of 59045 LinkedIn

Doetinchem ontschot

Het was het verkooppraatje van het kabinet bij de decentralisatie in het sociaal domein richting gemeenten: door de drie beleidsvelden tegelijk over te dragen, zullen gemeenten efficiënter, effectiever en dus ook goedkoper kunnen werken. De ruim tien miljard euro die ermee is gemoeid, mag ontschot worden ingezet. Een aparte verantwoording ‘per potje’ richting Den Haag is – tot opluchting van iedereen – niet nodig.

De 3D-portefeuilles jeugd, werk en zorg zijn in Doetinchem nog verdeeld over vier wet­houders. Op de ambtelijke werkvloer moeten alle schotten tussen de beleidsterreinen in 2017 zijn verdwenen.

Het was het verkooppraatje van het kabinet bij de decentralisatie in het sociaal domein richting gemeenten: door de drie beleidsvelden tegelijk over te dragen, zullen gemeenten efficiënter, effectiever en dus ook goedkoper kunnen werken. De ruim tien miljard euro die ermee is gemoeid, mag ontschot worden ingezet. Een aparte verantwoording ‘per potje’ richting Den Haag is – tot opluchting van iedereen – niet nodig.

Alle mooie beloften ten spijt, komt de gemeente Doetinchem er al vrij snel na de start in januari achter dat met de overheveling van met name de uitvoeringstaken van de Wmo 2015 en de Jeugdwet een bom bureaucratie mee komt. Net als overal hebben buurtcoaches en consulenten de handen meer dan vol aan de administratie van informatiestromen tussen zorgaanbieders en gemeenten. ‘We hebben nu in de jeugdzorg bijvoorbeeld te maken met 35 productcategorieën en in het hele sociaal domein met liefst 124.000 productcodes. Daar wil je dus vanaf’, zegt Wendy van Beek, strategisch adviseur Wmo & Zorg van de Achterhoekse centrumgemeente.

Met de huidige manier van werken is het alsof je de zorgvragende burger in partjes verdeelt. En elke zorgaanbieder neemt daarbij een stukje – zijn te declareren deel – voor rekening. Om het concreet te maken, gebruikt Van Beek het voorbeeld van de begeleiding om structuur in iemands leven aan te brengen. Daarvoor bestaan in de huidige systematiek tientallen product­codes, met elk een eigen prijsplaatje en bijbehorende zorgverleningsinstantie. ‘Het is allemaal in hokjes verdeeld, maar in wezen komt het allemaal op hetzelfde neer’, aldus Van Beek. ‘We moeten terug naar de eenvoud.’

Maatwerk
In Doetinchem gaat dat ook zo snel als mogelijk gebeuren. Als alles volgens schema loopt, is de gemeente over een jaar verlost van het werken aan de hand van die voorgeschreven standaardpakketten en krijgen zorgvragers maatwerk geleverd. Het geheim?
‘Integrale inkoop’, zegt de transitiemanager. Vrij vertaald komt het erop neer dat de gemeente met zorgaanbieders andersoortige contracten sluit, waarbij niet het zorgproduct (het aanbod) maar de cliënt (de vraag) centraal staat. ‘De héle cliënt’, benadrukt ze. Om het zo eenvoudig mogelijk te houden, komen er in plaats van de starre indeling in tal van zorgzwaartepakketten twee categorieën cliënten: een groep die met de juiste begeleiding een stap ‘hoger’ te brengen is (ontwikkeling) en een categorie waarvan de zorg­behoefte min of meer stabiel en continu is dan wel achteruit gaat (behoud en voorkomen terugval).

Waar de nieuwe aanpak toe kan leiden, licht ze toe met een concreet voorbeeld van een jongeman die bij een zorgboerderij werkte. ‘Op zich was hij daar helemaal blij en gelukkig. Maar door nog eens goed te kijken en door te vragen, bleek dat er meer in die jongen zat. Er is een re-integratietraject op hem gezet, met als resultaat dat hij binnen een half jaar een reguliere, betaalde baan had’, aldus Van Beek. Ze wil er maar mee zeggen dat als je alleen door één bepaalde bril – die van de dagbesteding of van het UWV – naar iemand kijkt en blijft kijken, je nooit een stap verder komt. ‘Iemand met een depressie kan mogelijk het best gebaat zijn bij de structuur die het hebben van werk biedt in plaats van een paar uur dagbesteding.’

Van Beek: ‘Bij ons gaat de professional met de zorgvrager aan tafel om te bepalen welk resultaat er op het gebied van zelfredzaamheid is te bereiken. We praten dan niet mee over producten, maar over bouwstenen die iemand nodig heeft om op een hoger niveau te komen. Per niveau heb je dan hooguit een stuk of vier bouwstenen’, legt ze uit.

Via welk loket de zorgvraag binnenkomt, moet uiteindelijk niet uitmaken. Er zit overlap in, maar het komt niet samen. Iedereen kijkt naar zijn eigen stukje. Je wil kijken naar de hele mens. Wij willen in kaart brengen wat er mogelijk meer uit mensen te halen is en daar de aanpak op afstemmen.’

Hetzelfde geld
De door college en raad gestelde voorwaarde is wel dat de nieuwe manier van werken de gemeenten niet meer gaat kosten. ‘Het moet met hetzelfde geld’, zegt Van Beek. Om in 2017 tot zo’n aanpak te komen, zijn wel de zorgaanbieders nodig. Die zullen de zekerheid van hun huidige verdienmodel – een stabiel, liefst groeiend cliëntenbestand – moeten loslaten.

Tijdens een onlangs in het stadion van De Graafschap door de gemeente georganiseerd symposium stonden volgens Van Beek veel zorgaanbieders te trappelen om op die innovatieve en integrale manier aan de slag te gaan. ‘Ze zijn het meest positief over het daadwerkelijk transformeren en vereenvoudigen’, zegt ze. Binnenkort start de gemeente met een marktconsultatie onder de zorgaanbieders voor 2017. Doetinchem werkt momenteel met zo’n honderd aanbieders. Vanaf januari zijn dat er naar verwachting zelfs 150: tien à vijftien grote organisaties en een heleboel éénpitters.

Een welwillende opstelling van zorgmarkt is één ding, maar intern is er ook nog het nodige werk aan de winkel. En dan doelt Van Beek onder andere op de competenties van de eigen consulenten. ‘Die moeten ‘breed’ kunnen kijken. Dat vraagt veel van mensen op het gebied van met name communicatieve vaardigheden en achtergrondkennis. Aan ons de taak om mensen uit te zoeken die in staat zijn om in plaats van ‘zorgen voor’ te gaan denken in termen van ‘zorgen dat’. Dat is een proces van een aantal jaren. Medewerkers geven we op dat vlak ondersteuning. Past het niet, dan moeten we op zoek naar ander werk voor ze.’

Verder vereist het ontschot werken van de gemeente een houding van loslaten. Gesubsidieerde organisaties en clubs moeten zich niet voor elk resultaat tot in detail te hoeven te verantwoorden richting college van burgemeesters en gemeenteraad.

Stadskamer
Als voorbeeld haalt ze het zogeheten Stadskamer-project aan in Doetinchem. Midden in het centrum van de stad kunnen inwoners gebruik maken van workshops en andere activiteiten. In principe is het aanbod, dat buiten de reguliere geestelijke gezondheidszorg valt, bedoeld voor mensen met een psychische aandoening. Het bijzondere is echter dat de deuren voor de Stadskamer openstaan voor iedereen. ‘Het gaat behalve om dagbesteding ook over ontmoeten en het verwerven van sociale contacten’, zegt Van Beek. ‘Kijk, dan heeft het weinig zin om als subsidie­verstrekker te weten hoeveel mensen uit welke doelgroep er precies binnenkomen. Dan moet het genoeg zijn om te weten dat het er wekelijks vierhonderd zijn.’

Om er als regiegemeente toch achter te komen wat de vruchten van de inspanningen – en investeringen – zijn, gaat Doetinchem werken met klanttevredenheids­onderzoeken. Die nazorg laat de gemeente niet aan de zorgaanbieders, maar houdt ze bewust in eigen hand. Daarmee wordt voorkomen dat zorgaanbieders het eigen vlees moeten keuren.


Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.