of 59221 LinkedIn

Vage visies dood in de pot

Reageer

De Omgevingswet verplicht het rijk, provincies en gemeenten een omgevingsvisie op te stellen. Zaak is het af te zien van de abstracte, zogenaamd integrale visies. De uitvoeringspraktijk kan er simpelweg niet mee uit de voeten.

Door bij het opstellen van de omgevingsvisie rekening te houden met die van andere overheden ontstaat een landsdekkend geheel aan samenhangende visies dat weer uitgewerkt wordt in plannen en projecten. Zover de theorie. Wij zijn er niet van overtuigd dat bovenstaand wensbeeld uitkomt. In onze uitvoeringspraktijk hebben wij met tal van visies te maken. Zelden zijn deze echt richtinggevend. In ronkende formuleringen en mooie metaforen worden strategische beleidsdoelen verbonden. Uiteenlopende belangen worden creatief gecombineerd en tegenstellingen ‘weggemasseerd’ zodat niemand uiteindelijk tegen kan zijn.

Zoals een beleidsambtenaar het verwoordt: “We schrijven alles ‘rimpelloos’ op”. Politiek-bestuurlijk wordt de visie met veel bombarie vastgesteld, waarna ‘de regio’ het document in de praktijk dient te brengen. Niet verwonderlijk dat zich op dat niveau tal van onverwachte tegenstellingen voordoen en er juist een gebrek aan visie ervaren wordt. Lastig voor de uitvoerders is dat er geen sprake is van regie op de spanningen die zij ervaren. Er zijn geen ‘spelregels’ die gevolgd kunnen worden in de afwegingen of ‘scheidsrechters’ die het pleit beslechten. Ze zijn op zichzelf aangewezen.

De visie verdwijnt dan ook al ‘snel van de leestafel’. Gepoogd wordt dit te ondervangen door visies als ‘adaptief’ te kwalificeren en ze periodiek bij te stellen op basis van nieuwe inzichten. Althans dat is de bedoeling. In onze beleving komt het veel vaker neer op het uitstellen van richtinggevende keuzes.

Ons pleidooi is daarom af te zien van de abstracte, zogenaamd integrale visies. De uitvoeringspraktijk kan hier simpelweg niet mee uit de voeten. Niet in de laatste plaats omdat deze vaak sectoraal is georganiseerd. Wees duidelijk. Formuleer scherpe en strakke sectorale doelen waarbinnen de uitvoering zijn beslag dient te krijgen. Het is aan de regio’s om keuzes te maken en te komen tot integrale oplossingen. Een bottom-up proces!

De kern zit wat ons betreft in het ‘bewuste schuren’. Anders dan bij de integrale, topdown benadering, is de overheid zich juist bewust van de spanningen die het sectorale beleid met zich meebrengt. De overheid kijkt dan ook niet weg maar formuleert spelregels om met deze spanningen om te gaan en intervenieert zo nodig om patstellingen te doorbreken.

Natuurlijk zal dit niet zonder slag of stoot verlopen. Aan de andere kant doet het meer recht aan de complexe uitvoeringspraktijk en de professionaliteit van de uitvoerders. Daarmee sluiten we aan op één van de belangrijkste principes van de Omgevingswet: meer vrijheid voor de uitvoerende organisaties.

Dit betekent niet dat omgevingsvisies geen meerwaarde hebben. Integendeel, juist het ontwikkelingsproces is een doel op zich. Het brengt reflectie, energie en eensgezindheid. Dat is een belangrijke functie op politiek-bestuurlijk niveau.

Daarmee is niet per definitie sprake van doorwerking. Wij pleiten daarom voor sectorale visies met strikte kaders. Of omgevingsvisies die in uitvoeringsprogramma’s nadere uitwerking krijgen. Het is ons om het even. De crux zit ‘m in het ‘bewuste schuren’.

André Oostdijk, Wouter Metzlar en Rens Baltus zijn adviseur bij Berenschot

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.