of 58959 LinkedIn

Monumentale speelruimte

Reageer

Het artikel over Monumentale Speelruimte in Binnenlands Bestuur van 20 mei j.l. komt op mij wat verwarrend over.

Frank Strolenberg, programmaleider herbestemming van de Rijksdient voor het Cultureel Erfgoed stelt: je mag van alles veranderen aan een monument, alles kan! Dit laatste vult hij dan aan met: Maar het gaat er wel om waarom je iets doet. En hoe. Aanpassing kan met hedendaagse technieken en materialen. Maar wel weer: steeds zonder het karakter van een object geweld aan te doen.

Hij noemt dan onder meer het museum de Fundatie in Zwolle: zijns inziens schitterend, ook hoe het gedaan is in een compleet andere stijl. Met de toevoeging: het oorspronkelijk monument valt meer op dan ooit! Blijkbaar het ei van Columbus. Hij denkt zelfs mee met het koninklijk huis: is het voorstelbaar een stalen contour van het paleis tegen het huidige te plaatsen? “Dan is de discussie over herinrichting van de Dam ook meteen opgelost”. Verder roept hij de vraag op: waarom alles bij het oude te laten? Kastelen, kerken en kloosters zijn vaak ook stukje bij beetje gebouwd. “

Jammer dat er zo weinig besef in doorklinkt van de waarde van de historische omgeving en de elementen daarvan. Graag wil ik enkele aspecten noemen die in bedoeld artikel nogal in de knel komen.

De historische omgeving, de gevelwanden, de onderdelen daarvan waar onder de monumenten, vormen de identiteit die deel is van het collectieve geheugen van de bewoners. En die op de mensen van buiten ook veel indruk maakt. Het vraagt gevoeligheid en een scherpe intuitie van de ontwerpers om daar mee om te gaan(Raad van advies voor de Ruimtelijke Ordening). Monumenten zijn daarin de kroonjuwelen. Het pleidooi van Strolenberg, die benadrukt geen architectuurhistoricus te zijn, om “’Er iets mee te doen” dreigt te gaan in de richting waarbij behoud van het karakteristieke in het merendeel van de monumenten moet wijken voor de gebruiksfunctie.

Met betrekking tot de materialen en vormgeving wordt geen rekening gehouden met de stijlbreuk die met name door het functionalisme plaatsvond. Ten aanzien van nieuwbouw in een oude binnenstad stelde Miels Crouwel van Crouwel en Van Benthem dat er vroeger weleens een paar goede gebouwen zijn gekomen in de binnenstad, maar de meeste moderne invullingen zijn slecht, meteen een ontsierende ramp. Een slechte traditionele invulling is alleen maar onopvallend. Wat de afkeer van repro’s betreft, Wim Denslagen benadrukte dat Amsterdam niet meer Amsterdam zou zijn zonder zijn neo-renaissance. Bij nieuwbouw zowel als wijziging in een oude binnenstad of een nieuwe wijk geldt dat dit moet passen in de omgeving. Dat is niet alleen een bestuursregel maar ook een publiek gevoel dat vrij algemeen is.

Han Leroi

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.