Energie op kleine schaal
Ondanks hun deelname was de VVD bij de presentatie afwezig en wil CDA-fractievoorzitter Van Geel ‘alle opties open houden’. Dat biedt weinig perspectief voor de doelstelling om in 2050 een volledig duurzame energievoorziening te realiseren. Gelukkig kan ook zonder de rijksoverheid de energietransitie van start gaan: lokale overheden hebben de wil en de middelen. Nederland loopt ver achter in de transitie naar een duurzaam energiesysteem. Slechts 3,4 procent van de energie in ons land wordt duurzaam geproduceerd.
Een schamel percentage, zelfs in vergelijking met het ook al niet indrukwekkende Europese gemiddelde van 8,5 procent. Daar moet wat aan veranderen. Het energiebeleid van dit kabinet geeft niet veel reden tot optimisme. Het kabinet heeft toestemming gegeven voor de bouw van vier grote kolencentrales. De kans is groot dat in de toekomst goedkope, maar weinig duurzame kolenstroom duurzamere alternatieven wegconcurreert. Het kabinet biedt met kortlopende subsidieregelingen aan die niet voldoende lange termijn perspectief voor investeringen bieden.
Mede als gevolg van dit beleid investeren Nederlandse gemeenten nu in windmolens op Duits grondgebied. Gelukkig hoeven we niet op de rijksoverheid te wachten. Lokale overheden kunnen de transitie vooruit helpen. Vroeger draaide het bij de energievoorziening om de grote schaal: reusachtige centrales en immense netwerken. Dankzij de ontwikkeling van zonnepanelen, geothermie, biomassacentrales en smart networks, is het mogelijk energie op kleinere schaal op te wekken. Dat heeft een drietal belangrijke voordelen.
Het eerste voordeel is dat de productie van energie plaatsvindt op de plek waar de energie wordt verbruikt. Energieverliezen bij het transport worden zo vele malen minder. Ook wordt het systeem minder kwetsbaar voor uitval, omdat storingen lokaal en dus beperkt blijven.
Het tweede voordeel is dat de meeste kleinschalige technologieën duurzamer zijn dan bestaande grootschalige energiesystemen. Gemeenten hebben de basisvoorwaarden zelf in huis: biomassa in de vorm van GFT-afval en zeggenschap over de ruimte voor zonne-energie en geothermie.
Het derde voordeel is dat lokale energievoorziening bijdraagt aan sociale cohesie. Decentralisatie van de energievoorziening betekent niet dat ieder huishouden in zijn eigen energie gaat voorzien. Voor het rendabel exploiteren van een geothermie- of biogascentrale is een zekere schaal nodig: de schaal van buurt of woonblok. Gezamenlijk een energiebedrijf opzetten versterkt lokale banden. Bewoners kunnen gezamenlijk verdienen aan hun investering. Uit onderzoek van de provincie Overijssel blijkt dat er grote bereidheid bestaat bij burgers om het heft in eigen hand te nemen.
Hoe kunnen gemeenten de energietransitie bespoedigen? Dat kan veel verder gaan dan ‘coördineren en regisseren’. Gemeenten kunnen risico’s in kaart brengen en afdekken, zowel voor burgers als bedrijven. Wat gebeurt er bij het failliet van een energiebedrijfje? Wie is verantwoordelijk voor de inkomensschade die ontstaat bij stroomuitval? Ook kunnen gemeenten continuïteit bieden in de samenwerking met bedrijven die failliet kunnen gaan en burgers die verhuizen. Ten transitie kan een lokale overheid optreden als (co-)financier.
Niet in de vorm van subsidies, maar zoals Pieter Winsemius voorstelt: in de vorm van leningen uit een investeringsfonds. Dat fonds kan bijvoorbeeld gevuld worden met het geld dat verdiend is met de verkoop van de energiebedrijven. Wacht niet op het Rijk. In heel Nederland liggen succesvolle projecten voor het oprapen. Deel die kennis! Geef zo een impuls aan de energietransitie. Als dat gebeurt, haakt het Rijk wel aan.
H. Benschop, Trendbureau Overijssel; T. Turè en H. van Alphen, Futureconsult