Volg ons op: , LinkedIn of

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Nationale files bestaan niet

0 reacties
Het rekeningrijden is afgeblazen. De meeste files ontstaan door regionaal woon-werkverkeer. In de regio moeten dan ook de oplossingen worden gezocht.

Nu anders betalen voor mobiliteit stagneert is het tijd een andere sprong voorwaarts te maken om Nederland bereikbaar te houden. Ik bepleit een heroverweging. Niet langer kiezen voor het systeemdenken over landelijke rijkswegen en spoorwegen, maar uitgaan van het gegeven dat 90 procent van de verplaatsingen korter is dan 40 kilometer. Veroorzaker en gedupeerde van de files is over het algemeen het woon-werkverkeer in de spits dat de regio niet uitkomt. Maar kijken we wel zo naar onze files?

 

Ik noem u twee feiten. De files ontstaan niet door het vele verkeer dat van Twente naar Amsterdam moet, maar omdat dit verkeer in de spitsen vastloopt in het woon-werkverkeer bij het passeren van de stedelijke netwerken. Zonder het spitsverkeer rond Amersfoort was er geen filedruk bij Hoevelaken, zonder spitsverkeer tussen Apeldoorn en Deventer was er geen filedruk A1 op die ene brug over de IJssel. Ten opzichte van het spoor heeft de automobilist wel het voordeel dat de files zichtbaar zijn waardoor dit de volle (politieke) aandacht heeft. Desondanks laten we de auto ongebreideld toe op de weg.

 

Op spoor zijn files virtueel, niet zichtbaar. Treinen worden niet ongebreideld toegelaten. Vol is vol, ook al is de roep om meer sprinters en stations nog zo groot. Zie het succes van de overvolle regiosprinters in bijvoorbeeld Gelderland. Echter, hier mogen we in de spits op een aantal trajecten geen sprinters en stations toevoegen. Dat zou juist wel moeten omdat we daarmee de druk op het woonwerkverkeer opvangen. De ruimte op het spoor wordt verdeeld in de volgorde intercity’s - goederen - regiosprinters.

 

Verliezer is het dagelijkse woon-werkverkeer dat vervolgens met de auto de file verder vergroot. Het wordt tijd dat wij onze kijk op spoor heroverwegen want hier liggen oplossingen. Hier laten wij geen langzamere sprinters en nieuwe stations toe als dit de snellere intercity’s hindert. De snelweg heeft één strook voor sneller en één strook voor langzamer verkeer. Als treinen auto’s zouden zijn, zouden we zeggen: een inhaalspoortje aanleggen?

 

In de MobiliteitsAanpak sprak minister Eurlings over ‘de sprinter als ruggengraat voor het regionaal ov-netwerk’. Dit moet nog worden doorvertaald. Wij bieden nu op sprinterniveau onvoldoende voor het woon-werkverkeer en zo houden we het nationale bereikbaarheidsprobleem in stand. De meeste snelweggebruikers verplaatsen zich over kleine afstanden: oprit op en een paar afritten verder er weer af. Ook de bezetting van de trein kent zo’n ‘dakpannenbezetting’. De ene korte afstandreiziger wordt naast de andere gestapeld waardoor de trein op afstand gevuld lijkt. Desondanks is het rijksbeleid van oudsher gericht op het systeemdenken.

 

De rijksnorm voor knelpunten is het lange afstandverkeer en ook Programma Hoogfrequent Spoor ziet liever zes intercity’s dan zes sprinters per uur. En zo gaan we voorbij aan de eigenlijke oorzaak: de spits van het woon-werkverkeer in de regio’s. Met alle brede heroverwegingen en de visies op Regionaal Openbaar Vervoer, de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse en evaluatie BDU voor de deur zie ik een kans om in deze tijden van schaarste Nederland toch bereikbaar te houden. Maar dan moeten wij wel met volle overtuiging inzetten op regionale kracht.

 

Marijke van Haaren Gedeputeerde mobiliteit en economisch zaken Gelderland (CDA)

 

Print dit artikel
Mail dit artikel
Deel dit artikel op

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Partner Bijdragen

recente bijdragen