of 59045 LinkedIn

Ongewenste lasten en onzekerheid door de nieuwe Omgevingswet

Marijn Bodelier Reageer

Het doel van de regering met het wetsvoorstel Omgevingswet is: “eenvoudig beter”. Dit doel wordt echter op belangrijke onderdelen niet bereikt. Zo leidt de nieuwe wet bijvoorbeeld tot aanzienlijke lastenverzwaringen en onzekerheid voor bedrijven, stelt advocaat Marijn Bodelier.

Op 15 maart vindt de plenaire behandeling van het wetsvoorstel voor de Omgevingswet plaats in de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel moet leiden tot de integratie van veel wetten op het gebied van het omgevingsrecht (dat onder meer bestaat uit het milieurecht en ruimtelijke ordeningsrecht). Een groot deel van het toetsingskader (van bijvoorbeeld omgevingsvergunningen) zal nog moeten worden uitgewerkt in uitvoeringsbesluiten en -regelingen. De ontwerpen voor die lagere regelgeving zijn nog niet bekend gemaakt.

 

Het is lovenswaardig dat de regering het complexe omgevingsrecht wil vereenvoudigen en deels zal het wetsvoorstel ook leiden tot verbeteringen. Zo is de algemene verwachting dat deze wet meer flexibiliteit zal bieden. Inhoudelijk vindt echter vrijwel geen vereenvoudiging plaats. Dat is ook nauwelijks mogelijk. Het omgevingsrecht kenmerkt zich nu eenmaal door verschillende milieuonderdelen (geluid, stof, luchtkwaliteit, etc) die een eigen regelkader behoeven. Het maakt weinig verschil of die kaders in verschillende wetten of in één wet zijn opgenomen.

 

De wet leidt bovendien tot aanzienlijke lastenverzwaringen en onzekerheid voor bedrijven. Er worden leges geïntroduceerd voor vergunningen voor milieubelastende activiteiten (de oude milieuvergunning). Voorts voorziet het wetsvoorstel in een nieuwe bevoegdheid om van een bedrijf gegevens te verlangen teneinde te bezien of de vergunning nog wel “toereikend” is. Veel bedrijven zuchten nu reeds onder een zware ‘papieren’ last. De informatievragen van de overheid zullen hierdoor alleen maar toenemen. Daarvoor moet dan personeel worden vrijgemaakt. Het is echter de vraag of de zorg voor het milieu deze lastenverzwaring rechtvaardigt en of hier niet een te ruime bevoegdheid in het leven wordt geroepen. De huidige toezicht- en handhavingsmogelijkheden zijn al ruim genoeg.

 

Onzekerheid voor bedrijven

Door de verwachte introductie van meer algemene regels verschuift daarnaast het zwaartepunt van de overheidsbetrokkenheid van vergunningverlening naar handhaving. Bedrijven hebben dan weliswaar mogelijk geen vergunning meer nodig, maar zij kunnen wel in onzekerheid verkeren over welke regels nu precies op hun specifieke geval van toepassing zijn en of zij in overeenstemming met die regels handelen. De overheid is vrijwel nooit bereid daar vooraf uitspraken over te doen. Bedrijven verkeren dan in onzekerheid en lopen een (handhavings)risico. Van een onbedoeld opgebouwd handhavingsverleden kunnen bedrijven (naast een eventuele dwangsom of boete) ernstig nadeel kunnen ondervinden, bijvoorbeeld omdat een vergunningaanvraag dan kan worden afgewezen of omdat zij in een aanbestedingsprocedure minder kans hebben op gunning.

 

Ook wordt het begrip ‘inrichting’ losgelaten. Dit wordt vervangen door het begrip ‘activiteit’. De ‘inrichting’ is naar huidig recht het aanknopingspunt voor de (milieu)vergunningverlening. Het loslaten van dit begrip zal leiden tot verdere rechtsonzekerheid omdat het begrip ‘activiteit’ nog onduidelijk is terwijl over het begrip ‘inrichting’ al veel rechtspraak is. Het huidige inrichtingenbegrip biedt bovendien voor grote bedrijvenparken de mogelijkheid om één gezamenlijke vergunning te verkrijgen. Het is onzeker of die mogelijkheid blijft bestaan en wat de gevolgen hiervan voor bedrijvenparken zullen zijn.

 

Kortom, regering en parlement zouden zich, met name op de voornoemde punten, goed moeten bezinnen op de inhoud van het wetsvoorstel. Lastenverzwaringen en (rechts)onzekerheid zijn ongewenst, vooral als daarmee geen duidelijk milieubelang is gediend.

 

Marijn Bodelier is advocaat bij Greenberg Traurig te Amsterdam

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.