of 58959 LinkedIn

Burger let op uw recht

Reageer

Bestudering van de Omgevingswet en jurisprudentie van het omgevingsrecht, toont dat de overheid terugtreedt en meer bij de burgers legt. Maar in feite kan de overheid harder en dwingend doorpakken zonder burgers compensatie van nadeel te bieden.

De salamitactiek van de Omgevingswet

Neem bijvoorbeeld de relatie normstelling en beleid. Dit bevat – gewild of ongewild – salamitactiek. Het besluitvormingsproces is namelijk in stukjes opgedeeld. Daarover wordt afzonderlijk overeenstemming verkregen. En uiteindelijk zal een partij ook het eindresultaat moeten accepteren. Normstelling en beleid zijn bewust gescheiden. Beleid staat in omgevingsvisies en programma’s. Na vaststelling zijn deze – juridisch gezien – niet bindend. Rechtsbescherming is er evenmin, maar burgers kunnen er wel bij betrokken worden. De vraag is natuurlijk: gaan burgers massaal meedoen? Dergelijk beleid is politiek, abstract en betreft het algemeen belang van een groot gebied. Slechts een deel van de burgers vindt dit interessant. Hun participatie is waardevol, maar zegt niet zoveel over het draagvlak bij andere burgers.

Beleid wordt (deels) vastgelegd in het bindende omgevingsplan. Burgers kunnen hierbij worden betrokken en hiertegen in beroep gaan. Maar dat kan weer niet tegen de Omgevingsverordening en de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s), waarmee het omgevingsplan in overeenstemming moet zijn. Wie zijn eigen belang onvoldoende terugziet in een omgevingsplan, merkt bij de rechter dat hij niet om de verordening, de AMvB’s en het beleid heen kan. De huidige jurisprudentie laat dat al zien.

Als omgevingsplannen ook nog globaal en flexibel worden, biedt het omgevingsplan de burger nog minder soelaas. Die weet pas waar hij aan toe is bij het concrete besluit. De regering geeft hieraan de voorkeur boven ‘de schijnrechtszekerheid van gedetailleerde regels’ (paragraaf 2.4.4 Nota naar aanleiding van het verslag). Een heldere procedure en een kenbaar resultaat moet rechtsbescherming genoeg bieden.

Echter: de burger zal ook bij het concrete besluit moeite hebben zijn eigen belang overeind te houden als dat besluit zijn grondslag vindt in een verordening, AMvB of vastgesteld beleid. Ook dat laat de huidige jurisprudentie zien.

Van besluiten waartegen geen rechtsbescherming open staat, gaat dus wel degelijk binding uit, maar dan via de salamitactiek. De burger die dat niet weet, kan zich nogal ‘gepakt’ voelen.

Vanuit de zorg voor de fysieke leefomgeving is deze tactiek goed te volgen. Echter, afgezet tegen de nieuwe benadering van planschade (het ‘Normaal Maatschappelijk Risico’) kun je daar vraagtekens bij zetten. De burger die opkomt voor zijn eigen belang en zijn eigendom wordt twee keer ‘gepakt’: eerst via de salamitactiek en daarna bij de planschadeclaim. Zal dat het vertrouwen van de burger in de overheid vergroten?

Het uiteindelijke besluit kan erg hard aankomen bij een burger. Dat legt een zware verantwoordelijkheid op de overheid om een zo breed mogelijk draagvlak te vinden. De individuele burger kan maar beter vroeg gaan onderhandelen met de initiatiefnemer van een nieuwe ontwikkeling. Die moet immers zijn eigen draagvlak organiseren. Maar: de fysieke leefomgeving zou geen handelswaar moeten zijn en niet iedere burger is een goede (onder)handelaar.

Wellicht is het dus ook tijd om de planschadejurisprudentie te herijken. Zodat eigendom in de toekomst nog wat voorstelt.

Trees van der Schoot, Van der Schoot Advies - Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Leefomgeving

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.