of 59236 LinkedIn

Crisis- en Herstelwet is culturele revolutie

2 reacties
Juridische scherpslijpers en de milieubeweging zullen zich keren tegen de Crisis- en Herstelwet. Ga niet afdingen op het wetsontwerp.

Het kabinet dient op Prinsjesdag de Crisis- en Herstelwet (CH-wet) in bij de Tweede Kamer. Het concept- wetsontwerp ligt nu bij de Raad van State voor advies. Volgens de gepubliceerde samenvatting van de wet beoogt het kabinet ‘met snelle en zorgvuldige procedures doelgericht te werken aan werkgelegenheid op korte termijn door het realiseren van duurzaamheid, bereikbaarheid en (woning)bouw op langere termijn’.

 

Het is de bedoeling dat de wet op 1 januari 2010 in werking treedt. Een deel van de wet heeft een tijdelijk karakter. De CH-wet is in meerdere opzichten opmerkelijk. Op het eerste gezicht lijkt de wet een gecompliceerde rommelpot van gevarieerde wetswijzigingen die tot doel hebben procedures rond infra- en bouwprojecten te versnellen. Zo kondigt het kabinet enkele vereenvoudigingen in de milieueffectrapportage, de Onteigeningswet en de Natuurbeschermingswet aan.

 

Bij nader inzien blijkt dat we wel te doen kunnen hebben met een kleine culturele revolutie in het denken over wetgeving. Eindelijk lijkt het kabinet - en vooral de minister-president als fanatieke trekker van deze wet - te beseffen hoe ingewikkeld wij de regelgeving en de rechtsbescherming in de afgelopen decennia hebben gemaakt. En dat alleen met doortastende, politiek strak aangestuurde maatregelen deze tendens is te keren.

 

Een paar belangrijke elementen uit het wetsontwerp. De wet wil dat de rechter in beroepsprocedures voorbij gaat aan kleine inhoudelijke gebreken in het aangevochten besluit. Een belanghebbende kan alleen nog beroep doen op rechtsregels die betrekking hebben op zijn eigen belang (het zgn. relativiteitsbeginsel). De beroepsmogelijkheden tussen overheden onderling worden beperkt. En de bestuursrechter moet binnen zes maanden na ontvangst van het beroepsschrift uitspraak doen.

 

Geen van deze voorstellen is echt nieuw, maar ze bleven altijd ’hangen’ op de bureaus van het ministerie van Justitie. Dat conservatieve ministerie voelde niets voor dit soort veranderingen. Maar ook in het juridische vakwereldje leven bezwaren. We gaan dan ook zien dat juridische scherpslijpers zich tegen deze voorstellen zullen keren.

 

Voor ons is het enige kritische punt in de voorstellen of in de praktijk geen juridische omwegen blijven bestaan. Bij voorbeeld dat de ene overheid de andere overheid nu gaat belagen met een privaatrechtelijke procedures. Een ander opmerkelijk initiatief in het wetsvoorstel is de mogelijkheid van aanwijzing van ‘milieuontwikkelingsgebieden’.

 

Bestuurders krijgen de mogelijkheid om binnen de milieuruimte nieuwe projecten te entameren. Binnen zo’n gebied ontstaat dan een ‘regelvrije zone, waar tijdelijk wetgeving opzij wordt gezet om snel, maar zorgvuldig, urgente projecten te kunnen realiseren’. Dit klinkt pas echt revolutionair. Maar gelijk daarna staat er ‘daarbij worden geldende milieunormen niet opgerekt’. Dus niks ‘regelvrije zone’; die term zet ons op het verkeerde been.

 

Wij houden het erop dat de opstellers van de wet bedoelen dat de milieubelasting - met geluid, stank, stof, risico - voor het hele gebied per saldo binnen de normen moet blijven en niet specifiek alleen ter plekke van het (bouw)project. En dat het lokaal of provinciaal bestuur vooruit mag lopen op een komende milieuverbetering die een tijdelijke overschrijding ongedaan maakt.

 

Hopelijk worden ook de onderzoeksverplichtingen tot normale proporties teruggebracht. Dan is dit voorstel een aardige aanwinst maar zeker niet wereldschokkend. Het is dan ook overdreven om het kabinet die milieuontwikkelingsgebieden te laten aanwijzen; laat dat het lokaal of provinciaal bestuur doen.

 

Toch verwachten wij dat over dit deel van het wetsvoorstel veel verzet zal oproepen van de milieubeweging, de juridische vakwereld en ook van het bedrijfsleven (wegens verlies van milieurechten zonder compensatie). Het is dus controversieel. We missen in het wetsontwerp de mogelijkheid af te wijken van milieunormen voor integrale gebiedsontwikkeling. Denk daarbij aan het Utrechtse Centrumplan, Stadshavens in Rotterdam, Binckhorst in Den Haag en Houthavens in Amsterdam. Maar het geldt ook voor kleinschaliger plannen.

 

De CH-wet is een mooie gelegenheid om hiermee op korte termijn praktijkervaring mee op te doen. Over de draagwijdte en effectiviteit van de voorstellen in de CH-wet volgt nog veel discussie. Het eerstkomende spannende moment is het advies van de Raad van State. Kernpunt is de wil van het kabinet om het enge sectorale denken te doorbreken. Het is te hopen dat het wetsvoorstel niet in de kou komt te staan door striptease-acties van Raad van State en parlement.

 

Aaldert ten Veen, advocaat-partner bij Stibbe en docent Omgevingsrecht te Leiden. Friso de Zeeuw, directeur Nieuwe Markten bij Bouwfonds Ontwikkeling en praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door juridisch adviseur op
Er zijn maar enkelen die heel graag deze wet willen hebben en dat is bouwend nederland mn de grote bouwbedrijven. Het is eigelijk te gek voor woorden dat enkel banken (door geld) en bouwbedrijven (door soepelere regelgeving en 6% btw wat niet wordt doorberekend aan de klant zie Kassa) de crisis doorgeholpen wordt. De rest van nederland mag het of in zijn portomonee of aan zijn woongenot voelen. En er is helemaal niemand die er wat aan doet.
Door herman palm (politiek analist) op
goede zaak dat de eerste kamer deze wet goed bekijkt. Te veel belangen van mensen worden door deze wet verwezen naar de prullenbak zonder inbreng van hun zijde. Laat de kamer maar eens goed NUT en NOODZAAK aantonen. In Nuth zou een gigantisch project verrijzen waar 90 % van de burger tegen is. Waar zijn we in dit land in Godsnaam mee bezig. Straks hebben we toaal geen inspraak meer!