Openheid ver te zoeken bij corporaties
Incidenten bij corporaties worden te veel afgedekt en goedgepraat. De branche moet weer aanspreekbaar worden, meent corporatiebestuurder Gerrit Teunis.
We schenken in de volkshuisvesting te vaak geen klare taal. Hoe komt dat toch? Waarom bepleitte PvdA-Kamerlid Staf Depla onlangs in Binnenlands Bestuur dat er een anoniem meldpunt moet komen voor medewerkers en zakenrelaties van corporaties?
De corporaties hebben het kennelijk nogal bont gemaakt. De buitenwereld is tamelijk eensgezind in haar negatieve beeld over corporaties, maar omgekeerd is dat ook zo. De branche is - ondanks de grote verdeeldheid over belangrijke thema’s - eensgezind van mening dat de buitenwereld, en dan vooral de politiek, het allemaal verkeerd ziet. Een fraai staaltje van collectieve bewustzijnsvernauwing.
Brancheorganisatie Aedes is medeverantwoordelijk voor deze situatie. Via de AedesCode kunnen leden die handelen in strijd met het belang van de branche uit de vereniging worden gezet. De code helpt ongetwijfeld incidenten voorkomen. Dat is goed. Maar de code kan ook leiden tot een houding waarbij incidenten bij voorkeur onder het vloerkleed worden geveegd of gebagatelliseerd.
De afgelopen paar jaar hebben zich nogal wat spraakmakende zaken voorgedaan binnen corporatieland. Desondanks is geen enkele corporatie het Aedes-lidmaatschap ontnomen. Voor zover bekend, want die informatie is niet openbaar. Illustratief in een tijdperk waarin transparantie ook voor Aedes als norm zou moeten gelden, is het volgende. Een artikel op de website van Aedes over het afscheid van Jan Terlouw als voorzitter van de Commissie AedesCode, met als kop ‘Ik ben voor maximale openheid’, is alleen toegankelijk voor Aedes-leden.
Dat geldt ook voor een flink aantal documenten waarover geheimzinnigheid niet nodig zou moeten zijn. De statuten van Aedes zelf zijn op de website helemaal niet te vinden. Hiermee wordt een beeld bevestigd van een bange, defensieve brancheorganisatie, met dito leden.
Nou zijn corporatiebestuurders echt niet allemaal bang en defensief. Menig corporatiedirecteur heeft zichzelf opnieuw uitgevonden. Hij laat zich er zelfbewust op voorstaan ondernemer te zijn. Helaas gaat dat nogal eens gepaard met een moraal waarbij het individuele bedrijfsbelang het enige is wat telt. Corporaties delen niet snel meer iets met elkaar, ook als het belang van de volkshuisvesting daarom vraagt. Vooral de concurrentie telt.
Een reeks recente incidenten rond corporaties onderstreept dat er geen enkele reden is te veronderstellen dat ontsporingen van bestuurders zich zouden beperken tot het bedrijfsleven. Het tegendeel is het geval. Het toezicht op de corporaties is te beperkt. Die conclusie ligt voor de hand en wordt niet alleen door het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting getrokken.
Uit een brief aan de Tweede Kamer van 18 december 2008 blijkt dat de gezamenlijke woningcorporaties in 2007, zonder toestemming van de minister, 23.700 sociale huurwoningen met behulp van hun bv’s buiten het toezicht hebben gemanoeuvreerd. Dat is bijna net zoveel als het aantal nieuwe huurwoningen dat de corporaties in dat jaar bouwden (25.200).
Waarom worden de incidenten die zich binnen de corporatiebranche voordoen vaak eerst onder het vloerkleed geveegd, vervolgens ontkend en daarna goedgepraat? Omdat de corporatiebranche daarin echt niet anders is dan welke andere sector. De voormannen, de corporatiebestuurders, zijn niet anders dan anderen. Het sprookje van de nieuwe kleren van de keizer is niet alleen van toepassing op bankiers. Ook voor corporatiebestuurders geldt maar al te vaak dat hun lakeien elke dag beamen hoe fantastisch hun kleren zijn.
Het is ook voor een corporatiebestuurder ongetwijfeld lastig als hij te weinig wordt tegengesproken, te weinig discussieert binnen en buiten zijn eigen club. Tunnelvisie ligt dan op de loer. Maar dat is wel mede het gevolg van krampachtige pogingen om het echte bedrijfsleven na te spelen.
Gejaagd en met veel overacting zijn corporatiebestuurders op weg naar het ‘échte vastgoedimago’, met als hoogste doel: de cover van Building Business halen. Daarmee bevestigen ze dat de norm elders bepaald wordt en niet binnen de branche zelf. Wat zou het toch aardig zijn als het begrip transparantie in corporatieland eens echt inhoud krijgt en meer wordt dan een modewoord.
De ongeschreven regel binnen de branche dat je elkaar niet in het openbaar aanspreekt op je prestaties, moet van tafel. Misschien zijn de corporatiebestuurders het debatteren verleerd en zijn ze daarmee ook het afleggen van verantwoording kwijtgeraakt.
Dit terwijl de politiek zich weer over de volkshuisvesting ontfermt, over de probleemwijken en over de stagnerende woningmarkt. De politieke discussie gaat ook over de prestaties, rollen en verantwoordelijkheden, maar bij menig corporatiebestuurder is het gebrek aan bewustzijn van de politieke component die woningbouw nu eenmaal kenmerkt, de achilleshiel geworden.
De hoogleraren integriteit Hans van den Heuvel en Leo Huberts benadrukten recent in Binnenlands Bestuur nog het belang van betrouwbaarheid, vertrouwen, veiligheid, maatschappelijk verantwoord ondernemen en zuiverheid van handelen. Hoe zou het zo vlak na het begin van het nieuwe jaar zijn met de voornemens van de corporatiebestuurders?
Wat zou het toch aardig zijn als daarbij dan ook nog een paar ambities opgenomen worden die rekening houden met de woorden van wijlen Jan Schaeffer, voormalig Amsterdamse wethouder volkshuisvesting: ‘In gelul kan je niet wonen’.
Gerrit Teunis, corporatiebestuurder bij Beter Wonen Vechtdal in Hardenberg
Reactie op dit bericht
Ik wil graag reageren omdat ik het met een aantal stellingen niet eens ben. Ik verhuur
gedurende ca. 25 jaar een paar sociale huurwoningen, twee geliberaliseerde woningen, een winkel en kantoorruimte. Ik ben dus in zekere mate materiedeskundig op het gebied van de woningmarkt.
Dat de woningcorporaties eensgezind van mening zijn dat de politiek het allemaal verkeerd ziet en zelfs woedend is vanwege overheidsingrijpen kan ik mij goed voorstellen. Van de corporaties wordt verwacht dat zij huizen bouwen voor de sociaal zwakkere, maar tegelijkertijd wordt het hen steeds moeilijker gemaakt om hun werk goed te doen.
Een belangrijke oorzaak van de problematiek is het toepassen van gereguleerde huurtarieven. De huurverhoging is dit jaar slechts 1,6 % en vorig jaar was deze nog lager nl. 1,1 %. Volgens een recent rapport van het CPB zullen de woningcorporaties alleen al hierdoor 3 tot 6 miljard euro per jaar aan inkomsten mislopen. Ook de stijging van de bouwkosten heeft en negatief effect op de huurmarkt. De bouwkosten zijn in 2007 en 2008 met veel meer procenten gestegen dan het percentage aan huurhuurverhogingen. Je hoeft geen econoom te zijn om te begrijpen dat dit catastrofale gevolgen heeft voor de verhuurder. Het zal je maar als ondernemer overkomen dat de stijging van je kosten in één jaar 2 tot 4 x hoger uitvallen dan stijging van je inkomsten. Het zijn niet alleen de veel te lage huurverhogingen maar ook de vennootschapsbelasting en de heffingen voor de 40 probleemwijken die de woningcorporaties zwaar op de maag liggen.
Nu de huizenmarkt is ingestort hebben de woningcorporaties ook nog een probleem om hun bestaande woningvoorraad en nieuwbouw te slijten. Dit laatste is nodig om sociale huurwoningen te bouwen. Dit betekent dus dat de nieuwbouw van sociale huurwoningen in ernstige mate zal stagneren.
Ik ben het dan ook geheel eens met de reactie van de heer van Leeuwen, voorzitter van Aedes, dat de woningmarkt is verziekt. De politiek is daar volledig debet aan
Met een vriendelijke groet,
Dries Heeroma