of 59232 LinkedIn

Investeren in dakloze rendeert

De investering in dak- en thuislozen werpt zo veel vruchten af dat ook in veel steden deze hulp en begeleiding wordt geboden aan een steeds bredere groep kwetsbare personen.

In de meeste steden zijn dak- en thuislozen een steeds zeldzamer verschijnsel, doordat tientallen miljoenen euro’s worden geïnvesteerd in hulp en begeleiding. Het ultieme doel van Rotterdam: niemand belandt op straat.

Alleen al in de vier grote steden zijn sinds 2006 meer dan tienduizend dak- en thuislozen van de straat gehaald. Volgens de politie heeft dat geleid tot 65 procent minder overlastmeldingen en een rustiger straatbeeld; de veiligheid in de vier grote steden is toegenomen. Onderzoeksbureau Cebeon heeft namens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) becijferd dat elke euro die wordt besteed aan het begeleiden van (potentieel) dak- en thuislozen bij het op de rails krijgen van hun leven, ten minste het dubbele voor de samenleving oplevert.

De investering in dak- en thuislozen werpt zo veel vruchten af dat niet alleen zorgambtenaren uit het buitenland (onder andere Canada, Finland en Zweden) de Nederlandse persoonsgerichte ketenaanpak komen afkijken, maar dat ook in veel steden deze hulp en begeleiding wordt geboden aan een steeds bredere groep kwetsbare personen. ‘Bijvoorbeeld zwerfjongeren of mensen met problemen op heel veel gebieden die risico lopen om dak- of thuisloos te worden’, zegt Christl van Gerven, programmaleider Maatschappelijke Opvang bij de gemeente Rotterdam.

Het uiteindelijke doel, niet alleen van Rotterdam, is dat niemand meer op straat belandt. Dat scheelt niet alleen menselijk leed. ‘We besparen daarmee de samenleving criminaliteit en overlast en de daarmee gepaard gaande kosten’, aldus PvdA-wethouder Marco Florijn (werk, inkomen en zorg).

Zelfredzaamheid
De sterk afgenomen overlast van dak- en thuislozen komt ook terug in recente bevindingen van het Sociaal Cultureel Planbureau, die uitwijzen dat burgers vinden dat de kwaliteit van de dienstverlening door gemeenten sinds 2005 duidelijk is toegenomen. Begin 2006 besloten het rijk, de vier grote gemeenten (G4), brancheorganisaties en het Leger des Heils gezamenlijk dak- en thuislozen met een persoonlijk hulpaanbod op weg te helpen naar (beperkt) zelfstandig wonen en werken. Een initiatief dat ook in andere steden navolging kreeg, van Enschede tot Dordrecht en van Leeuwarden tot Heerlen. In de vroegere mijnstad zijn inmiddels drie Domushuizen met elk ruim twintig kamers van waaruit dak- en thuislozen naar een voor hen zo hoog mogelijk niveau van zelf­redzaamheid worden begeleid.

In Rotterdam heten de beschermende woonvoorzieningen thuishavens. Er zijn er vijftien, verspreid over de stad, daar waar het woonmilieu het kan dragen. ‘Wij geloven in evenredigheid’, zegt Van Gerven. ‘Dak- en thuislozen zijn een probleem van alle wijken en de oplossing ligt in alle wijken.’

Het aantal daklozen dat in Rotterdam van de straat is gehaald, bedraagt meer dan drieduizend. Tweederde van hen heeft een vast dak boven het hoofd, krijgt de juiste zorg, werkt aan zijn schulden en is aan de slag met werk of dagbesteding. Rotterdam boekt daarmee van alle steden het beste resultaat. Dat resultaat staat volgens Florijn niet onder druk van een steeds grotere stroom op straat verblijvende (economische) vluchtelingen. Volgens de wethouder weten hulp­verleners dermate goed dat illegalen niet in aanmerking komen voor de begeleiding, dat de toestroom van deze groep relatief klein is. ‘We hebben wel een zorgplicht. Is er een medische indicatie, dan kunnen zij terecht in onze bed-, bad- en broodvoorzieningen. We vragen ze ook: waarom blijf je in Nederland? Wij weten nu dat een derde teruggaat naar zijn vaderland.’

Rotterdam geeft gemiddeld 60 miljoen euro per jaar uit aan Maatschappelijke Opvang: de helft uit eigen middelen, de rest wordt betaald uit de doeluitkering van het ministerie van VWS. In 2006 hebben de G4 met het rijk en de ketenpartners een eerste plan van aanpak gemaakt, in 2010 gevolgd door een tweede dat meer de nadruk legt op preventie. Allereerst is in alle vier steden een centrale aanmelding ontwikkeld. Voldoen dak- en thuislozen aan de criteria (GGZ-problemen, legale verblijfsstatus, regiobinding), dan ontvangen ze een pasje voor maatschappelijke opvang, wordt hun zorgvraag verduidelijkt en een hulpplan opgesteld. Dit alles onder de strikte voorwaarde dat ze meewerken met de trajectregisseur. Daarvoor is een cliëntvolg­systeem ontwikkeld.

Dagbesteding is in het hulptraject van vitaal belang, zegt Van Gerven. ‘Verschijnt iemand niet, dan bellen we hem achterna en zeggen dat op hem wordt gewacht. Dat geeft eigenwaarde en helpt de volgende stap te zetten. Niet meer van dakloze naar cliënt, maar van cliënt naar wijk­bewoner. Doorstromen naar zelf­redzaamheid.’

Barbecues
In veel steden, waaronder Den Haag, stokt de doorstroming enigszins; dak- en thuislozen blijven te lang hangen in de opvang. Een probleem waar Rotterdam vóór 2006 ook mee kampte. Totdat er een kanteling in het denken plaatsvond. ‘Je moet uitgaan van de potentie die mensen hebben, niet van wat niét gaat lukken’, zegt Van Gerven. Het komen tot één gezamenlijke visie met alle ketenpartners heeft volgens haar ook gunstig uitgepakt. En het betrekken van direct omwonenden bij de thuishavens. Wethouder Florijn:  ‘Bijvoorbeeld in Overschie hebben we twintig appartementen waar onze cliënten begeleid wonen. We hebben daar een steunpunt ingericht waar de buurt kan vergaderen. De omwonenden zijn de voelsprieten in de wijk. Heel belangrijk voor vroegsignalering van bijvoorbeeld ex-daklozen die neigen te verloederen.’

Verbindingen in de wijk leggen is speerpunt van de Rotterdamse daklozenbegeleiding. De bewoners van de beschermende woonvoorziening in de wijk Delfshaven schonen de straten op, organiseren barbecues, vullen met medewijkbewoners de bloembakken. Ze verven, tuinieren en helpen bij verhuizen. ‘De thuishavens zijn er om ze letterlijk in de wijk te laten landen’, aldus Florijn.

Rotterdam opent dit jaar nóg vijf thuishavens, want de instroom van cliënten –  steeds meer hbo’ers en ‘mbo’ers – neemt bij de huidige stand van de economie eerder toe dan af. Tegelijkertijd wordt de doeluitkering het ministerie van VWS niet hoger. In het ontschotten van financieringsstromen is nog winst te behalen, menen de Rotterdamse beleidsmakers. ‘Het samenvoegen van budgetten van gemeenten en zorgverzekeraars geeft een beter zicht op wat wordt uitgegeven. Bovendien vermindert het de administratieve last en de regeldruk’, zegt Van Gerven. Regioconvenanten met zorgverzekeraars leveren ook winst op, aldus Florijn. Hij zet tevens in op ‘slimmere’ preventie; minder dure tweedelijnszorg. ‘Als je een verpleegbed vrijspeelt door mensen langer thuis te laten wonen met zorg aan huis, win je ook geld. Maar we moeten wel erop letten dat die winst niet verdwijnt in bonusuitkeringen.’


Buurtmannen en buurtvrouwen
Als eerste gemeente in Nederland zet Rotterdam ook langdurig werklozen in bij de dak- en thuislozenopvang. Zij kunnen op deze manier doorgroeien naar een baan in de zorg. ‘Werk is de beste zorg die we kunnen bieden; als je actief bent en je steentje kunt bijdragen, zit je lekkerder in je vel’, zegt wethouder Florijn. In vier wijken zijn – voorlopig als pilot – tien ‘buurtvrouwen’ en ‘buurtmannen’ actief, onder regie van Bouman GGZ dat hen ook stapsgewijs opleidt. Iedereen begint als buddy en lost ‘kleine’ zorgvragen op, waarmee de relatief dure tweedelijnszorg wordt ontlast . ‘Het mes snijdt zo aan meerdere kanten’, aldus Florijn.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Dutchie (Aankomend dakloze) op
Het is fijn om te lezen dat er zoveel resultaat is geboekt in Rotterdam. Jammer dat de werkelijkheid er helaas anders uitziet. Als je na ruim 20 jaar door omstandigheden moet vertrekken uit het buitenland terug naar Nederland is er geen gemeente die je opvangt als dakloze. Als je keurig netjes een e-mail stuurt naar de gemeente Rotterdam met het verzoek om je aan te melden, dan is een van de voorwaarden dat je de laatste 2 to 3 jaar in Rotterdam gewoond moet hebben. Dat je in je levensloop 21 jaar in Rotterdam hebt gewoond en keihard gewerkt, telt dan opeens niet meer. Spijtig is ook dat dit via een Moslimse medewerkster bij de CVD wordt medegedeeld. De ironie van deze reactie is dat die dakloze een NEDERLANDER is die vanaf z'n 16e tot z'n 38ste jaar gewerkt heeft en vervolgens ook nog in het buitenland 18 jaar Engelse les heeft gegeven op middelbare scholen en universiteits niveau.
Ik hoop op reacties.
Dutchie