of 59232 LinkedIn

Vertrouwen op initiatiefnemers: hoe regel je dat in Omgevingswet?

Frans Tonnaer Reageer

De maatschappelijke veranderingen die zich momenteel, mede onder de katalyserende werking van de economische crisis in hoog tempo voltrekken, dwingen tot een rolverandering van de overheid. Wie goed kijkt, kan die rolverandering al links en rechts waarnemen. Vertrouwen in burgerkracht is daarbij een belangrijk issue.

Een terugtredende overheid hoeft echter niet te betekenen dat er minder aandacht wordt gegeven aan de publieke zaak. Burgers kunnen immers die zorg van de overheid overnemen en zij kunnen dat in veel gevallen zelfs beter. Voor het beleidsproces houdt dat in dat de overheid weliswaar een centrale rol speelt bij de formulering van beleidsdoelstellingen en randvoorwaarden, maar dat goede burgerparticipatie kwaliteitsverhoging en vergroting van het draagvlak van plannen en besluiten betekent.


En dat zorgt er weer voor dat besluiten beter en sneller worden geaccepteerd en effectiever tot uitvoering komen. Keuzevrijheid en het bieden van een handelingsperspectief van burgers bij de realisering van beleidsdoelstellingen leidt tot betrokkenheid en daarmee tot verinnerlijking van het beleid. Als de gewenste resultaten niet worden bereikt is de overheid aan zet. Maar ook dan kunnen vormen van horizontaal toezicht het commitment bij de regelnaleving en daarmee de effectiviteit van het beleid vergroten.

 

In de komende Omgevingswet neemt vertrouwen in initiatiefnemers (bedrijven en maatschappelijke initiatieven zoals energiecoöperaties, buurtverenigingen, burgergroepen e.d.) een belangrijke plaats in. Maar hoe geef je als wetgever invulling aan vertrouwen? In de gepubliceerde Toetsversie wordt bij de beschrijving van de verschillende instrumenten de mogelijkheid voor het bestuur belicht om vertrouwen te geven opdat het ook verkregen kan worden. Bijvoorbeeld door (potentiële) maatschappelijke initiatiefnemers en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven bij de voorbereiding van de strategische omgevingsvisies en de operationele omgevingsplannen te betrekken. Daardoor kan worden voorkomen dat er later bij de projectrealisering veel tijd en energie gestoken moet worden in het onderhandelingsproces, waarbij vastgelegde kaders alsnog doorbroken moeten worden. Uitnodigingsplanologie, organische gebiedsontwikkeling en een flankerend beleid zijn bij uitstek instrumenten die uitgaan van vrijheid en verantwoordelijkheid van initiatiefnemers. Het betreft dan meer dan alleen participatie: het zwaartepunt bij de planontwikkeling verschuift van de overheid naar de (ondernemende) burgers.

 

Bij een bescheidener, faciliterend optredend bestuur moet volgens de regering de rol van initiatiefnemers bij het nemen van besluiten over projecten groter worden. Door er zelf voor zorgen dat de omgeving bij de besluitvorming wordt betrokken, worden zij uitgedaagd om hun verantwoordelijkheid nemen. Niet alleen leidt dat tot betere besluitvorming maar ook tot betere besluiten. Zorgplichten voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en flexibele regels zoals doel- in plaats van middelvoorschriften vaststellen, maatwerkvoorschriften toepassen en gelijkwaardige alternatieven toelaten, bevorderen de vrijheid en de verantwoordelijkheid van initiatiefnemers.

De regering wil dergelijke vormen van burgerbetrokkenheid en flexibele regulering met de Omgevingswet een breder toepassingsbereik geven.

 

Flexibele regelgeving, een faciliterend bestuur en een flankerend beleid. Dat alles plaatst de ambtelijke apparaten van gemeenten, waterschappen en provincies voor grote uitdagingen. Het vereist een dienstbaar en deskundig ambtelijk apparaat, dat in een open, constructieve en waar nodig stimulerende houding, maatschappelijke initiatieven professioneel begeleidt. Het vergt ook een bestuur dat de kunst van het loslaten verstaat. Het is niet zozeer de wet als wel de praktijk die voor een fundamentele omslag moet zorgen. De regering wil de wettelijke belemmeringen met de nieuwe regeling zoveel mogelijk wegnemen. Nu moeten de praktische bezwaren nog worden overwonnen. Zal er een stille revolutie in het omgevingsrecht plaatsvinden of is die al aan de gang?

 

Frans Tonnaer is hoogleraar omgevingsrecht bij de Open Universiteit en algemeen directeur van Tonnaer Adviseurs in Omgevingsrecht.'

Lees hier zijn publicatie Vertrouwen op initiatiefnemers in de Omgevingswet: een stille revolutie in het omgevingsrecht? 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.