of 59183 LinkedIn

Verlos ons van de waterschappen

Leen Harpe, Tom van Aalfs en Frits de Kaart 4 reacties

Het waterschap is ooit bedacht door het aartsbisdom Utrecht, omdat er steeds meer mensen bij de rivier kwamen wonen. De hoger gelegen gronden moesten droge voeten houden. Het was echter nooit de bedoeling er een vierde bestuurslaag van te maken. De waterschappen kregen het geruisloos voor elkaar om in de Grondwet te komen. Dat leidde in 1991 tot de Waterschapswet. Weinigen realiseerden zich de impact hiervan.

Het demissionaire kabinet had in het regeerakkoord opgenomen de waterschappen uit de Grondwet te halen, maar heeft dit niet uitgevoerd. Waterschappen zijn echter archaïsche, dure bestuursorganen, met een overdaad aan boerenbelangenbehartiging. De democratische legitimatie toont middeleeuws. Een substantieel deel van de bestuurders wordt niet gekozen maar rechtstreeks benoemd door hen welgevalligen. Dit zijn de zogeheten geborgde boerenzetels; een historisch relict. Daarbij komt dat de gekozen bestuurders ook vaak een boerenachtergrond hebben. In 2014 werd besloten om de waterschapsverkiezingen via de Kieswet te regelen en ze voortaan op dezelfde dag als de verkiezingen voor de Provinciale Staten te houden. Dit om een schijn van democratische legitimiteit op te houden. Des ondanks zijn de waterschapsverkiezingen niet populair bij een overgroot deel van de Nederlandse bevolking.

 

De waterschappen hebben een ontwikkeling doorgemaakt waardoor zij zo algemeen zijn geworden dat zij niet langer gerekend kunnen worden tot het functionele bestuur, maar tot het algemene bestuur zoals provincies en gemeenten. De waterschappen boeren inmiddels goed, dankzij de ingezetenenomslag. Echter het waterschapsadagium: belang - betaling - zeggenschap  werd daarmee volledig ondergesneeuwd. De ingezetenen hebben gelet op hun bijdrage weinig te vertellen. Hoe meer zielen, hoe meer geld, maar nagenoeg geen zeggenschap. Eigenaren van veel grond dragen in verhouding tot de woonkernen en steden minimaal bij, naar de grootte van het grondoppervlak. Zij bepalen wel het beleid. Burgers betalen maximaal via de WOZ-waarde. Dit heeft geen enkel raakvlak met enig waterschapsbelang, maar is uitsluitend een methode om gemakkelijk en veel te cashen. Uit onderzoek is gebleken dat opheffen van de waterschappen een significante bezuiniging oplevert en minder bestuurlijke drukte.  Het IPO berekende in 2010 dat met het opheffen van de waterschappen jaarlijks driehonderd tot vierhonderd miljoen euro bespaart kan worden aan onder meer bestuurskosten en door efficiënter werken.  Als meer wordt samengewerkt met gemeenten en drinkwaterbedrijven bij rioolbeheer en waterzuivering, dan kan dat volgens het IPO op langere termijn ook nog zevenhonderd miljoen euro extra per jaar opleveren.

 

Langzaam maar zeker hebben de waterschappen zich meer en meer taken van andere overheden toegeëigend. Onder het mom van integraal waterbeheer werd omstreeks het jaar 2000 de zuiveringstaak van huishoudelijk afvalwater binnengehaald. Onderzoek van de universiteit Tilburg toont aan dat de afsplitsing van de afvalwaterzuiveringstaken van het waterschap, zowel op financieel als op operationeel gebied erg aantrekkelijk is. In 2013 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een wetsvoorstel van het kabinet waarin het Rijk een deel van zijn kosten op de aanleg en de verbetering van dijken overdraagt aan de waterschappen. Dit werd door de waterschappen overigens met vreugde begroet. Hiermee werd een bezuiniging van het rijk van 200 miljoen euro via de waterschappen afgewenteld op de burgers. De inwoners van de kustprovincies, met het grootste aantal kilometers zeedijken, betalen daardoor nog eens extra voor de zeedijken. Het waterschap in de provincie Zeeland beheert bovendien nog veel (doorgaande) wegen. Ook een echte waterschapstaak? Nee toch! Tijd voor verandering dus.

 

Hier ligt een schone taak voor het nieuwe kabinet. Laat de waterschappen op korte termijn fuseren met de provincies of een andere overheidsorganisatie, om vervolgens artikel 133 uit de Grondwet schrappen. Het ware wijs om daaraan voorafgaand de waterschappen te ontdoen van zich toegeëigende ‘instandhoudingstaken’, te beginnen met de zuiveringstaak.

 

Leen Harpe (GroenLinks), Tom van Aalfs (D66) en Frits de Kaart (PvdA) zijn oud-Statenleden Provincie Zeeland

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door m (ud) op
"@Niels. Het gaat mij er om dat waterschappen gedurende de 19e en 20e eeuw een plaats in ons huidig bestuursstelsel hebben verkregen, gewaardeerd om de kwaliteit van het werk De ex statenleden hebben een rare presentatie van het historisch denken over het waterschap gepresenteerd vol van cliches en halfbakken feiten. Ik ben vooral geschrokken van de ondeugdelijke argumentatie van deze ex-statenleden. Een argumentatie die veel zegt over de kwaliteit van de provincie wanneer deze ex volksvertegenwoordigers maatstaf gevend zijn. Bovendien er wordt weer een blauwdruk van de bestuurlijke inrichting getoond, die qua inhoud en oplossingsrichting volledig achterhaald is. Harpe, Van Aarts en De Kaart kunnen zich beter inlezen in de materie en vooral wat beter nadenken. Wat wordt sterk gemist in hun obligate stuk.
Door Niels op
@m (ud): Thorbecke wist zich gewoon handig te manoeuvreren tussen de bestaande structuren. Had ie voorgesteld om de waterschappen te schrappen, was het waarschijnlijk niets geworden met die Grondwet en dus met Thorbecke zelf. Hij zag dat goed in. Naar Thorbecke's ideaalplaatje blijft het vooralsnog gissen.
Door J. Hak (voormalig heemraad) op
Heb 14 jaar ervaring in het Waterschapsbestuur, als gekozene in de categorie Ingezetenen. En ik moet de briefschrijvers helemaal gelijk geven.

De waterschappen doen op zich prima werk. Maar er is geen enkel zinnig argument te bedenken waarom zij aparte bestuursorganen zouden moeten zijn met eigen verkiezingen. En een eigen belastingstelsel, dat zo ingewikkeld is dat het aan een redelijk mens niet valt uit te leggen. Behalve dan dat de ingezetenen (burgers dus) het leeuwendeel mogen opbrengen. Ten gunste van de agrariërs, die nu nog maar 10% procent van het totale belastingopbrengst betalen. Maar wel voor 90% van het werk van de waterschappen profiteren.

Gebiedskennis en technische know-how hoeven niet verloren te gaan behouden blijven als de waterschappen als uitvoerende organen worden ondergebracht bij de provincies. De burgers zijn dan wel verlost van deze feodale bestuursrelicten. We hebben toch ook geen apart bestuur voor landsverdediging of volksgezondheid ?
Door m (ud) op
Dit is preken voor de eigen zwakke parochie: de bouwvallige provincie, Al eerder gezegd inhoudelijk klopt dit verhaal van geen kant. De historische analyse over de plaats van de waterschappen is erg onder de maat. Ook al in de 19e eeuw werd de plaats van waterschappen erkend door Thorbeke en Fockema Andreae. Waterschappen voeren hun taak goed uit; ieder geval beter dan de kleurloze provincie, waar de kwaliteit van de volksvertegenwoordigers te wensen overlaat. Zie ook de analyse over de tekortschietende provincid van Klaartje Peters. Ook internationaal is er een positief oordeel. De kostenbesparing is er niet en de onderbouwing daarvan is zwak. Zo snel mogelijk vergeten deze open brief van deze ex statenleden ter linkerzijde