of 59108 LinkedIn

Omgekeerd inzamelen amper effectief

Raymond Gradus, Elbert Dijkgraaf 9 reacties

De Europese Commissie wil dat Europeanen, die nu 32 procent van hun afval recyclen, dat meer dan verdubbelen naar 65 procent in 2030. Ook voor Nederlandse gemeenten ligt er nog een flinke opgave. In 2012 werd slechts 48 procent van het huishoudelijk afval gerecycled. Gemeenten zijn dan ook volop bezig met het ontwikkelen van plannen. Een toenemend aantal gemeenten discussieert daarbij of zij moet overgaan tot omgekeerd inzamelen. Recyclebare materialen zoals papier en plastic worden voortaan aan de voordeur opgehaald en restafval moet gebracht worden naar (ondergrondse) containers vlakbij school of winkelcentra. Daardoor zouden burgers beter hun afval gaan scheiden. Maar is dit ook echt zo?

In een onderzoek door ons met behulp van gegevens van (bijna) alle Nederlandse gemeenten over 1998-2012 blijkt dat dit concept van omgekeerd inzamelen amper effectief is en ook belangrijke nadelen heeft. Stel dat we de frequentie van restafval terugbrengen van tweewekelijks naar nul dan zal dit leiden tot een hogere recyclingsquote van 1 procent. Het verhogen van de frequentie van het aan de voordeur ophalen van plastic, papier en GFT heeft geen of een zeer beperkt effect. Sommige gemeenten beweren dat de effecten groot zijn maar dan heeft men het vaak gecombineerd met een voorlichtingscampagne of met afvalcoaches, waar ook weer aanzienlijke kosten aan zitten. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat socio-economische variabelen als het aandeel niet-westerse allochtonen of ouderen er wel toe doen. En daar zit dan ook exact het probleem van omgekeerd inzamelen. Voor veel ouderen is het moeilijker of soms zelfs onmogelijk om hun restafval weg te brengen.

 

Wat werkt dan wel? Uit dit onderzoek blijkt dat er vooral twee instrumenten effectief zijn. Op de eerste plaats is dat nascheiding, waarbij het huisvuil pas in de afvalcentrale wordt ontdaan van herbruikbare materialen. Uit onderzoek blijkt dat gemeenten die nascheiding van plastic hanteren 8 kilo meer gescheiden plastic afval per inwoner ophalen. Tevens is dit goedkoper dan het aan de voordeur ophalen, zo bleek ook onlangs bij het uitvouwen van de plannen voor een nascheidingsinstallatie voor Amsterdam. Een vaak gehoord argument tegen nascheiding is dat het mensen niet aanzet tot een ander koopgedrag. Zo zouden we bij de aankoop er al rekening mee houden dat we straks iets weg moeten brengen. Ook hier kan onderzoek uitkomst bieden. Uit internationaal onderzoek blijkt dat sociaal-culturele factoren zoals het aantal hoger-opgeleiden veel doorslaggevender te zijn, terwijl externe prikkels er amper toe doen.

 

Op de tweede plaats hebben gemeenten die bronscheiding combineren met een gedifferentieerde afvalstoffenheffing (diftar) vaak goede scheidingsresultaten. Bij diftar is er dus een variabel tarief voor restafval en zijn herbruikbare materialen zoals papier en plastic gratis. In dat geval wordt gemiddeld zeven kilo meer plastic afval per inwoner gescheiden. Daarbij moeten we ons wel realiseren dat diftar vooral in stedelijke gebieden moeilijk te implementeren is. In Nederland hanteert op dit moment 30 procent van de gemeenten, veelal plattelandsgemeenten, een diftarsysteem en 70 procent dus niet. Een bijkomend argument is dat diftar kan leiden tot illegale dumpen wat in een gemeente met relatief veel sociale controle makkelijker te beperken is.

 

Zou dan de combinatie van diftar met omgekeerd inzamelen uitkomst bieden? Wij denken van niet. Dit komt omdat een dergelijke combinatie administratief moeilijk te implementeren is. Immers de centrale wegbrengplekken voor restafval dienen alleen toegankelijk te worden gemaakt voor de buurtbewoners in een directe straal daaromheen. Een dergelijk systeem is alleen mogelijk met een ingewikkeld pasjes systeem en dit roept de nodige weerstanden op. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit leidt tot vervuilde wegbrengplekken of een vervuiling van de papier of plasticstroom, zo leert de ervaring. Onze conclusie is dan ook dat omgekeerd inzamelen weinig zoden aan de dijk zet.

 

Raymond Gradus en Elbert Dijkgraaf zijn hoogleraren economie aan resp. Vrije Universiteit Amsterdam en Erasmus Universiteit Rotterdam

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Eppo Gutteling (oud-wethouder van Apeldoorn) op
Dat onderzoeker Dhr. Gradus zo schrijft, zoals hij doet, is begrijpelijk. Ik heb al een aantal stukken van hem gelezen waarin hij zich voorstander toont van nascheiding.
Van Dhr. Dijkgraaf begrijp ik het niet, wanneer hij zich ineens kritisch toont over Diftar en het heeft over plattelandsgemeenten waar het slechts zou slagen.
Miv. 2004 is in de Stedelijke gemeente Apeldoorn (163.000 inw.) ingevoerd. Uitgerekend onderzoeker Dijkgraaf heeft in 2005 uitgebreid in een lijvig boek de zeer positieve uitkomsten ervan beschreven en gepresenteerd. Daarna volgden (Maastricht en Nijmegen waren er al) o.a. de Steden Zutphen, Deventer, Enschede, Enschede, Hengelo en bijv. sinds kort ook Arnhem. En natuurlijk overigens ook veel plattelandsgemeenten. Inmiddels is het zo dat in bijna alle gemeenten in Overijssel, Gelderland, Brabant en Limburg is ingevoerd. Kijk er de Coelo-jaaroverzichten maar op na.
De grootste weerstand en het achterblijven zit blijkbaar in de Randstad
Door Jan-Henk Welink (Initiator kennisplatform duurzaam grondstoffenebeheer (vanuit TU Delft)) op
Dit artikel maakt erg nieuwsgierig, met een sterke kop als “omgekeerd inzamelen afval amper effectief”. Een socio-economisch perspectief om de nut van het inzamelen van afval is altijd erg nuttig. Echter vind ik dit artikel teleurstellend. Het onderzoek baseert zich op 2012 en juist na die datum zijn proeven uitgevoerd met omgekeerd inzamelen, met erg interessante resultaten. Daarvan had ik graag een socio-economische analyse op gezien. Daarnaast zijn per gemeente, en zelf per wijk, verschillende manieren van inzameling toegepast. Een wijk met hoogbouw is nu eenmaal anders dan een wijk met rijtjeswoningen. Daarbij is de socio-economische analyse vaak een gemiddelde, dat misschien de vingen op de zere plek legt, maar ik mis nu juist het omslagpunt daar waar het wel en geen zin heeft, en daar kan zo’n analyse bij helpen. Ik kan me voorstellen dat een afvaltruck sturen naar een afgelegen boerderij om plastic in te zamelen niet echt nuttig is, maar bij hoogbouw juist wel.

Naast het verzamelbegrip “omgekeerd” inzamelen is er ook service gericht inzamelen, waarbij het restafval ook bij de woning wordt meegenomen. Daarbij zijn dit verzamelbegrippen, de ene methode is de andere niet. Om daar een socio-economische analyse over te leggen, lijkt me te veel variabelen op één default-getal te leggen, waarbij het beeld te veel vertekend raakt. Verder wordt gesteld dat voorlichtingscampagnes geld kosten; dat kan zijn, maar in de laatste jaren zijn er campagnes geweest die juist snel terug verdiend, door besparing aan de kant van aansluitingen. Ook hier gaat mijns inziens te veel langs dezelfde meetlat. Een goed stukje socio-economische analyse, een abstracte wiskundige benadering, is nooit weg. Overmatig gebruik van dezelfde meetlat is wel een klassieke valkuil.

Verder wordt gesteld dat nascheiding een voorkeur heeft. Interessante veronderstelling die verder weinig doet, zolang het verschil van regranulaat uit kunststof van voorscheiding en na scheiding niet qua afzetmogelijkheden en prijs naast elkaar zijn gelegd. Gerecyclede kunststoffen die in de vuilniszak naast een luier, aceton of minuscule glassplinters lag, zal het qua garanties een stuk minder doen dan regranulaat uit voorgescheiden kunststoffen.

Verder mis ik een stukje fundering. Voor een column is het niet te verwachten om de hele boel met een gedegen literatuurstudie te onderbouwen. Echter wordt de opmerking dat aandeel niet-westerse allochtonen als socio-economische variabele er wel toe doet, ondergraven met de studie door Martin, Williams en Clark, “Social, cultural and structural influences on household waste recycling: a case study” (Resources, Conservation and Recycling, 448, 2006, pp. 357 – 395). Uit dit onderzoek blijkt dat de Brits-Aziatische gemeenschap van Burnley niet veel anders afval apart hield dan de “autochtone” Britten. Wel is er een onderscheid in scheidingsgedrag door de leeftijden heen. In de VS is een flauwe relatie gevonden tussen scheidingsgedrag en inkomen. Uiteraard zijn de UK en de VS niet ons Nederland, maar met zulke onderzoeken is nuancering en voorzichtigheid op zijn plaats. En die mis ik.

Uit de reacties hieronder zie ik opmerkingen die hout snijden: diftar lijkt wel te werken, inspelen op het gedrag van mensen (gemak bieden) en dat een wiskundige aanpak nuttig is. Ook de socio-economische analyse van Gradus en Dijkgraaf lijkt me nuttig. De analyse op zich lijkt me gedegen werk, daar twijfel ik niet aan. Een reactie op deze column die te veel te kort doet, vind ik op zijn plaats. Maar ik voel me ongemakkelijk door juist hoogleraren als dhr. Gradus, tot april 2015 directeur van het onderzoeksinstituut van het CDA, en dhr. Dijkgraaf, lid Tweede Kamer voor de SGP, op nuances te wijzen. Met genoemde functies zou men getraind moeten zijn in het onderkennen van de vele facetten in complexe thema’s als afvalinzameling. Dit is niet uit de column naar voren gekomen, en heeft mijns inziens tot onderstaande reacties geleid. Met deze complexe en belangrijke thema’s vind ik dat men juist elkaars samenwerking moet opzoeken, elkaars gezichtsvelden moet delen en proberen te komen tot een zo scherp mogelijk beeld van wat er aan de hand is. Deze column draagt daartoe niet bij.
Door Theo Lemmen (Consultant) op
De reacties van Addie en Wim onderschrijf ik ook. Maar in de reacties is een belangrijk punt nog niet belicht, namelijk dat Diftar niet zou werken in stedelijke gebieden. Wat een baarlijke nonsens is dat. Er zijn al diverse steden, waar Diftar al lange tijd uitstekend functioneert. Nijmegen, Zoetermeer, Maastricht en Zwolle zijn enkele voorbeelden, zonder uitputtend te zijn hierin. Niet toevallig halen deze steden ook ruimschoots de doelstellingen van 2020.
Nascheiden levert een nog beroerdere kwaliteit kunststof op dan voorscheiding, de vraag komt op in wiens opdracht het artikel geschreven is? Belanghebbenden bij een (nieuwe) nascheidingsinstallatie misschien? Helaas worden in het artikel slechts stellingen geponeerd, zonder gefundeerde onderbouwing, alleen door het ondertekenen als professor zou de geloofwaardheid groter zijn?
Door Arjen Obbema (Senior beleidsmedewerker duurzaamheid) op
Soms verbaas ik me over de diepgang van artikelen. Addie en Wim hebben natuurlijk gelijk over de invoer datum van omgekeerd inzamelen en het artikel kan dus nooit gebaseerd worden op data van voor de invoering van omgekeerd inzamelen. De reactie van Mat is ook deels onbegrijpelijk. Deels omdat er ook punten zijn die wel kloppen en het systeem van raamovereenkomst is inderdaad aan een evaluatie toe. Er is op dit moment geen enkele stimulans voor sorteerders of vermarkters om echt hun best te doen voor betere sorteer resultaten die wel aan sluiten bij de vraag van de markt en als overheid stimuleren we de markt ook niet om zich te ontwikkelen. Dat kan natuurlijk wel als we ons inkoop beleid daarop aan passen.
Omgekeerd inzamelen kan prima werken en zonder diftar is de vervuiling van pmd of kunststof heel erg beperkt. En natuurlijk hoort communicatie daarbij. Dat mensen hun gedrag pas veranderen als ze begrijpen waarom iets gebeurd is logisch, maar vooraf denken dat ze het toch nooit zullen leren of doen is respectloos naar je inwoners. Jammer van het artikel want het doet onrecht aan de positieve dingen die er op dit dossier gebeuren.
Door Math Oehlen (Beleidsambtenaar afval) op
Addie en Wim reageren nogal verhit. Begrijpelijk, maar onterecht. Begrijpelijk omdat de professoren het afvalvraagstuk nogal wiskundig en inhoudelijk minder sterk benaderen. Maar onterecht omdat hun gevonden verbanden wel degelijk kloppen. Laat ik dat illustreren met de harde feiten vanuit de praktijk.
Eerst een inleiding. Omgekeerd inzamelen handelt vooral het volume van de oude grijze ton. En die was voor de helft gevuld met plastic. Aangespoord door het VANG-beleid dachten velen dat het afvalvraagstuk ging om het logistiek handlen van dat volume. Fout natuurlijk. Het moet daar niet om draaien maar om de maatschappelijke winst. En die valt bitter tegen toonde CE/TNO al aan in het in mei 2015 verschenen rapport Milieueffecten Raamakkoord Verpakkingen. Omgekeerd inzamelen leidt tot kilofetisjisme en inzamelen als doel op zich. De praktijk laat echter een minder florisant beeld zien. De kwaliteit van het ingezamelde plastic valt nogal tegen. De hele vakwereld weet dat inmiddels. Het enthousiasme van veel beleidsmakers doet vermoeden dat velen nog in een stadium van onwetendheid verkeren.
En het Rubish-in-Rubish-out van Wim klopt dus volledig. Maar dan op een volstrekt andere manier dan hij bedoelt. Sinds de kabinetsformatie 2007 zamelen we immers veel plastic rubish in. Toen werd de in die tijd nogal omstreden brede plastic inzameling ingevoerd. Gericht op een zo hoog mogelijke opbrengst van de omstreden Verpakkingenbelasting. Niet de kwaliteit van de recycling stond voorop maar een zo hoog mogelijke belasting opbrengst. Inmiddels is die belasting afgeschaft. Zitten we met een privaat financieringsmodel dat overigens wordt doorberekend aan de Nederlandse consument en zitten we nog steeds met de brede plasticinzameling. De sorteercijfers, die ik uit eerste hand ken, laten zien dat bijna 50% van de ingezamelde kunststof verpakkingen behoren tot een inferieure categorie plastic-mix. Konden we dat weten? Ja natuurlijk. Duitsland liep immers ruim 15 jaar op ons voor. Konden we weten dat die apart ingezamelde mix in Duitsland vooral werd opgewerkt tot brandstofkorrels voor de cementovens. Ja natuurlijk. Het Bundesministerium rapporteert daar al bijna twee decennia over. Doen we dat hier in Nederland dan ook? Nee, natuurlijk niet. Wij hebben afgesproken dat alles ten koste van alles onder materiaalrecycling moet vallen. Die gecreëerde gedwongen winkelnering biedt de markt een kans die ze niet laat liggen. De sorteerders moeten daardoor fors geld bijpassen om de markt te bewegen om van dat marginale spul producten te maken. Weten we dat? Officiëel niet, want tegen alle spelregels in hebben alle sorteerders, onder gedoging van alle Raamakkoord partijen, afgesproken om te zwijgen welk bedrag ze daarvoor kwijt zijn. Deze schoffering van het Raamakkoord en van de publieke belangen en van de transparantie moet verhullen dat per ton tussen de € 150,- en € 200,- moet worden betaald om er marginale producten van te laten maken. Als ze het geheim houden, hoe kan ik dat dan weten. Gewone rekenkunde op middelbare schoolniveau (wet van de vrijheidsgraden, spelen met de gewichten in de massabalans en met de wel ter beschikking staande marktinformatie). We betalen dus voor de helft van de ingezamelde plastics (ik zie af van de echte vervuiling die ook nog eens 15% is) drie keer zoveel dan het gemiddelde verbrandingstarief. En daarvoor maken we dan ook nog eens ruim € 650,- per ton aan inzamel en sorteerkosten. Ik zou wel een uitgezocht willen zien of opwerking van dat plastic tot duurzame energie via het integrale afval en via de hoogstaande Nederlandse AEC-structuur LCA-technisch niet veel verstandiger zou zijn. Maar ja. Je zou toch jarenlang de mantra van de materiaalrecycling tot de status van heiligheid hebben weten te verheffen. Vooral door in te spelen op onbewustmaken en selectieve bewijsvoering. Tja, dan begrijp je de reactie van Wim en Addie wat beter. Hoe onterecht die ook is. Ik zal hun dan ook niet vragen zich te schamen zoals zij van de professoren verlangen. Ik vind dat de 300 man in dit land die de 17 miljoen Nederlanders met dit dossier opzadelen maar eens goed in de spiegel moeten kijken. De hoop is gevestigd op de bijdrage van iedereen in de komende evaluatie van het Raamakkoord Verpakkingen. En hou dit het gemiddelde raadslid, de burger en de gemiddelde wethouder eens voor. Tegen die achtergrond heeft de wat abstracte wiskundige benadering van Gradus en Dijkgraaf gewoon het grootste gelijk van de wereld. Ook al is hun methode nogal wiskundig en abstract. Het leidt wel tot een conclusie waarbij de grootste sponsor van het geheel, de Nederlandse burger weer wat meer centraal komt te staan en waardoor hij ook wat minder met redeneringen uit het rijk van de alternatieve feiten hoeft te worden opgezadeld. En ik zou adviseren om de energie niet te steken in het neersabelen van degenen die volkomen terecht kritische kanttekeningen plaatsen bij het systeem tot dusverre. Maar steek de energie in het zoeken naar eerlijke oplossingen die daadwerkelijk bijdragen aan een betere wereld. En dat is in mijn publieke beschouwing niet hetzelfde als een verdienmodel. Niets tegen verdienen. Integendeel. Maar dan alleen als de maatschappelijke winst is aangetoond. En ook naar rato daarvan. Dan zou de plasticmix als duurzame brandstof voor de AEC’s wel eens goed uit de verf kunnen komen. Het energie- en CO2-argument (import!) zou wel eens veel belangrijker kunnen zijn dan het grondstof-argument.
Door Hans Wanders (milieukundige) op
Voor believers als Addie en Wim is de (wetenschappelijke) waarheid maar moeilijk te accepteren. Maar de professeuren hebben helemaal gelijk: Achteraf scheiden van afval is efficienter en goedkoper. Papier en GFT apart houden, prima. Maar de rest kan gewoon in 1 kliko gedeponeerd worden.
Door Criticus (Ambtenaar) op
Als de verschillen t.a.v. het milieu niet veel uitmaken en ook het kostenverhaal niet veel verschilt, stop dan als de sodemieter met gescheiden inzameling.

De gemiddelde burger (zo die er is):
* scheidt niet of heel slecht,
* is te beroerd of niet in staat om restafval weg te brengen,
* heeft geen ruimte voor aparte verzamelbakken in en rondom het huis voor groen-papier-blik/karton/plastic-restafval,

Kortom, maak het de gemiddelde burger eens veel makkelijker en scheidt achteraf.
Door Addie Weenk (adviseur) op
Beschamend, Raymond en Elbert, dat jullie hier mee durven te komen. Ga gewoon eens kijken en meten in pilots. En natuurlijk: zonder communicatie blijft het alleen techniek en we weten dat die niet zaligmakend is in deze context. Helemaal eens dus met Wim: wetenschappelijke dwaling!
Door Wim Nooijen (Directeur) op
Rubbish in is rubbish out. Dat zouden jullie wetenschappers toch moeten weten. Gegevens tot 2012 kunnen het effect van omgekeerd inzamelen niet laten zien, want dat concept werd in dat jaar uitgevonden, in Zwolle. Ik zou zeggen ga eens kijken in de praktijk op tal van plaatsen in Nederland momenteel, en plaats dan een rectificatie van deze wetenschappelijke dwaling.