of 59054 LinkedIn

Klimaatadaptatie voorkomt hoge kosten gemeente en waterschap

Alex Hekman 1 reactie

Veel gemeenten en waterschappen zijn afwachtend met klimaatadaptatie. Dat is niet verstandig. Laten we direct beginnen om adaptatieplannen te maken, want elke herstructurering die we nu al klimaatadaptief uitvoeren scheelt veel geld in de komende jaren.

Met het Deltabesluit Ruimtelijke Adaptatie dat op Prinsjesdag is voorgesteld, spreken we met elkaar af dat we klimaatadaptatie in 2050 op orde hebben. Dat lijkt ver weg, en is daarmee makkelijk afgesproken. Maar met name in stedelijk gebied kan de inpassing van klimaatmaatregelen erg complex zijn, en kunnen de kosten flink in de papieren lopen. Dat kan worden voorkomen, maar dat vraagt wel om een vooruitziend plan dat adaptatiemaatregelen koppelt aan herstructureringsplannen en onderhoudscycli.


Zonder maatregelen bedraagt het schaderisico tot 2050 als gevolg wateroverlast en droogte in de stad zo’n 71 miljard euro. Veruit de grootste schade, 45 miljard, komt voor rekening van eigenaren van gebouwen, huizen en tuinen. Daarna volgen schade aan infrastructuur (12 miljard), schade als gevolg van afnemende arbeidsproductiviteit (8 miljard) en schade aan openbare ruimte en groen (6 miljard) (Deltares, 2012).

 

Van de kosten van maatregelen is geen schatting bekend, maar duidelijk mag zijn dat vanwege de complexiteit van de stad de kosten enorm hoog zullen zijn. Dat hoeft alleen niet zo te zijn. Dat blijkt uit recent onderzoek van Grontmij en TAUW. Daaruit blijkt dat het mogelijk is de kosten sterk te beheersen. Immers: de komende 30 tot 40 jaar gaat de openbare ruimte overal wel ergens op de schop. Door adaptatiemaatregelen slim mee te koppelen met herstructureringsplannen en onderhoudscycli, kunnen extra kosten voor adaptatie sterk worden gereduceerd en soms zelfs geheel worden voorkomen. Dat kan bijvoorbeeld door maatregelen te faseren (groeimodel), of door te kiezen voor maatregelen op de lange termijn goedkoper zijn door lagere beheerkosten.

 

Bovendien, adaptatiemaatregelen kunnen deze plannen ook extra kwaliteit bieden. Een capaciteitstekort in het riool hoeft niet altijd opgelost te worden met grotere buisdiameters, maar kan ook bovengronds opgelost worden in de vorm van aantrekkelijke groene infiltratiestrook of een fraai vorm gegeven waterpartij. Dit blijkt vaak niet alleen goedkoper maar kan, mits goed uitgevoerd, ook extra waarde toevoegen voor bewoners of gebruikers.

 

Dit lijkt wellicht allemaal vanzelfsprekend, maar dat is het zeker niet. Want zonder vooruitziend plan dat al deze ambities aan elkaar koppelt is er een groot risico op snipperoplossingen die juist leiden tot hoge beheerkosten. Dat merkte ik een aantal jaren geleden bij het integreren van de vergelijkbare wateropgave in bestaand stedelijk gebied.

 

In de eerste plaats zijn herstructureringsopgaven of onderhoudswerkzaamheden vaak heel lokaal. Voor je het weet sneuvelen ambities over stedelijke kwaliteit met nieuwe stadsparken en waterpartijen in de kleinschaligheid van herstructureringsplannetjes. In Nederland is het bovendien procedureel ingewikkeld om oplossingen buiten de plangrens te regelen. Het risico op een postzegelbenadering met versnipperde waterbergingen en plantsoentjes is heel erg groot.

 

In de tweede plaats bleek het lastig om juist de projectmanagers van de herstructureringsprojecten te motiveren voor een extra opgave. Dit komt doordat, in tegenstelling tot de budgetten bij stedelijke uitbreiding, de budgetten bij herstructurering veel beperkter zijn vanwege het ontbreken van de lucratieve vastgoedmotor. Ook ontbreekt meestal de fysieke ruimte voor uitbreiding van groen of blauw.

 

Projectmanagers zitten daarom niet te wachten op het toevoegen van een nieuwe, complexe opgave.

Voor een succesvolle implementatie van klimaatadaptatie zijn daarom adaptatieplannen nodig die de adaptatieopgave en ruimtelijke ambities op stedelijk- of gebiedsniveau doorvertalen naar concrete lokale bouwstenen die gezamenlijk die ambitie waarmaken. Hoe concreter en aantrekkelijker de bouwstenen zijn, hoe groter de kans dat ze worden ingepast. Want als je nog moet gaan nadenken over adaptatie als de planvorming eenmaal is gestart, ben je te laat.

 

Alex Hekman is programmamanager Delta Planning bij Grontmij

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Rachelle Eerhart (Senior Projectleider Groen Dichterbij bij IVN) op
Mooi artikel! Ik ben benieuwd of er in het onderzoek van Tauw ook gekeken is of bottom-up initiatieven van bewoners (wij noemen ze bij Groen Dichterbij 'groene buurtprojecten') ook kunnen worden meegenomen in deze beleidsontwikkeling van gemeenten. Ik zou het goed vinden als de energieke samenleving bij dit belangrijke thema betrokken wordt - denk er graag over mee!