of 59236 LinkedIn

Nieuw planschaderecht onmisbaar voor ambities Omgevingswet

Jean-Paul Hageman 1 reactie

Als gemeentebestuur van Hulst willen we burgers en bedrijven graag uitnodigen om plannen voor hun leefomgeving te ontwikkelen. Precies zoals de Omgevingswet beoogt. Hiervoor is een nieuw planschaderecht onmisbaar.

In de gemeente Hulst bieden we in ons collegeprogramma ruimte voor nieuwe initiatieven in onze kernen. Die initiatieven kunnen burgers, bedrijven en instanties ontplooien. Het gaat om ruimte voor nieuwe voorzieningen, starterswoningen en vervanging van oude panden door nieuwbouw. Hiervoor is een uitnodigend bestemmingsplan opgesteld, volgens het gedachtengoed van de Omgevingswet. Toch kunnen we zo’n plan nog niet vaststellen als gevolg van het huidige planschaderecht dat uitgaat van theoretische vergelijkingen. Een op de praktijk gericht planschaderecht is onmisbaar. Vandaar dat we uitkijken naar de nieuwe schaderegeling die begin 2017 via internetconsultatie beschikbaar komt. 

 

In het nieuwe plan gaan we voor het dorpslint van Clinge meer en andere functies toestaan dan alleen wonen. Voor de school en ander maatschappelijk vastgoed staan we andere – passende - vervangende functies toe. Het bedrijventerrein met leegstand kan van kleur verschieten. We stimuleren vervanging van verouderde bebouwing door grotere woningen, met ruime voortuin.

 

In Clinge kunnen burgers en bedrijven kiezen voor nieuwe bebouwing, voorzieningen en oplossen van leegstand en verpauperde situaties. Zonder procedures kan de leefbaarheid in Clinge worden versterkt. Dat is de inzet van ons gemeentebestuur. De geboden ruimte is steeds op het karakter van het gebied afgestemd. Wanneer al deze theoretische mogelijkheden daadwerkelijk worden benut, dan ziet Clinge er ineens anders uit, zeker in vergelijking met het huidige gedetailleerde bestemmingsplan. In de praktijk zal het niet zo’n vaart lopen.

 

Het huidige planschaderecht heeft als consequentie dat we op voorhand voor alle theoretisch geboden ruimte worden afgerekend. En dat zonder dat maar één initiatief van de grond is gekomen. Ervaringsdeskundigen hebben ons ervoor gewaarschuwd dat de rekening teveel cijfers voor de komma laat zien, net zoals andere gemeentebesturen ons waarschuwden.

 

Het is naar mijn mening nodig anders om te gaan met planschade. Uitgangspunt moet zijn dat planschade alleen wordt vergoed op het moment dat een initiatief daadwerkelijk wordt gerealiseerd en wanneer schade substantieel is. Initiatieven die in Clinge passen, die zorgen voor oplossen van leegstand en verpaupering en dus bijdragen aan de leefbaarheid behoren tot een normaal maatschappelijke ontwikkeling. Dat moet planschadevrij kunnen. In het plan voor Clinge kunnen we alvast over de normaal maatschappelijke ontwikkelingen duidelijkheid bieden, zodat de initiatiefnemer en omgeving weten waarop ze wel of niet kunnen rekenen.

 

Vervanging van een ‘gehavend’ pand zonder voortuin, door een woning iets achterop het perceel zorgt voor verfraaiing van de dorpsstraat. Het is nodig dat de kwaliteitsverbetering en waardevermeerdering die hiermee voor de omgeving worden bereikt, worden betrokken bij de vergelijking of iemand schade leidt. Zo’n insteek sluit veel meer aan bij de praktische werkelijkheid. Nu zijn alleen theoretische vergelijkingen bepalend, zonder verbetering van de leefbaarheid in Clinge.

 

De minister heeft in de brief van 19 mei 2016 voorstellen gedaan voor een nieuwe schaderegeling die binnenkort wordt gepubliceerd. Die nieuwe regeling is onmisbaar voor een uitnodigend omgevingsplan voor een kern zoals Clinge.

 

Natuurlijk zijn er nog vragen te beantwoorden. Dat ook de huidige planschadepraktijk is gegroeid, blijkt wel uit een recente overzichtsuitspraak over planschade van de Afdeling bestuursrechtspraak. Het is nuttig als de minister die uitspraak en praktijkervaringen betrekt bij het maken van het wetsvoorstel. Dan zal ik met genoegen het nieuwe uitnodigingsplan voor Clinge ter vaststelling aan de gemeenteraad van Hulst aanbieden.

 

Jean-Paul Hageman is wethouder van gemeente Hulst

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Martin Koenen (directeur adviesbureau omgevingsrecht) op
Een korte reactie op dit op zichzelf goede artikel van Jean-Paul Hageman.
Ik heb in de loop van de jaren (met succes) diverse planschadeprocedures voor cliënten gevoerd. Sommige gemeentebesturen stellen zich als het ware vijandig op alsof het schande is dat er schade wordt geclaimd. De wetgever heeft dat in feite ook gedaan door een drempelbedrag in te voeren.
Dat lijkt natuurlijk nergens op. De vijandige houding, die de wethouder gelukkig niet heeft, en het drempelbedrag moeten er af!
Als er ten behoeve van een maatschappelijke ontwikkeling of een project door een ander schade wordt geleden dan moet die worden vergoed zonder aftrek overigens van minimaal 2 %, zoals de wet nu zegt!
Ik ben het met de wethouder eens dat planschade pas verschuldigd mag worden wanneer het plan is gerealiseerd of wanneer een groter plan gedeeltelijk is gerealiseerd. Dit is denk ik een van de vragen die nog om een antwoord vragen denk ik want het kan natuurlijk niet zo zijn dat een benadeelde maar moet wachten tot een groot plan, dat gefaseerd wordt uitgevoerd, helemaal is voltooid.
Schade is schade, zodat die niet substantieel behoeft te zijn! Eventuele waardevermeerdering mag in mindering worden gebracht maar dat is nu ook al zo.
Ik ben benieuwd hoe een en ander zich zal ontwikkelen c.q. de nieuwe schaderegeling er uit komt te zien. Spreken de politieke partijen zich daarover nog uit vóór de verkiezingen?