen door de hoogte van de eigen bijdrage afzien van zorg’, stelt Ieder(in)-directeur Illya Soffer. ‘Dit onderzoek laat zien dat mensen daardoor vaak worden overvallen. Bovendien verdwijnen er op deze manier ook mensen uit beeld die hulp van de gemeente nodig hebben. Mensen vertellen ons dat ze hierdoor in isolement raken en misschien zelfs in een instelling opgenomen moeten worden. Dat staat haaks op de bedoelingen van de nieuwe Wmo.’

Gemeenten zijn minder pessimistisch over het aantal afhakers: zij geven aan dat één op de vijf zorgbehoevenden regelmatig afziet van zorg door de hoogte van de eigen bijdrage. De gemeente Alkmaar geeft aan dat het steeds vaker voorkomt dat mensen net boven het minimum inkomen afzien van zorg. De verantwoordelijk wethouder wil dit desgevraagd niet verder toelichten. Gemeenten stellen dat zeven op de tien inwoners ‘nauwelijks’ afzien van zorg. Slechts één op de twintig Nederlanders ziet ‘nooit’ af van zorg vanwege de eigen bijdrage.

Tien procent van de gemeenten heeft geen zicht of inwoners afzien van zorg, waaronder Zevenaar. ‘Een deel van de inwoners meldt zich mogelijk om die reden niet bij de gemeente.’ Een aantal gemeenten zegt daar wel onderzoek naar te (gaan) doen, zoals Lelystad en Rotterdam.

Geen zorgen
De Culemborgse wethouder Joost Reus (Wmo, GroenLinks) maakt zich geen zorgen over de afhakers. ‘Mensen met een hoog inkomen zien nu regelmatig af van een maatwerkvoorziening − met name huishoudelijke hulp − omdat de eigen bijdrage hoger wordt dan het bedrag dat mensen kwijt zijn als ze de huishoudelijke hulp zelf regelen. In mijn ogen is de gevraagde eigen bijdrage voor mensen boven de inkomensgrens alleszins redelijk. Vanwege ons minimabeleid ben ik niet bang dat mensen afzien van zorg omdat ze de eigen bijdrage niet kunnen betalen’, stelt Reus. Culemborg brengt sinds januari voor haar inwoners met een inkomen tot 120 procent van de bijstandsnorm geen eigen bijdrage in rekening.

Zaanstad heeft haar beleid aangepast, na klachten over de stijging en signalen dat de mensen hun ondersteuning stopzetten. Zo zijn onder meer de hoogste maximale eigen bijdragen, zoals arrangementen voor dagbesteding, verlaagd van maximaal 800 euro per vier weken naar maximaal 220 euro per vier weken. ‘De eigen bijdrage mag geen reden zijn dat mensen zorg gaan mijden’, vindt verantwoordelijk wethouder Jeroen Olthof (Wmo, PvdA).

Gemeenten melden in de meeste gevallen wel dát er een eigen bijdrage voor een Wmo-voorziening is verschuldigd, maar niet hoe hoog deze zal zijn. Ook als burgers dit jaar een hogere eigen bijdrage moeten gaan betalen, laten veel gemeenten het na hun inwoners daarvan op de hoogte te stellen. Een aantal gemeenten verlaagt dit jaar de tarieven. Meer dan de helft van de zorggebruikers weet niet wat ze vanaf januari kwijt zijn aan eigen bijdrage. Ruim een kwart denkt dat deze gelijk zal blijven; 17 procent vreest dat ze meer moeten gaan betalen. Van de 66 gemeenten die aan het onderzoek hebben meegedaan, stelt 44 procent hun inwoners te hebben geïnformeerd over verhoging van de eigen bijdrage vanaf januari. Bijna één op de vijf gemeenten heeft dat niet gedaan. Het CAK stelt overigens dat er voor de meeste mensen minder zal veranderen dan vorig jaar.

Uit het onderzoek onder gemeenten blijkt verder dat weinig mensen vragen om een ander, goedkoper alternatief. Eén op de twintig Nederlanders doet dat regelmatig, één op de drie nauwelijks en 35 procent vrijwel nooit. Maar ook hier geldt dat veel gemeenten eigenlijk helemaal niet weten of mensen, vanwege de hoge eigen bijdrage, een goedkoper alternatief willen. Ruim de helft van de gemeenten weet ook niet of hun inwoners überhaupt inzicht hebben in de eigen bijdrage die ze moeten betalen, voor dat daadwerkelijk van de voorziening gebruik wordt gemaakt. Een kwart van de inwoners heeft dat wel, stellen gemeenten. Ze hebben dat dan veelal zelf uitgerekend.


Afbeelding


Afbeelding


Geen inzicht
Gemeenten stellen die informatie niet te kunnen geven omdat ze geen inzicht hebben in het inkomen en andere gegevens van hun inwoners op basis waarvan het CAK de eigen bijdrage berekent (zie kader). De zes Drechtsteden worstelen daar wel mee. Zij zouden liever vooraf duidelijkheid verschaffen. ‘Als een klant ons vraagt om te helpen met het invullen van de rekenmodule en zijn gegevens over inkomen en vermogen vrijwillig beschikbaar stelt, dan doen we dit. Veel Wmo-klanten geven er echter de voorkeur aan om die gegevens niet met de gemeente te delen.’ Het gros van de zorggebruikers geeft aan tijdens het keukentafelgesprek niet geïnformeerd te zijn over het feit dat een eigen bijdrage is verschuldigd, noch over de hoogte ervan.

Het ontbreken van inzicht in de hoogte van de eigen bijdrage heeft, met het afzien van zorg als meest vergaand gevolg, een aantal nadelen. Ten eerste kan niet direct, aan de keukentafel, om een goedkoper alternatief worden gevraagd. Een ander nadeel is dat zorgbehoevenden geen bezwaar meer kunnen maken tegen een toegekende, te dure, Wmo-voorziening. De rekening van de CAK valt pas in de bus na het verstrijken van de bezwaartermijn tegen de gemeentelijke beschikking waarin een Wmo-voorziening wordt toegewezen.

Gemeenten hebben dus weinig zicht op de gevolgen van het eigen bijdragenbeleid voor hun inwoners. Er worden daarnaast nauwelijks instrumenten ingezet om de financiële pijn voor hun inwoners te verzachten. Er zijn diverse ‘knoppen’ waaraan gemeenten kunnen draaien om het ‘basis­bedrag’ waarop de eigen bijdrage wordt berekend, lager te laten uitvallen (zie kader). En daarmee uiteindelijk de eigen bijdrage voor hun inwoners. Uit het onderzoek blijkt dat vier op de tien gemeenten geen enkel instrument inzet om de hoogte van de eigen bijdragen naar beneden bij te stellen. Gemeenten die dat wel doen, doen dat vooral via het verlagen van het uurtarief en het kwijtschelden van eigen bijdragen.

Uitzonderingen zijn er wel. Een aantal gemeenten heeft de eigen bijdragen dit jaar verlaagd of voor een aantal voorzieningen helemaal geschrapt. Zo heeft Nieuwegein de eigen bijdrage voor begeleiding en kortdurend verblijf neerwaarts bijgesteld. Los van deze ‘gemeentelijke knoppen’ kunnen gemeenten aan het CAK vragen het ‘start­bedrag’ voor de berekening van eigen bijdrage te verhogen, in het voordeel van de klant. Slechts een twintigtal gemeenten maakt van die wettelijke mogelijkheid gebruik.


De ‘knoppen’ voor eigen bijdrage

• Verhogen inkomensdrempel
De inkomensdrempel voor de laagste periodebijdrage kan worden verhoogd, zodat een grotere groep inwoners de laagste maximale periodebijdrage betaalt.

• Verlagen marginale tarief
Het marginaal tarief is een percentage dat bepaalt hoe snel de maximale periodebijdrage stijgt naarmate het inkomen stijgt. Met het verlagen van dit percentage wordt de stijging van de eigen bijdrage afgevlakt.

• Verlagen maximale periodebijdrage
Gemeenten kunnen het bedrag van de minimaal te betalen periodebijdrage naar beneden bijstellen.

• Verlagen uurtarief
Gemeenten geven aan het CAK lagere uurtarieven door dan het bedrag dat gemeenten aan de zorgverleners betalen. Kwijtschelden eigen bijdrage. Voor bepaalde groepen mensen of bepaalde voorzieningen heffen/innen gemeenten geen eigen bijdrage.


Berekening eigen bijdrage
Gemeenten mogen maximaal de kostprijs van een Wmo-voorziening aan het CAK doorgeven voor de berekening van de eigen bijdrage. De hoogte daarvan is afhankelijk van leeftijd, inkomen (gebaseerd op het inkomen van twee jaar geleden) en vermogen, huishoudsamenstelling, uurtarief van de voorziening en het aantal uren zorg dat de zorggebruiker ontvangt. Het CAK verzamelt al die gegevens en berekent de eigen bijdrage. Per periode van vier weken verstuurt het CAK zo’n 450.000 facturen naar gebruikers van Wmo-maatwerkvoorzieningen. Acht op de tien zorggebruikers betaalt het maximum aan eigen bijdrage: de daadwerkelijke kosten zijn hoger, maar het persoonlijke plafond is bereikt. Eén op de vijf zorggebruikers betaalt de werkelijke zorgkosten. Deze mensen komen (door hun geringe zorggebruik of inkomen) niet aan hun persoonlijk plafond dat voor eigen bijdragen geldt.


Verantwoording
Begin januari 2016 zijn 77 gemeenten benaderd om deel te nemen aan een onderzoek van Binnenlands Bestuur naar de eigen bijdrage Wmo. Gemeenten uit zowel 100.000-plusgemeenten, grote gemeenten (50.000-100.000 inwoners), middelgrote gemeenten (20.000-50.000 inwoners) en kleine gemeenten (tot 20.000 inwoners) hebben aan het onderzoek deelgenomen. In totaal hebben 66 gemeenten een schriftelijke vragenlijst ingevuld. Gelijktijdig heeft Ieder(in), de koepel­organisatie voor mensen met een beperking en chronisch zieken, medio januari haar panel vragen over eigen bijdrage voorgelegd. Ruim 600 mensen die gebruikmaken van de Wmo hebben deze ingevuld.



Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.