Slechte start huizenkoper
Gemeenten beraden zich op maatregelen om de starters op de woningmarkt de helpende hand te reiken. Dat hebben ze jarenlang succesvol gedaan, met hulp van het Rijk. Maar nogal onverwachts staan ze er nu alleen voor.
Raakte eerder dit jaar het potje leeg van de koopsubsidie voor starters, nu is ook het budget van de VROM Startersleningen op. Voor deze leningen had het ministerie van VROM 40 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de periode van 2007 tot en met 2011. Via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) konden gemeenten en provincies hiervan gebruikmaken. Ongeveer 8700 starters werden ermee geholpen. Het beroep op deze regeling was zo groot, dat het budget anderhalf jaar eerder dan voorzien op is.
De aanvragen na 25 mei blijven nu liggen, tenzij gemeenten en provincies ook het rijksdeel voor hun rekening nemen. De provincie Limburg besloot bijvoorbeeld begin deze maand de helft van het VROM-geld te betalen. De andere helft moet door de Limburgse gemeente worden ingelegd. Verschillende onderzoeken tonen aan dat stimuleringsmaatregelen een positief effect hebben voor starters op de woningmarkt.
In 2007 kocht één op de drie starters een huis, volgens cijfers die het CBS dit voorjaar presenteerde. In voorliggende jaren kocht nog maar een kwart van de starters een eigen woning. Sinds de koopsubsidie in 2001 werd geïntroduceerd, is het aantal starters dat van deze subsidie gebruik maakt jaarlijks verdubbeld. Het stelde starters in staat om woningen te kopen die zonder subsidie buiten hun bereik bleven.
De VROM Startersleningen hadden een soortgelijk effect. De Starterslening kent een rentevaste periode van 15 jaar. De looptijd is maximaal 30 jaar, waarvan de eerste 3 jaar aflossings- en rentevrij. Daarna worden de rente en het aflossingsbedrag berekend naar rato van het inkomen. De uitputting van de hulpmiddelen aan starters op de woningmarkt komt op het slechts denkbare moment.
Deze markt, die de laatste jaren de katalysator was voor de economische groei, is allerminst florissant. Als de starters zich niet meer laten zien, is de kans groot dat de woningmarkt nog verder stagneert. Dit kan het prille vertrouwen in de economie schade berokkenen. Als stimuleringsmaatregelen van de rijksoverheid uitblijven, staan gemeenten en provincies voor de taak om op eigen kracht de woningmarkt in beweging te houden.
Het getij hebben zij tegen, nu ook de hypotheekrenteaftrek ter discussie wordt gesteld. Deze discussie zet de woningmarkt extra op de tocht. Onderzoek bevestigt dit. Bijna de helft van de starters maakt zich zorgen over de discussie over de hypotheekrenteaftrek, blijkt uit onderzoek van ING. In deze tijden van bezuinigingen lijkt een pleidooi voor extra stimulering van de woningmarkt kansloos. Toch is een continuering van de startersleningen van groot belang voor de economie.
Starters op de woningmarkt worden al tientallen jaren actief ondersteund door de overheid. Zonder deze steun zakt de woningmarkt voor starters diep weg, met alle gevolgen voor de lokale ontwikkeling. Niet alleen stagneert de huizenbouw, ook ontstaan er sociale problemen wegens onvoldoende woonaanbod voor jongeren. De rijksoverheid zag dit zelf ook in. Niet voor niets waren er startersleningen voorzien tot eind volgend jaar, zodat starters blijvend gesteund zouden blijven.
Voor de continuïteit van beleid is het noodzakelijk dat deze startersleningen verstrekt blijven worden, zowel nu als volgend jaar. Geen economisch herstel zonder een gezonde woningmarkt. Extra geld voor startersleningen is dan ook een noodzaak voor het hele land.
Elly van Sluis, directeur van Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn)