of 59045 LinkedIn

Laat de 'onderkant van het openbaar vervoer' aan de welzijnssector?

Anne Koot en Marjan Koot Reageer

Openbaar vervoer met minder geld. Emoties en politieke reuring spelen op, zeker als de subsidie-intensieve ‘onderkant van het OV’ in beeld komt. Worden niet juist de zwakkeren het slachtoffer van de crisis? Welke keuzen maak je daarin? Anne Koot en Marjan Koot willen in die discussie af van de schotten tussen 'vervoer' en 'welzijn'. Voor de hulpbehoevende gebruiker van het openbaar hebben die twee alles met elkaar te maken. 'Maar als je alleen een hamer kent, lijkt alles op een spijker.'

Beschikbaarheid van openbaar vervoer voor iedereen’ is een belangrijk beleidsuitgangspunt. Uw adviseur Verkeer & Vervoer zal dit al gauw te berde brengen. Er zijn nu eenmaal gebieden en doelgroepen die meer subsidie vergen dan andere. Aan uw beleidstafel valt dan onder de vlag van ‘de sociale functie’ al gauw het woord ‘ouderen’ die ‘aan het maatschappelijke leven moeten kunnen blijven deelnemen’. Uw ingehuurde vervoerder zal alles beamen en wijzen op zijn oplossingen voor deze onderkant van het OV. Nog kleinere (buurt)bussen, een nog slimmere regiotaxi. Systeemgerichte oplossingen zijn namelijk hun ‘hamer’ voor wat zo overduidelijk een ‘spijker’ is.

 

Voor een welzijnsorganisatie is het voorgaande echter alles behalve die ‘spijker’ waar de OV-sector op wil hameren. Welzijnsorganisaties zien het moment dat mensen zich niet meer zelfstandig kunnen verplaatsen of eenzaamheid op de loer ligt, als de start van een hulpvraag. Deze is niet zozeer een vraag naar een vervoersmogelijkheid. Vaak is er meer aan de hand: behoefte aan administratieve hulp, aan praktische hulp, aan sociale integratie en participatie in de maatschappij. Daarom komen welzijnsorganisaties niet direct met een aanbodgerichte oplossing (een efficiënt systeem voor vervoer op afroep). Hun antwoord op recente en komende bezuinigingen is vraaggericht werken. De eigen kracht van burgers en hun werkelijke vraag bepaalt het handelen. OV-Vervoer is slechts één van de elementen.

 

25 jaar ervaring met een vervoerssysteem op basis van vrijwilligers van welzijnsorganisaties in Leidschendam-Voorburg, leert dat zij niet alleen vervoer biedt, maar ook vertrouwdheid, aandacht en persoonlijke hulp. Het vervoerssysteem heeft voor de welzijnorganisaties een belangrijke signaleringsfunctie. Er kan snel ingespeeld worden op veranderende omstandigheden bij de oudere, wat dat op dat moment ook mag zijn. De lijnen tussen vrijwilligers, ouderwerkers en cliënten zijn kort. Het aanbieden van vervoer als het niet meer met de eigen auto, fiets of openbaar vervoer gaat, is dus een veel bredere, complexere opgave dan de ‘spijker’ waar het eerst om leek te gaan.

 

Sociale functie van OV

Wat betekent dat inzicht nu voor de huidige discussies over ‘de onderkant van het openbaar vervoer’? Moeten we wellicht de grenzen gaan verleggen tussen ‘vervoer’ en ‘welzijn’? Kunnen OV-bedrijven deze markt niet beter overlaten aan organisaties met primair ervaring en drive voor die sociale functie? Maakt dat niet veel slimmere oplossingen mogelijk voor wat dan ‘vervoer met een sociale functie’ zal gaan heten? Leidschendam-Voorburg laat zien dat welzijnsorganisaties hulpvragen op het gebied van vervoer prima kunnen bundelen in de vorm van een boodschappenbus of bus naar het zorgcentrum annex buurthuis. Laat de niet-zelfredzame incidentele reiziger dus over aan de welzijnssector is hun devies, vanuit de vraag die er daadwerkelijk op individueel niveau is. Handel vanuit de context van waar het uiteindelijk echt omdraait: kunnen blijven participeren in de samenleving.

 

Zo doorredenerend kunnen OV-bedrijven zich concentreren op waar zij op hun beurt de onomstreden experts zijn: efficiënt collectief vervoer. Zouden zij zich wellicht moeten beperken tot de zelfredzame massa,  met een aanbodsysteem voor een collectieve vervoersvraag. In hoofdzaak werkenden en scholieren dus.

 

De grens is niet zwart-wit. Ook een welzijnsorganisatie kent haar ‘spijkers’: doorslaan met maatwerk. Het reguliere openbaar vervoer kan nog steeds prima onderdeel van de totaaloplossing zijn. Haar doelgroep hoeft wellicht alleen maar geholpen te worden met het vinden van de weg naar het OV toe. Voor wie jarenlang auto reed is de overgang naar de wereld van OV-chipkaarten en overstappen geen vanzelfsprekendheid. In diverse provincies zijn al initiatieven om dit vraagstuk aan te pakken (OV ambassadeurs).

 

Kortom: laten we de komende tijd met elkaar de verwevenheid van de sociale functie van het openbaar vervoer en vervoer met een sociale functie verkennen. Laten we op zoek gaan naar nieuwe definities en bijbehorende taakstellingen. Met oog voor elkaars ‘spijkers’ timmeren we dan samen aan de weg voor een blijvende maatschappelijke participatie, voor iedereen. Het is een taak van u als opdrachtgever om die discussie goed te laten voeren.

 

 

Auteurs:

Anne Koot is adviseur mobiliteit bij Goudappel Coffeng. Haar zus Marjan Koot is adviseur Ouderen bij Stichting Oud en Jong in Leidschendam-Voorburg.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.