of 59054 LinkedIn

Integriteit behoeft geen scheidsrechter

Volgens de KNVB-regels voor veldvoetbal heeft de scheidsrechter 'het volledige gezag om de spelregels toe te passen met betrekking tot de wedstrijd waarvoor hij is aangesteld'. Die regels stellen buiten twijfel dat de scheidsrechter de baas is op het veld. Neem alleen al het volgende, plastische voorbeeld: “De scheidsrechter ziet erop toe dat een speler met een bloedende wond het speelveld verlaat. De speler mag alleen terugkeren na een teken te hebben ontvangen van de scheidsrechter, die ervan overtuigd moet zijn dat het bloeden is gestopt.”

De burgemeesters en andere bestuurders van Nederland hebben meestal niet zulke scherp omlijnde bevoegdheden voor het politiek-bestuurlijke spel. Nogal wat bestuurders betreuren dat. Regelmatig tref ik pleidooien aan om de burgemeester instrumenten te geven om zijn verantwoordelijkheid voor de integriteit voor het openbaar bestuur handen en voeten te geven. Er zou bijvoorbeeld in de wet moeten komen wanneer bestuurders of ambtenaren bij integriteitsschendingen gedwongen kunnen worden te vertrekken.

 

Deze gedachten komen op vanwege het wetsvoorstel Institutionele Bepalingen dat nu bij de Eerste kamer ligt. Volgens dat voorstel komt in de Gemeentewet te staan: ‘de burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente’. Op het eerste gezicht heeft het iets ongerijmds: de burgemeester krijgt de verantwoordelijkheid voor een belangrijk politiek-bestuurlijk thema, maar de wet geeft er geen bijzondere bevoegdheid bij

 

Maar een dergelijke globale zorgplicht is niets nieuws voor de burgemeester. Art. 170 Gemeentewet kent bijvoorbeeld nu al de oproep aan de burgemeester om ‘een goede behartiging van de gemeentelijke aangelegenheden’ te bevorderen. De minister van BZK schreef in 2009 aan de Tweede Kamer dat voor de bestuurlijke en coördinerende zorgtaken van de burgemeester geen specifieke bevoegdheden zijn gegeven. Bestuurlijke ervaring en gezag, dat zou volgens de minister moeten volstaan. Volgens mij is dat voor het bevorderen van de integriteit niet anders. Als je er met je persoonlijke inbreng en je rol als burgemeester niet uitkomt, dan zullen wettelijke bevoegdheden ook niet helpen.

 

Trouwens, wat zouden dat dan voor instrumenten moeten zijn die de burgemeester nodig heeft om de integriteit te kunnen bevorderen? Dat “bevorderen” omvat bijvoorbeeld ook activiteiten in de preventieve sfeer. Daar zijn gedetailleerde bestuurlijke bevoegdheden zeker niet nodig. En, waar het gaat om een adequate reactie op mogelijke integriteitsschendingen, heeft de burgemeester al behoorlijk wat mogelijkheden ter beschikking. Bij een duidelijk vermoeden van een strafbaar feit is het aan het OM en eventueel daarna aan de rechter om een oordeel te vellen. Als het om politici gaat, dient er eerst en vooral een politiek debat gevoerd te worden, waarbij de vertrouwensvraag aan de orde kan komen. En bij ambtenaren is de werkgever, bij gemeenten het College van B&W, primair aan zet, waarbij de ambtenarenrechter nog in beeld zou kunnen komen om te toetsen of de genomen maatregelen zorgvuldig zijn geweest.

 

Integriteitskwesties zijn nooit zo duidelijk als bloedspatten op het shirt van een voetballer. Het zijn context gebonden vraagstukken die zorgvuldig en vanuit verschillende perspectieven bekeken moeten worden. Dat vraagt eerst en vooral om overleg. De burgemeester heeft daarbij wel een eigenstandige positie, maar hij is niet degene die persoonlijk moet willen bepalen wat er moet gebeuren. Als we dan toch bij de vergelijkingen met voetbal blijven, dan is voor mij de burgemeester geen scheidsrechter, maar eerder een coach, een oefenmeester die in overleg met het team en de staf tot de beste reactie op wangedrag komt. Overigens, zo onomstreden is het gezag van scheidsrechters in het betaald voetbal nu ook weer niet, ondanks al die regels en bevoegdheden.

 

Frank Kerckhaert is voorzitter van de Onderzoeksraad Integriteit Overheid

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.