of 58940 LinkedIn

D-day voor poetshulp hoogste rechter gaat principiële uitspraak doen

Veel gemeenten hebben vorig jaar flink de bezem gehaald door de huishoudelijke hulp. Een kwart van de gemeenten is er helemaal mee gestopt, veel andere gemeenten versoberden de hulp of richtten deze anders in, zo bleek uit eerder onderzoek door Binnenlands Bestuur. Het nieuwe beleid leverde eerst een hausse aan bezwaarschriften op. Vervolgens regende het rechtszaken: 2.200 in 2015, bijna een verdubbeling ten opzichte van eerdere jaren. De eerste twee hoger beroepszaken staan voor 23 maart op de rol bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).

Voor gemeenten die de huishoudelijke hulp hebben geschrapt of versoberd nadert de ontknoping. De hoogste rechter buigt zich volgende maand over de vraag of huishoudelijke hulp nu wel of niet onder de Wmo 2015 valt. Duidelijkheid is hard nodig.

Veel gemeenten hebben vorig jaar flink de bezem gehaald door de huishoudelijke hulp. Een kwart van de gemeenten is er helemaal mee gestopt, veel andere gemeenten versoberden de hulp of richtten deze anders in, zo bleek uit eerder onderzoek door Binnenlands Bestuur. Het nieuwe beleid leverde eerst een hausse aan bezwaarschriften op. Vervolgens regende het rechtszaken: 2.200 in 2015, bijna een verdubbeling ten opzichte van eerdere jaren. De eerste twee hoger beroepszaken staan voor 23 maart op de rol bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).

‘Het is een schande dat zo veel mensen een advocaat in de arm moeten nemen’, stelt Bernard de Leest, advocaat bij Zumpolle Advocaten. ‘De cliënten die ik heb bijgestaan, zijn allemaal oude mensen met een gemiddelde leeftijd van boven de 75 jaar. Als een 75-jarige bij mij komt, is dat foute boel.’ Het afgelopen jaar voerde De Leest ruim twintig rechtszaken over de Wmo 2015; stuk voor stuk gingen die over de huishoudelijke hulp. In alle uitspraken die de rechter in zijn zaken deed, werden gemeenten op hun vingers getikt omdat ze geen eerlijk en open keukentafelgesprek hadden gevoerd. En nadat ze hun huiswerk hadden overgedaan, oordeelde de rechter keer op keer dat er meer uren huishoudelijke hulp moesten worden toegekend. Het niet voeren van een goed keukentafelgesprek levert gemeenten landelijk gezien strafpunten op, zo blijkt uit jurisprudentie. Echter niet in alle gevallen resulteert dit uiteindelijk in toekenning van meer uren.

Momenteel staan flink wat rechtszaken on hold, weet De Leest uit eigen ervaring. Niet omdat niemand meer naar de rechter stapt of dat in alle zaken uitspraken zijn gedaan. ‘Rechtbanken zijn in afwachting van de principiële uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.’ Niet alleen rechters, maar ook juristen, gemeenten en zorgbehoevenden smachten naar duidelijkheid van de hoogste rechter. De hamvraag is of gemeenten wettelijk zijn verplicht schoonmaakhulp aan hulpbehoevende inwoners te regelen en te betalen. Met andere woorden: valt huishoudelijke hulp onder de Wmo 2015 of niet. Vooralsnog zijn rechters het daar volstrekt over oneens. Twee uitspraken van de rechtbank Zee land-West- Brabant en Gelderland illustreren dit.

‘Hulp bij het huishouden valt onder het begrip maatschappelijke ondersteuning en valt onder de door de wetgever aan verweerder gegeven opdracht in de Wmo 2015. Hulp bij het huishouden is geen algemeen gebruikelijke voorziening’, vonniste de rechtbank Gelderland op 17 december in negen van de tien beroepszaken die tegen de gemeente Lochem waren aangespannen. Lochem schrapte in april vorig jaar de vergoeding voor eenvoudige schoonmaak (huishoudelijke hulp). Alleen mensen die een beroep kunnen doen op de bijzondere bijstand krijgen de huishoudelijk hulp vergoed.

Onzin, stelt de rechtbank Zeeland-West-Brabant in de eerste van zo’n 300 rechtszaken tegen de gemeente Oosterhout. ‘Het is verenigbaar met de Wmo 2015 dat het college een beperking bij het zelf verrichten van huishoudelijke werkzaamheden niet beschouwt als een beperking bij het in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen of het voeren van een gestructureerd huishouden.’ Oftewel: als iemand zelf kan regelen dat zijn/haar huis wordt schoongemaakt, is de persoon zelfredzaam genoeg en hoeft, in het kader van de Wmo 2015, niet door de gemeente te worden geholpen. Oosterhout is per 2015 gestopt met het aanbieden van huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening. Inwoners moeten de ‘poetshulp’ in principe zelf regelen en betalen, maar kunnen als dat nodig is (financiële) hulp krijgen.

Nalatigheid wetgever
Verantwoordelijk staatssecretaris Van Rijn (Wmo, PvdA) stelt keer op keer dat de wet klip en klaar is. Gezien de tegenstrijdige uitspraken van rechters houdt die opvatting echter geen stand. Wmo-jurist Matthijs Vermaat (Van der Woude De Graaf advocaten) vindt het niet gek dat rechters totaal verschillende uitspraken hebben gedaan. ‘In de Wmo 2015 staat niet met zoveel woorden dat huishoudelijke hulp onder de Wmo 2015 valt en ook in de Memorie van Toelichting staat dit niet zwart op wit.’ Dat beaamt ook De Leest. ‘De wetgever heeft nagelaten huishoudelijke hulp als zodanig in de wet te benoemen.’ Beide juristen stellen echter dat, als naar de geest van de wet wordt gekeken, er geen andere conclusie kan worden getrokken dan dat gemeenten verplicht zijn huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening aan te bieden.

Zelfredzaamheid is daarbij een cruciaal begrip. In hoeverre is iemand zelfredzaam in de zin van ‘in staat zijn om algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) te verrichten: handelingen die mensen dagelijks in het gewone leven verrichten, inclusief persoonlijke verzorging’, zoals in de wet staat. ‘Dat is de kapstok voor de gemeentelijke verplichting om huishoudelijke hulp te bieden’, meent De Leest. ‘Mensen moeten langer thuis blijven wonen. Op een gegeven moment hebben ze hulp nodig omdat ze door beperkingen vanwege ouderdom of aandoeningen het huishouden niet meer zelf kunnen doen. Gemeenten moeten cliënten voor die teruggang in zelfredzaamheid compenseren, door huishoudelijke hulp te bieden.’

Volgens Vermaat heeft de wetgever bij de nadere invulling van het begrip ‘ADL-activiteit’ steken laten vallen, omdat het schoonhouden van de woning nergens als ‘ADL-activiteit’ wordt omschreven. ‘Ik denk dat de wetgever zich dat niet goed heeft gerealiseerd’, schrijft Vermaat in USZ 2016/40. De wet moet in zijn ogen in samenhang met de Memorie van Toelichting worden bezien en dan is er volgens hem maar een uitleg mogelijk. ‘Als een inwoner niet zelf zijn huis kan schoonmaken, het niet kan betalen of niet kan regelen dat iemand anders zijn huis schoonmaakt, zijn gemeenten hiervoor verantwoordelijk. Want zonder poetsen vervuilt je huis en kun je er niet langer zelfstandig wonen.’

Vergaande uitspraak
Alle ogen zijn dus gericht op de Centrale Raad van Beroep. Die buigt zich op 23 maart over het (versoberde) Wmo-beleid van de gemeente Utrecht, waar inwoners sinds 2015 voor maximaal 78 uur per jaar een beroep doen op eenvoudige schoonmaakhulp. Als het nodig is, kunnen mensen in aanmerking komen voor extra uren. Het nieuwe beleid leverde Utrecht 871 bezwaarschriften op. In ieder geval twee beroepszaken liggen nu bij de Centrale Raad van Beroep [zie kader op vorige pagina]. De Raad gaat echter breder kijken en buigt zich ook over de vraag of hulp bij het huishouden moet worden gerekend tot maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in de Wmo 2015. De uitspraak zal dus gevolgen hebben voor alle gemeenten die huishoudelijke hulp hebben geschrapt, versoberd of anders ingericht.

Een aantal recente uitspraken van de hoogste rechter – ‘in niet mis te verstane bewoordingen’ – kan in de ogen van De Leest worden gezien als opwarmertje voor de uitspraak die de CRvB na de zitting van 23 maart gaat doen. Het betreft weliswaar zaken over huishoudelijke hulp binnen de ‘oude Wmo’, maar omdat het over verlaagde normtijden gaat [vermindering van het aantal uren hulp] is de uitspraak van toepassing op de Wmo 2015, meent De Leest. ‘De Raad maakt hierin korte metten met gemeenten die stellen dat een huis in veel minder uur kan worden schoongemaakt dan voorheen, zonder dit te onderbouwen met objectieve criteria.’

Ook wordt uit de uitspraken duidelijk dat budgettaire overwegingen nooit leidend mogen zijn bij de beleidskeuzes van gemeenten. ‘Aan een kant heb ik wel te doen met gemeenten. Geef vooral terug aan Den Haag dat de wet niet duidelijk is en dat uitvoering van de wet binnen het beschikbaar gestelde budget niet haalbaar is.’

Normaliter doet de CRvB binnen zes weken na zitting uitspraak, maar die termijn kan worden verlengd. Omdat het een principiële uitspraak zal worden, vermoedt De Leest dat de rechter meer tijd nodig heeft. Over het totale aantal beroepszaken kunnen volgens persrechter Wagner geen gegevens worden verstrekt.


Stortvloed bezwaren
Het stopzetten of versoberen van huishoudelijke hulp leverde een stortvloed aan bezwaarschriften op. Uit onderzoek door Binnenlands Bestuur onder 41 gemeenten (juni 2015) bleek dat er al bijna 3.000 waren ingediend. Onder gemeenten die helemaal zijn gestopt met eenvoudige schoonmaakhulp is Oosterhout koploper met ruim 300 bezwaarschriften. Van de gemeenten die de hulp op een andere leest hebben geschoeid (‘resultaat telt’) en/of hebben gesneden in het aantal uren voert Utrecht met 871 bezwaren de ranglijst aan. De eerste twee hoger beroepszaken over de huishoudelijke hulp staan voor 23 maart op de rol bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Over het totaal aantal beroepszaken kunnen volgens persrechter Wagner geen gegevens worden verstrekt.


Rechtszaken WMO: 2014 1.100
Rechtszaken WMO: 2015 2.200
Hoger bereope WMO: 2015 top secret

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.