of 59250 LinkedIn

Slim of niet heus?

Reageer

Aardgas zal om zowel milieuals veiligheidsredenen de komende jaren een steeds kleinere rol gaan spelen in onze energievoorziening. Maar of warmtenetten nu wel echt het meest ideale alternatief zijn? 

Warmtenetten als duurzame oplossing

September vorig jaar werd de EnergieAgenda gepresenteerd. Daarin worden verschillende voorstellen gedaan om de transitie naar alternatieven voor gas mogelijk te maken. Een van deze voorstellen is dat gemeenten ‘de verantwoordelijkheid en de noodzakelijke bevoegdheden [krijgen] om op lokaal niveau, in samenwerking met de netbeheerder, te besluiten over de lokale energievoorziening.’ Dat klinkt logisch; de vormgeving van energietransitie is in belangrijke mate een lokaal vraagstuk. Tegelijkertijd is deze afweging bijzonder moeilijk te maken.

We zien de laatste jaren bijvoorbeeld veel aandacht voor warmtenetwerken. Hoewel warmtenetten zeker een verduurzaming met zich kunnen meebrengen, is het niet op alle locatie de beste optie vanuit het economisch en maatschappelijk perspectief en blijven sommige kosten onderbelicht.

Zo worden in de businesscase de risico’s vaak onvoldoende meegewogen in de afweging met alternatieve opties, bijvoorbeeld nul-op-de-meter. Warmtenetten vragen een forse investering aan de voorkant, die veelal terugverdiend moet worden door een groot aantal afnemers aan te sluiten. Zeker in bestaande bouw is het vinden van voldoende afnemers een fors risico. Warmtebedrijven nemen vaak een deel van dit risico, maar vragen ook gemeenten en provincies bij te dragen dit risico af te dekken. Gemeenten worden bijvoorbeeld gevraagd om additioneel vastgoed aan te sluiten op het warmtenet om de businesscase van een leverancier te versterken.

Daarmee creëer je een stevige lock-in voor het netwerk. Terwijl er voor deze gebouwen mogelijk betere alternatieven zijn, denk aan nieuwbouw waar nul-op-de-meter heel goed mogelijk is. Daarbovenop worden gemeenten of provincies vaak gevraagd subsidies, garanties of leningen te verstrekken om businesscases rond te krijgen. Dat alles hoeft niet erg te zijn, maar de vraag is of dezelfde investeringen gedaan en risico’s genomen worden voor alternatieve opties en of de afweging ertussen dus wel eerlijk is. Een eveneens moeilijke afweging is de duurzaamheid van warmtenetten.

De duurzaamheid is niet altijd zo groot als voorgespiegeld wordt. De infrastructuur is namelijk veelal nog aangesloten op fossiele of afvalcentrales als warmtebron. Dat kan ook als transitie worden gezien naar duurzame warmte (denk aan geothermie), maar van belang is dat de businesscases niet verstrengeld raken. Kolen- of afvalcentrale moeten niet door de warmte-infrastructuur een ‘license to operate’ krijgen voor de komende 30 jaar. Reeds bij aanvang is het van belang plannen te maken voor alternatieve, duurzame warmtebronnen, zodat die op termijn kunnen worden aangesloten op een bestaand netwerk. In gesprekken over warmtenetten blijft dat aspect vaak onderbelicht, terwijl hier vanuit een afnemer of gemeente best eisen over te stellen zijn.

Dit betekent niet dat we warmtenetten buiten beschouwing moeten laten. Uiteindelijk zullen we alle zeilen bij moeten zetten om de energietransitie mogelijk te maken. Het betekent wel dat alternatieven als kleinschalige maatregelen op gebouw- of blokniveau (zoals nul-op-de-meter) als serieus alternatief meegewogen moeten worden. En dat gemeenten zich bewust moeten zijn van de verborgen kosten die warmtenetten met zich meebrengen en de eisen die ze daarbij kunnen stellen.

Eline Kleiwegt, adviseur bij Rebel Energy en Jan Coen van Elburg directeur bij Rebel Energy

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.