of 59045 LinkedIn

Stimulering duurzame energie kan veel efficiënter

Jan Coen van Elburg en Eline Kleiwegt Reageer

Gemeenten en provincies waren de laatste jaren ambitieuzer in verduurzaming dan Europa en het Rijk. De ene na de andere gemeente kondigde forse CO2 reductie aan (Rotterdam 50% in 2025) dan wel toekomstige (variatie 2020-2047 om precies te zijn) energieneutraliteit. Over je graf regeren lijkt aantrekkelijk. Nu de meeste gemeenten echter moeten bezuinigen, is de vraag hoe stevig de ambities echt zijn. Laat dat niet reden zijn om te kijken of er een rol ligt van overheden bij het stimuleren van energietransitie maar wel hoe dit gebeurt.  

De lidstaten van de Europese Unie bereikten onlangs een akkoord over het klimaatbeleid na 2020. In dit akkoord zijn concrete doelstellingen per lidstaat ingeruild voor een Europees emissieplafond. Dat hoeft niet erg te zijn. Zo effectief en optimaal zijn nationale doelstellingen niet gebleken.  Onder het mom van ambitie (Energie akkoord) zijn de nationale doelstellingen vrolijk naar beneden bijgesteld (van 20 naar 14% hernieuwbaar, van jaarlijks 2 naar geen% verplichting besparing) en alle prognoses wijzen erop dat deze verlaagde doelen niet gehaald worden. 

 

Op het gebied van energie- en klimaatbeleid moet een aantal andere zaken drastisch veranderen om budgetten en stimuleringsgeld efficiënter in te zetten. Overheden en sommige bedrijven moeten af van de Pavlov reactie dat klimaat en (hernieuwbare) energiemaatregelen alleen maar geld kosten. Het moet lonen om voorop te lopen bij de invulling van klimaat- en energiedoelstellingen. Dat kan alleen door beschikbare middelen voor hernieuwbaar veel slimmer in te zetten in combinatie met actieve handhaving.

 

Een voorbeeld: Begin oktober publiceerde de Europese Commissie een onderzoek van Ecofys dat toont dat Europese overheden in totaal €122 miljard spenderen aan stimulering van de energiesector. Een heel groot deel van deze stimulering gaat naar energiegebruikers. Kleinverbruikers verstrekken subsidie aan grootverbruikers; grootverbruikers hebben geen enkele prikkel om iets aan besparing of nuttige aanwending van restwarmte te doen tenzij met een grote subsidie. De omgekeerde wereld. De energieprijzen mogen hoog zijn zolang de bedrijven in kwestie maar mogelijkheden hebben om deze te verlagen en die mogelijkheden zijn er te over. Hier kunnen we de grote stappen in verduurzaming maken: energiebesparingspotentieel bij zowel bedrijven als in de gebouwde omgeving is zeer hoog en technieken voor nuttig gebruik van restwarmte zijn er voldoende. Terugverdientijden gaan omlaag en vereisen vervolgens eigen inzet van energiegebruikers.

 

Hier ligt een belangrijke rol voor lokale overheden. De Wet Milieubeheer schrijft voor energiebesparing toe te passen waar dit binnen 5 jaar lonend is. Dus liever handhaven nu, dan klimaatneutraal in 2047. Waar initiële investeringen in energiebesparing en gebruik van restwarmte nog te hoog zijn, ontbreekt het marktpartijen vaak aan voldoende investeringsruimte om ze te financieren. Gemeenten en provincies kunnen hierop inspelen, ook met beperkte middelen. De afgelopen jaren zijn er een aantal lokale (Amsterdam, Haarlemmermeer, Utrecht) en regionale (Overijssel, Friesland, Noord Holland, Drenthe, Noord Brabant, Limburg)) fondsen ingericht van waaruit burgers en/of bedrijven goedkope leningen kunnen afsluiten om duurzame projecten te financieren. Andere gemeenten investeren zelf in gebruik van restwarmte door een warmtenet te financieren. Terwijl subsidie na de investering ‘weg’ is, blijven deze middelen goeddeels beschikbaar voor herinvestering. Er wordt een blijvend – niet subsidieafhankelijk – maatschappelijk rendement gerealiseerd (CO2 reductie, hernieuwbare energie etc.).

 

Kortom, gemeenten zijn met provincies op weg om misschien wel de belangrijkste publieke rol te spelen in verduurzaming. Efficiënt en effectieve inzet van publieke middelen is echter wel noodzakelijk om de doelstellingen niet alleen op papier, maar ook in werkelijkheid te realiseren.  

 

Jan Coen van Elburg is directeur bij Rebel Energy, Eline Kleiwegt is adviseur bij Rebel Energy.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.