‘Mensen, maak deze stad’
Inwoners van Almere kunnen sinds 2006 een eigen huis bouwen op een eigen kavel. Enkele ervaringen en adviezen uit de Almeerse praktijk.
In Almere is 5 jaar geleden gekozen voor een vorm van bottom up stedenbouw die de burger weer centraal stelt. De stad heeft daarmee gebroken met de lange traditie van aanbodgestuurde, institutionele woningbouw, waarbij bewoners werden gereduceerd tot woonconsument. Het programma IkbouwmijnhuisinAlmere maakt particulier opdrachtgeverschap op grote schaal mogelijk. De afgelopen jaren hebben duidelijk gemaakt dat dit meer is dan alleen ‘burgers die hun eigen huis bouwen’; zelfbouw is een fundamentele paradigmawisseling.
In Almere is met duizend huishoudens die een eigen woning bouw(d)en, de behoefte aan een andere vorm van stedenbouw en zelfbeschikking geopenbaard. Tegelijkertijd is aangetoond dat het mogelijk is om door een veelvoud van kleinschalige initiatieven een gebied crisisbestendig te ontwikkelen. Ik durf dan ook de stelling aan dat het hier een principiële omvorming van de Nederlandse ruimtelijke ordening betreft. Deze nieuwe manier van stedelijke woningbouw vereist wel een mentale omslag, een wezenlijk andere manier van denken en doen, die begint met de politiek-bestuurlijke keuze. De keuze om het eerste recht bij de mensen zélf te leggen, voor welke doelgroepen, welke grondprijzen en wat voor type wijk en dus stad je wilt maken. In dat licht is ‘lef’ een belangrijk vereiste; je moet risico’s durven nemen. Het bouwen van een eigen woning is niet langer voor behouden aan het hogere marktsegment, maar ook bereikbaar voor mensen met lagere inkomens.
Het vergt eveneens een radicaal andere attitude van de gemeentelijke organisatie. Niet langer top down, maar een werkwijze waarbij de gemeente de kaders schept en de burger centraal staat. Was het ambtenarenapparaat voorheen gewend zoveel mogelijk te regelen, bij zelfbouw is het juist de bedoeling dat de burger de inhoud juist zoveel mogelijk zelf invult. Creëer zo veel mogelijk vrijheid. In Almere zijn voor dat doel kavelpaspoorten ontwikkeld waarop de kaders zoals afmetingen, rooilijnen etc. in hoofdlijnen staan weergegeven. Door vrijheden te maximaliseren, ontstaat ruimte voor verrassing.
Daarnaast moet de ambtenaar zich bewust zijn van het feit dat de bouw van een woning voor de gemeente weliswaar één van de vele projecten is, maar voor zelfbouwers ‘het grote avontuur’ waar zij voor langere periode dag en nacht mee bezig zijn. De ambtenaar moet ook leren communiceren met honderden verschillende, vaak niet-professionele particuliere opdrachtgevers, in plaats van drie of vier grote institutionele partijen. Koppel de kavelkopers dan ook één op één aan een accounthouder zodat de koper één contact persoon heeft, één loket en niet alsnog verzandt in interne bureaucratie.
Al deze voorwaarden maken particulier opdrachtgeverschap niet á la minute tot een succes. Het betekent niet dat de kavels die vandaag in de verkoop gaan, morgen zijn verkocht. Er zullen altijd kavels zijn die minder snel verkocht worden. Dat is een interessant proces, dat gebruikt kan worden om de marktvraag te onderzoeken: welke kavels zijn populair, welke kavels blijven onbebouwd? Besluit niet te snel om de niet verkochte kavels op een andere wijze in te vullen. Particulier opdrachtgeverschap is een organisch proces, dat tijd en ruimte nodig heeft, durf dus te wachten.
In Almere is ook bewust gekozen voor die proefondervindelijke werkwijze, zonder uitgebreid onderzoek vooraf. Het was één groot experiment, waarbij we hebben ontdekt dat particulier opdrachtgeverschap een motor in zichzelf is; eenmaal gestart, genereert het proces zelf snelheid.
Reactie op dit bericht
Het gaat niet over kinderachtige kwalificaties. Zo is er ‘van paradigma gewisseld’ en is ‘behoefte aan een andere vorm van stedenbouw en zelfbeschikking geopenbaard’. Er is zelfs sprake van ‘een principiële omvorming van de Nederlandse RO’. Dat gaat nog even door zo. Het heeft mij altijd verbaasd dat zo weinig discussie is gevoerd over de ‘vernieuwende’ aanpak van Almere. Want daar zijn wel kanttekeningen bij te plaatsen. Duivesteijn doet alsof hij een enorme vraag heeft aangeboord en mensen mogelijkheden biedt die ze daarvoor niet hadden. Dat is onjuist, hooguit geldt dat voor de schaal waarop het nu gebeurt. Al eind jaren 70 zijn in Almere Haven drie projecten ontwikkeld door mensen die er gingen wonen. Eén daarvan was zelfs geënt op een vergelijkbaar project in Hilversum. Ook elders in het land zijn legio voorbeelden van dergelijke ontwikkelingen. Maar tegen welke prijs? Het eerste slachtoffer is de openbare ruimte. Waar Nederland wereldberoemd is om zijn stedenbouw en architectuur wordt hier de individuele smaak het centrale thema, ondanks alle mooie kavelpaspoorten. Zeker in wijken met grotere dichtheden leidt dit tot een rusteloos straatbeeld, iedere huiseigenaar confronteert je ongewild met zijn of haar persoonlijke smaak. Het tweede slachtoffer is de gemeentekas. De inspanning die het kost om deze bouwprocessen te begeleiden en de logistieke beperking die het oplegt aan het te ontwikkelen gebied, staat in geen verhouding tot de opbrengsten. De bouwbegeleiding, trage uitgifte en de tragere instroom van nieuwe inwoners kost extra geld. Als derde zouden bewoners zelf wel eens slachtoffer kunnen zijn. Hoe zal de waardeontwikkeling van zeer individuele woningen zijn (zeker wanneer de buurt langdurig in aanbouw blijft) en hoe beïnvloeden woningen elkaar op dit vlak?
Natuurlijk is het leuk je eigen huis te kunnen bouwen. Maar afgezet tegen de enorme behoefte aan woningen in het Noorden van de Randstad en het gebrek aan ruimte, lijkt het mij verstandiger om in te zetten op goed ontworpen ‘traditionele’ woningbouw. Wat verder van de schaarste, waar de grond dus ook goedkoper is, kan diegene die graag zijn of haar eigen huis wil bouwen prima terecht. Of op ingewikkelde locaties in de bestaande bebouwing die sowieso veel extra inspanning vragen. Als experiment is de Almeerse aanpak interessant, maar het is in meerdere opzichten een dure bouwstroom. Wat mij betreft is dit zeker geen lichtend voorbeeld voor de ruimtelijke ordening van ons land.