of 59221 LinkedIn

‘Cliënt praat te weinig mee’

Gemeenten betrekken hun burgers onvoldoende bij de uitvoering van de Jeugdwet en de Participatiewet, terwijl dit wettelijk verplicht is. Dit blijkt uit onderzoek van het PPRC. Staatssecretaris Klijnsma wijst bestuurders op het belang van cliëntenparticipatie. ‘Ook de gemeenteraad en ambtenaren hebben baat bij de cliëntenraden.’

Gemeenten betrekken hun burgers onvoldoende bij de uitvoering van de Jeugdwet en de Participatiewet, terwijl dit wettelijk verplicht is. Dit blijkt uit onderzoek van het PPRC. Staatssecretaris Klijnsma wijst bestuurders op het belang van cliëntenparticipatie. ‘Ook de gemeenteraad en ambtenaren hebben baat bij de cliëntenraden.’

Gemeenten laks met verplichte inspraak jeugd- en participatiewet

Over de Wmo hebben inspraakorganen in 95 procent van de gemeenten volledige bevoegdheden. Maar burgers kunnen in bijna de helft van de gemeenten niet meepraten over beleid rondom Jeugdwet en Participatiewet. Wat betekent dat voor het draagvlak van het beleid?
‘Cliëntenparticipatie is van groot belang in de brede decentralisaties. We hebben ervaringsdeskundigen nodig en gemeentebestuurders zouden daarin geïnteresseerd moeten zijn. Ik zit zelf regelmatig met de Landelijke Cliëntenraad (LCR) om tafel. Die heeft dezelfde rol als de gemeentelijke cliëntenraad. Als ik een afspraak met hen heb gemaakt, sta ik steviger in mijn schoenen tegenover de Tweede Kamer. Als wethouder heb ik over de wet voorzieningen gehandicapten ook regelmatig overleg gevoerd met mensen met beperkingen. Het is zonde als gemeenten inspraak niet goed hebben geregeld. Mensen moeten dan bezwaar- en beroepsprocedures beginnen. Het maatschappelijk werk moet zich in U-bochten wringen. Het levert veel verdriet en chagrijn op. Sommige regio’s hebben de inspraak wel heel goed op poten gezet, zoals Utrecht en Amsterdam.’

Hoe verklaart u het dat veel gemeenten achterblijven?
‘Gemeenten kennen hun burgers goed. In de oude situatie van voor 1 januari 2015 hadden ze wel overlegorganen, maar die opereerden niet in de brede context van de decentralisaties. Gemeenten dienen zich achter de oren te krabben hoe ze met hun gremia die inspraak gaan inrichten. Ze hebben zich eerst gericht op de uitvoering: goede zorg en ondersteuning richting een baan. Pas daarna kwam de cliëntenparticipatie in beeld. Het is natuurlijk wijzer als je eerst mensen raadpleegt en pas daarna beleid maakt. Laatst was ik in Gouda om te horen over hun beleid ten aanzien van armoede onder kinderen.

De wethouder vroeg een kinderraad met een burgemeester en zes loco’s naar hoe hij het kinderbeleid zou moeten inrichten. Daar kwamen goede ideeën uit over armoedebestrijding waar de wethouder erg blij mee was. Als dat bij kinderen kan, dan moet dat bij volwassenen ook kunnen.’ Het is wenselijk dat gemeenten de inspraak snel beter regelen. Wat gaat en kunt u daaraan doen? ‘Met de LCR hebben we een gezamenlijke brief gestuurd naar de gemeenteraden, waarin we erop tamboereren dat de input van cliënten in de Participatiewet is geborgd. Hoe gemeenten dat inrichten is aan henzelf. Hetzelfde geldt voor beschut werk. Hoe wordt artikel 47 van de Participatiewet uitgevoerd door gemeenten? We gaan naar aanleiding van het onderzoek met de VNG kijken hoe we dat inkleuren. Je kunt beter samen kijken hoe het beter kan.’

Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de gemeenten een integraal, ontschot adviesorgaan heeft voor maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en werk en inkomen. In een op de vijf gemeenten zijn de nieuwe bevoegdheden nog niet in verordeningen vastgelegd. Hoe verklaart u dat?
‘Je wilt dat burgemeesters en wethouders inspraak ondersteunen en luisteren naar wat er nodig is. Aan het integraal beleid rond zorg, werk en inkomen zou cliëntenparticipatie ook verbonden moeten zijn. Maar dat vergt wel een inspanning.’

U heeft regelmatig overleg met de Landelijke Cliëntenraad. Hoe kan die hier een rol in spelen?
‘Ik wil hen een pluim op de hoed geven. Voorzitter Gerrit van der Meer kan zijn expertise over hoe je een cliëntenraad op poten kunt zetten goed over het voetlicht brengen. De LCR organiseert overigens ook congressen over dit onderwerp. Gemeenten hoeven het wiel niet zelf uit te vinden en kunnen gewoon op de LCR-website kijken. Wij hebben ook financieel bijgedragen om die expertise over te brengen.’

U vindt dat wethouder Victor Everhardt uit Utrecht een goede voorbeeldfunctie heeft voor vormgeving van cliëntenparticipatie, zowel op lokaal als regionaal niveau. Wat is er zo goed aan?
‘De gemeente Utrecht heeft een behoorlijk diverse cliëntenraad met veel ervaringsdeskundigen uit de hele gemeente. Daardoor is er veel draagvlak voor het beleid. Net als in Emmen zitten in Utrecht vertegenwoordigers van de lokale raad ook in de regionale raad van de arbeidsmarktregio, waar Everhardt voorzitter van is. Daar hebben ze ook veel profijt van de raad. Het is niet zo dat cliëntenraden alleen wethouders op het juiste spoor proberen te houden. Ze weten ook de gemeenteraad te vinden. Een wethouder moet van goeden huize komen wil hij dan nog steeds uitsluitend zijn eigen plan trekken. Ook voor ambtenaren is de cliëntenraad een nuttige bron.’

Wanneer wilt u dat alle gemeenten aan hun wettelijke verplichtingen voldoen en wat is de sanctie als dat niet lukt?
‘Op 30 maart heb ik een bestuurlijk overleg met de VNG. Dan staat dit onderwerp op de agenda en zullen we afspraken maken om cliëntenparticipatie verder een boost te geven. We kunnen altijd nog de Inspectie SZW inzetten, maar ik wil de zaak eerst goedschiks aanvaren.’

Zaanstad slaat in haar verordening cliëntenparticipatie per 1 januari 2017 een andere weg in. De gemeente beëindigt de formele adviesrelatie met alle bestaande adviesorganen in het sociaal domein, omdat ze vragen bespreekt en oplossingen maakt met direct betrokkenen. Daar komen oplossingen op maat uit. Wat vindt u daarvan?
‘Wethouder Jeroen Olthof heeft mij uitgenodigd te komen kijken naar hun aanpak. Zij vinden die erg de moeite waard. Het ‘hoe’ ligt natuurlijk bij de gemeente en dit is een nieuwe manier. Ik wil me daarin verdiepen. Het lijkt mij wijs ook contact te houden met de landelijke cliëntenraad. Wellicht is deze aanpak inderdaad de moeite waard, maar ik wil daar nu nog niet op ingaan. Nogmaals, het is ook voor de gemeenteraad van belang om een gesprekspartner te hebben met een achterban.’


Utrecht zeer actief
De Cliëntenraad Participatiewet Utrecht heeft goede ervaringen met de gemeente Utrecht, vertelt voorzitter Dennis van Elten. De cliëntenraad heeft een basis in een gemeentelijke verordening, voldoende budget en een onafhankelijke professionele ondersteuner. Cliënten van Werk & Inkomen (W&I) vullen de elf zetels en voeren twee keer per maand overleg met het hoofd W&I en beleidsambtenaren. De raad geeft zijn mening over beleidsvoornemens van W&I en formuleert soms uitgewerkte adviezen over de kostendelersnorm, banenafspraak of collectieve zorgverzekering. ‘Als cliënten met problemen naar ons spreekuur komen, kunnen we terecht bij de verantwoordelijke ambtenaren.’

De cliëntenraad vindt dat de gemeente Utrecht zeer actief is in armoedebestrijding en de gemeente beleidsruimte voor een zo menselijk en op maat mogelijke toepassing van de participatiewet maximaal benut. ‘Al gaan ambtenaren lager in de organisatie niet altijd mee in dit vooruitstrevende beleid.’

De Utrechtse cliëntenraad is niet enthousiast over het functioneren van de Regionale Cliëntenraad. ‘De Regionale Werktafel is abstract en bureaucratisch georganiseerd en de uitwerking van de medezeggenschap navenant.’ Ook zijn resultaten van de banenafspraak en beschut werk onvoldoende en staan voormalig Wsw-bedrijven en de rechtspositie van werknemers met een zwakke positie op de arbeidsmarkt onder druk. ‘De cao Wsw wordt vaak niet gevolgd en mensen met een beperking komen nauwelijks aan het werk.’

De dwang vanuit het rijk om beschut werk vorm te geven heeft een averechts effect gehad, aldus Van Elten. ‘Gemeenten waren een eigen algemeen re-integratiebeleid aan het ontwikkelen en kunnen de verplichting niet goed inpassen in hun lopend beleid.’ Hij ziet nog verbetering in de inzet van ervaringsdeskundigheid voor het maken van beleid dat goed aansluit op cliënten, net als in de formele advisering van het college. ‘Nu gebeurt dat nog te informeel en onoverzichtelijk.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.