of 59045 LinkedIn

Opgepast met PAS

Reageer

De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) om de depositie van stikstof terug te dringen, treedt per 1 juli in werking. Jammer is dat de PAS niet kan worden gebruikt voor nieuwe plannen en ontwikkelingen.

De ambitie van de PAS is om de depo- sitie van stikstof te laten afnemen, de kwaliteit van de natuur te verbeteren en daardoor economische ontwikkelingsruimte te creëren. Een probleem is dat de PAS niet kan worden gebruikt voor de planologische regeling van nieuwe ontwikkelingen.

De PAS is exclusief gekoppeld aan het vergunningenspoor. Als voor een project stikstofruimte nodig is, kan die alleen gekoppeld aan het toestemmingsbesluit worden toegekend. De PAS is dus niet van toepassing op bestemmingsplannen of andere ruimtelijke plannen. In zo’n plan moet op basis van de Natuurbeschermingswet worden onderbouwd dat een ontwikkeling geen significant negatieve effecten veroorzaakt op Natura2000gebieden.

Omdat de PAS geen betrekking heeft op plannen, kan voor de toetsing van een ontwikkeling aan de Natuurbeschermings- wet niet met een verwijzing naar de PAS worden volstaan, terwijl de PAS juist gericht is op het mogelijk maken van ontwikkelingen èn het verlagen van de stikstofdepositie, waardoor significant negatieve effecten uitblijven.

Verder worden in het kader van de PAS aan de toekenning van stikstofruimte voorwaarden gesteld die niet corresponderen met de planologische onderbouwing van ontwikkelingen. Eén van de voorwaarden bij de toekenning van stikstofruimte is dat de toegekende ruimte binnen een bepaalde periode moet zijn benut. Voor prioritaire projecten is de PAS-periode 6 jaar. Dat wijkt af van de planperiode van 10 jaar voor een bestemmingsplan. Een aantal grotere gebiedsontwikkelingsprojecten kan niet binnen deze perioden worden gerealiseerd. Daarmee kan in het bestemmingsplan niet worden onderbouwd dat de ruimte die planologisch – voor de planperiode van 10 jaar – wordt geboden, past binnen de kaders van de Natuurbeschermingswet. Dat geldt zeker voor grotere projecten, die gefaseerd worden gerealiseerd.

Daarmee leidt de PAS tot een planologisch ongewenste situatie. Het bestemmingsplan is immers bij uitstek het instrument om ontwikkelingen planologisch mogelijk te maken. Bovendien is voor de realisatie van grotere projecten een planologisch kader nodig met een zekere flexibiliteit. Deze discrepantie wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet alleen maar groter.

Om deze dreigende impasse te doorbreken is aanpassing van de PAS – of de Natuurbeschermingswet 1998 – nodig. Daarbij moet een brug worden geslagen tussen de PAS en het bestemmingsplan, zodat de PAS kan worden gebruikt in de motivering dat een bestemmingsplan uitvoerbaar is. Daarvoor moet de strikte scheiding tussen projecten en plannen in de PAS vervallen. Verder is het nodig om de uitgangspunten van de PAS en de reserve- ring van stikstofruimte te synchroniseren met de ruimtelijke ordening, waardoor in het kader van de PAS stikstofruimte voor de planperiode van 10 jaar kan worden gereserveerd. Een andere mogelijkheid daarvoor is om in het planologische spoor een uitgestelde toets op te nemen, via bijvoorbeeld een voorwaardelijke verplichting voor stikstofreservering of koppeling aan (een nog te verkrijgen) Nbw-vergunning.

Juist omdat de PAS een totaalaanpak is, blijft zo geborgd dat de planologische ruimte die uiteindelijk wordt benut niet tot negatieve effecten voor Natura2000 leidt.

Risto Louws en Karin Markerink, Rho adviseurs

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.