of 59250 LinkedIn

Nieuwe omgevingswet niet per se verbetering

Reageer

Het voornemen van het ministerie van I&M in de nieuwe Omgevingswet de reactieve aanwijzing te schrappen heeft ongewenste gevolgen: juridisering, het verkleinen van decentrale afwegingsruimte en meer administratieve lasten.

De wet voorziet in een fundamentele herziening van het omgevingsrecht waarbij vrijwel alle wetgeving voor het fysieke domein wordt geïntegreerd in één wet. De integratieslag zou vereenvoudiging en verbetering van het bestaande wetgevingsstelsel moeten bieden. De huidige bestuurlijke verhoudingen zijn uitgangspunt voor de verdeling van bevoegd­heden en instrumenten. Afspraak is dat provincies de integrale verantwoordelijkheid als gebiedsregisseur in het ruimtelijk-economische domein hebben. De provincies vertalen die integrale verantwoordelijkheid in het ruimtelijk domein in een werkwijze waarbij de sturing op provinciale belangen veel ruimte laat voor het leveren van lokaal maatwerk. 

De provinciale structuurvisie en de provinciale Omgevings­verordening bieden het kader voor de doorwerking van provinciale belangen. Gemeenten krijgen zo vroeg mogelijk duidelijkheid over de beleidsruimte die zij hebben bij de nadere invulling van een goede ruimtelijke ordening. Deze ‘voorkantsturing’ wordt gecombineerd met instrumenten aan de ‘achterkant’ die kunnen worden ingezet wanneer blijkt dat gemeenten onvoldoende rekening houden met provinciale belangen. Naast de mogelijkheid om beroep in te stellen, is het belangrijkste instrument voor de provinciale doorzettingskracht de ‘reactieve aanwijzing’.

In concepten van de Omgevingswet komt dit instrument niet terug. Rijk en gemeenten lijken voorkeur te geven aan het interbestuurlijk toezichtsinstrumentarium van de Wet revitalisering generiek toezicht. Het IBT-instrumentarium van schorsing, vernietiging en indeplaatsstelling zou voldoende mogelijkheden bieden om de doorwerking van provinciale belangen in het ruimtelijk-economisch domein effectief af te dwingen.

Is de reactieve aanwijzing een toezichtsinstrument, zoals rijk en gemeenten stellen? Of is het een beleidsinstrument ter verzekering van de provinciale planologische verantwoordelijkheid? Het instrument heeft kenmerken van beide. Meer relevant is de vraag of het IBT-instrumentarium leidt tot hetzelfde resultaat als de reactieve aanwijzing. De provincies stellen terecht dat het afschaffen van de reactieve aanwijzing en het terugvallen op met name schorsing en vernietiging een afhankelijkheid van andere actoren in het leven roept voor het realiseren van de eigen beleidsdoelstellingen. Niet zonder belang is daarbij dat de voordracht van GS voor vernietiging door de minister van I&M moet worden doorgeleid naar de Kroon, die daarop vervolgens een beslissing moet nemen. Daarbij geldt een heel ander, ruimer en minder bepaald afwegingskader.

Waar nu de reactieve aanwijzing specifieke provinciale ruimtelijke belangen moet betreffen, geschiedt de toetsing in IBT-kader in strijd met het recht en het algemeen belang. Onduidelijk is hoe de proportionaliteitseis zal worden ingevuld. Duidelijk is dat het IBT-instrumentarium tot nu toe slechts zelden wordt ingezet. Uiteindelijk is dus onzeker hoe zwaar de provinciale ruimtelijke belangen in het kader van de toetsing aan het algemeen belang zullen wegen. Beroep tegen de weigering van de Kroon om een gemeentelijk besluit te vernietigen staat niet open.

Een nadeel is dat de keuze voor het IBT-instrumentarium kan leiden tot een ongewenst neveneffect: ‘kwalitatief’ geformuleerde provinciale verordeningen, zullen worden dichtgetimmerd om ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen tegen te gaan. Het schrappen van de reactieve aanwijzing leidt dus tot het tegendeel van hetgeen met de Omgevingswet wordt beoogd: juridisering, het verkleinen van decentrale afwegingsruimte en het vergroten van administratieve lasten, ook bij de Kroon. Een keuze voor een minder effectief instrumentarium dat met grotere bestuurlijke lasten ­gepaard dreigt te gaan, moet worden ontraden.

Heinrich Winter en Kars de Graaf, vakgroep ­Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.


Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.