of 58959 LinkedIn

Aannemers doen het werk

Vijf hoofdaannemers zijn in Lelystad verantwoordelijk voor de ondersteuning thuis en de dagbesteding, met de gemeente op afstand. Het leidt tot meer slagkracht en innovatie. En een sluitende gemeentelijke begroting.

Vijf hoofdaannemers zijn in Lelystad verantwoordelijk voor de ondersteuning thuis en de dagbesteding, met de gemeente op afstand. Het leidt tot meer slagkracht en innovatie. En een sluitende gemeentelijke begroting.

Wat onderscheidt de 80 duizend inwoners van Lelystad van die van de rest van Nederland? Eigenlijk niet zo heel veel, denkt wethouder Janneke Sparreboom (zorg en welzijn, VVD). ‘Onze mensen zijn relatief vrij jong’, zegt ze, ‘al begint de vergrijzing ook hier op gang te komen. Verder hebben wij een stad die vooral is opgebouwd uit onderkant, met een zwakke sociale structuur, en bovenkant. De middengroepen missen wij nogal.’ En ja, zegt Sparreboom, ‘dat leidt in bepaalde delen van de stad makkelijk tot een bovengemiddeld beroep op ondersteuning.’

Alle reden, zou je zeggen, om je daar als gemeente zorgen over te maken nu Lelystad sinds 1 januari zelf voor de bekostiging van de ondersteuning thuis opdraait. Maar dat was volgens Sparreboom niet eens het voornaamste argument dat de taken die vanuit de Awbz overkwamen geheel anders werden ingevuld. De gemeente wilde de kansen die de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bood met beide handen grijpen, zegt ze. En dat heeft Lelystad gedaan.

Twee visies stonden volgens Sparreboom daarbij centraal, onderling nauw verbonden. Op de eerste plaats de beweging van dure zorg naar de basis. Oftewel: geen specialistische thuishulp waar het eigen netwerk van de klant (mantelzorgers en vrijwilligers) ook kan bijspringen. ‘Niet alleen vanuit financieel oogpunt’, geeft Sparreboom aan. ‘Ook omdat de samenleving zelf aangeeft dat ze wil participeren. Zelfredzaamheid staat hier hoog in het vaandel.’

Daarnaast moest er een ander sturingssysteem komen. ‘Als we bleven uitgaan van productiebekostiging ontstonden er geen prikkels om die omslag te bewerkstelligen. Dus hebben we voor een ander aanbestedingsmodel gekozen. Vijf hoofdaannemers zijn nu verantwoordelijk voor de ondersteuning thuis en de dagbesteding. Zij krijgen van ons elk een jaarlijks vast te stellen populatiegebonden budget.’ Waardoor Lelystad meteen is verlost van mogelijke open eindjes in de begroting.

Pionierswerk
Het pionierswerk in de polder komt niet uit de lucht vallen. ‘We zagen de kanteling in de zorg natuurlijk al een tijd aankomen’, verklaart beleidsadviseur Maria van de Bremer. ‘Daar wilden we op anticiperen.’ Terwijl andere gemeenten er nog voorzichtig mee proefdraaiden, gingen in Lelystad in 2012 al vier volwaardige sociale wijkteams van start, corresponderend met de vier stadsdelen. In de kadernota 2014 werd dit beleid verder uitgewerkt. Daar werd voor het eerst gerept van hoofdaannemers, die elk verantwoordelijk zouden worden gesteld voor de maatschappelijke ondersteuning in de vier stadsdelen met elk circa 20 duizend inwoners. Sparreboom: ‘Er bleek in de stad veel bereidheid om het zo te in te vullen. We hadden daarbij de afspraak gemaakt dat we vooraf zouden spreken met alle cliënten die zouden instromen vanuit de oude Awbz. Twaalfhonderd man, ja, een enorm aantal. Maar met vrijwel iedereen was vóór 2015 al een keukentafelgesprek gevoerd en de ondersteuningsbehoefte in kaart gebracht.’

De hoofdaannemers kwamen bovendrijven na een officiële aanbestedingsprocedure. Van tevoren was tijdens een consultatiebijeenkomst hun interesse getest. Van de Bremer: ‘Ze moesten een uitgebreid plan indienen hoe ze dachten om te gaan met vrijwilligers, met nieuwe concepten.’ Om monopolies te voorkomen, mocht een hoofdaannemer in maximaal twee van de vier stadsdelen aan de slag. Sparreboom: ‘De hoofdaannemers moesten vervolgens zelf de wijken in om onderaannemers te contracteren. Er waren er tientallen, en niet allemaal zijn ze ook onderaannemer geworden. Wat kleinere spelers vielen af. Toch is er een mooi divers ondersteuningsaanbod blijven bestaan.’

Loslaten
Toen begon voor de gemeente het grote loslaten. ‘We zeggen nu niet meer als gemeente: zo moet het gebeuren. Dat is aan de hoofdaannemer’, geeft Sparreboom aan. Toch, zegt beleidsadviseur Van de Bremer, ‘moet je als gemeente dicht bij de aannemers blijven staan. Er is heel veel ambtelijk overleg geweest. Hebben we iedereen wel binnen boord? Heeft iedereen de juiste beschikking? Naarmate de tijd vordert, kan dat ietsje opschuiven. Dan moet je alleen nog knelpunten benoemen en oplossen.’

Het nieuwe model levert Ron van Eeden, regiodirecteur van hoofdaannemer Kwintes, behalve meer vrijheid om de zorg naar eigen inzicht in te vullen ook een hoop bureaucratie op. ‘De gemeente wil nog nadrukkelijk de vinger aan de pols houden, terwijl ze beter zouden kunnen sturen op resultaat. Dat vertrouwen moet na negen maanden nog groeien.’ Het kost hem veel extra uren, zegt hij. ‘Je moet in deze fase veel commitment kunnen opbrengen.’

Een belangrijk deel van de bureaucratie valt de gemeente niet aan te wrijven, stelt collega-hoofdaannemer Anne Marie van ’t Holt-van Lammeren van TSN Thuiszorg. ‘De situatie rond de pgb’s is bijvoorbeeld nog erg onduidelijk’, zegt ze. ‘Ook komt het rijk maar niet met definitieve cijfers over gemeentelijke zorgbudgetten op de proppen.’

Van Eeden: ‘In de mei- of septembercirculaire kunnen de budgetten voor Lelystad zomaar worden bijgesteld. Dan moet ik midden in het jaar weer met al mijn onderaannemers om tafel om de jaarcontracten open te breken.’

Niet dat ze terug willen naar het oude systeem, integendeel. Alleen al de vrijheid, de  mogelijkheid om snel en naar eigen inzichten te schakelen maakt het nieuwe systeem de moeite waard. ‘Vroeger begon je als cliënt met een individuele gemeentelijke consulent. Dan startte een stroperig proces’, geeft Van ‘t Holt-van Lammeren aan. 

Nieuwe spirit
Ook wethouder Sparreboom constateert een nieuwe spirit. ‘Naast de sociale wijkteams hebben wij veel vrijwilligersorganisaties in de stad. Je ziet nieuwe samenwerkingen ontstaan tussen de hoofdaannemers en dat voorveld. Eigenlijk maken ze samen de nieuwe sociale infrastructuur van Lelystad.’ Belangrijk in dat proces, zegt ze, is dat altijd helder is wie ‘eigenaar’ is van de cliënt. ‘Zorg er ook altijd voor dat die een vast aanspreekpunt heeft, zodat niemand onderweg uit het oog kan worden verloren. Om dat proces goed te begeleiden, hebben we als gemeente veel aan informatievoorziening gedaan. Een speciale website ingericht, bijvoorbeeld, waarop de inwoners de info makkelijk kunnen vinden.’

Gevreesde klachten over het nieuwe zorgsysteem bleven daardoor uit. Sparreboom: ‘Het is eigenlijk een heel geruisloos proces geweest.’ Maar heeft dat geruisloze proces de gemeente ook daadwerkelijk innovatie in de zorg opgeleverd? Sparreboom noemt een pilot om zorgvrijwilligers op te leiden. ‘Maken we ook middelen voor vrij. Die zorgvrijwilligers kunnen straks cliënten ter wille zijn bij hun dagbesteding. Mensen worden daar enorm om gewaardeerd, trots van. Het is een vorm van omdenken: jij kunt van waarde zijn in onze maatschappij, en wij geven je de mogelijkheid om dat te doen.’

Huisartsen
Als ander voorbeeld noemt ze het multifunctionele gebouw De Waterbever in stadsdeel Waterwijk. ‘Daar zit een huisartsenpost samen met een sociaal wijkteam, plus allerlei organisaties die er activiteiten organiseren. We hebben er welzijn op recept geïntroduceerd. Mensen met bepaalde klachten worden nu na een bezoek aan huisarts niet standaard naar de apotheek gestuurd, maar krijgen advies om aan bepaalde welzijnsactiviteiten mee te doen.

De huisartsen zijn er razend enthousiast over. Niet alleen omdat de druk op hun huisartsenpost afneemt, maar ook omdat hun klanten zich plezieriger voelen. Er zijn inmiddels meer huisartsenposten die ermee gaan werken.’ Inmiddels hebben de gemeenten Emmen en Zaanstad al voor informatie bij Lelystad aangeklopt. In januari 2016 wacht een presentatie voor andere gemeenten. ‘Ik denk dat je een schaal moet hebben die werkbaar is’, geeft Sparreboom hun alvast advies. ‘Zo’n  hoofdaannemer moet een gebied krijgen dat overzichtelijk is, niet te groot. Dan kan je ons systeem overal in Nederland toepassen.’

Kloppen de geruchten dat Lelystad de mogelijkheden onderzoekt om ook de jeugdzorg via dit model in te richten? ‘Ik weet dat er hier naar wordt gekeken’, zegt Sparreboom. ‘Daar ligt wel andere wetgeving onder, ook omdat het om een kwetsbare doelgroep gaat. Je moet het eerst heel goed onderzoeken. Maar als je die waarborg hebt, de risico’s borgt, en aan alle wettelijke eisen voldoet, dan is daar zeker een mogelijkheid voor.’


Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.