of 59054 LinkedIn

Vage doelen, gemiste kans

Reageer

Door vage einddoelen op het gebied van het versnellen van energie-initiatieven blijft in het ongewisse welk resultaat nu eigenlijk wordt verwacht van de regio’s. Daardoor is ieder resultaat op voorhand succesvol. 

Binnen het energieakkoord is over de periode 2014-2016 15 miljoen euro beschikbaar voor regio’s om activiteiten uit te voeren die bijdragen aan het opschalen en versnellen van bestaande energie-initiatieven. Waar soortgelijke rijksregelingen voorheen individuele gemeenten subsidieerden, focust het rijk nu op de schaalgrootte van regio’s. De eerdere evaluatie van de klimaatakkoorden (2012) beval deze trendbreuk aan om de kosteneffectiviteit van het beleid te verbeteren. De evaluatie beval nog een trendbreuk aan: het maken van prestatieafspraken met de lagere overheden. Dat is niet gebeurd. Nu blijft het ongewis welk resultaat wordt verwacht van de regio’s.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) tekende in 2013 het SER Energieakkoord namens alle gemeenten. Daarbij is een ondersteuningsprogramma opgericht voor regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten. Het doel van het programma is de vorming en doorontwikkeling van regionale allianties bestaande uit gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven rond energie-initiatieven. Al 15 jaar bestaan financiële beleidsinstrumenten om lokale netwerkvorming rond energiebeleid te stimuleren. Vanaf 1999 was dat de subsidieregeling bestuursakkoord Nieuwe Stijl, in 2007 opgevolgd door het klimaatakkoord gemeenten en rijk, opnieuw geflankeerd door een subsidieregeling (regeling Stimulering Lokale Klimaatinitiatieven).

Eind 2012 werd deze laatste regeling geëvalueerd. Opgeroepen werd om de ondersteuningsstructuur van gemeenten voort te zetten en de kosteneffectiviteit van het beleid te verbeteren door de focus te leggen op regio’s om de kennis, kunde en middelen van gemeenten, provincie en rijk te bundelen. De nieuwe ondersteuningsregeling voorziet in deze trendbreuk. Ook werd in de evaluatie aanbevolen dat ondersteuning van de regionale netwerken gepaard moet gaan met een contractmodel en prestatieafspraken. Dit is niet gebeurd. Van regio’s wordt volgens de financieringsvoorwaarden alleen verwacht dat zij in de aanvraag losse activiteiten formuleren die ze willen leveren.

Inzetten op netwerkvorming is een indirect en lastig proces. Zeker om daar tastbare resultaten uit te krijgen. Activiteiten zoals alliantievorming of de oprichting van informatiepunten zijn daarom in de praktijk vaak een doel op zichzelf geworden in plaats van een middel. Het ontbreken van prestatieafspraken tussen rijk en regio’s gekoppeld aan de subsidie is een gemiste kans. Niet alleen om regio’s op hun prestaties te beoordelen, maar om te stimuleren om vooraf helder te maken wat ze met hun activiteiten willen bereiken. Alleen door doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden te maken kan beleid tussentijds effectief worden bijgestuurd. Activiteiten zouden een instrument moeten zijn, geen doel.

Wat wil je minimaal bereiken met een lezing? Welke resultaten wil je behalen middels alliantievorming? Wanneer beschouwen we ons energieloket als een mislukking? Als men deze vragen vooraf niet durft te stellen, wordt ieder resultaat op voorhand als een succes beschouwd. Daarnaast is onduidelijk hoe de VNG kan beoordelen dat activiteiten echt additief zijn op het bestaande regionale beleid, en geen activiteiten die ook zonder subsidie waren uitgevoerd. De regio’s zijn immers al jaren actief op dit gebied.

Harm Harmsen, Consultant adviesbureau Driven by Values.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.