Bonte stoet van veiligheidsregio's
De gemeentesecretaris van Den Bosch legt de vinger op de zere plek met de vraag: 'Welk probleem wordt nu met regionalisering van de gemeentelijke brandweerkorpsen opgelost?' Als niemand het antwoord weet (wij kunnen het ook nergens vinden) dan kan het niet anders dan dat dit een antwoord is op een andere vraag.
En inderdaad, als je naar minister Ter Horst luistert, beantwoordt zij die vraag vanuit een geheel eigen perspectief. Immers bij verschillende gelegenheden geeft zij te kennen dat regionalisering noodzakelijk is om de rampenbestrijding op orde te krijgen. Kennelijk luidt dan de vraag: 'Hoe krijg ik (na vele jaren tobben) de rampenbestrijding op orde?' Dus het gaat erom de rampenbestrijding te verbeteren met de regionalisering.
Rampenbestrijding is niets meer en niets minder dan 'operationele en bestuurlijke multidisciplinaire aansturing van de aanpak van grootschalig incident, ramp of crisis'. Vroeger startte de ramp formeel pas wanneer er een rampenverklaring door de burgemeester was afgeven. Dat hield in dat multioptreden noodzakelijk was en op last van de burgemeester werd opgestart. Nu gaat dat allemaal veel soepeler door gestructureerde opschaling en fasering daarvan in operationeel en bestuurlijk optreden (grip-fasering). Dit samenwerken, afstemmen en coördineren gaat kennelijk nog onvoldoende en daarvoor wil de minister de brandweer anders inrichten.
Na de rampen van Enschede en Volendam is overal de brandweer de gemeentelijke organisatie binnengehaald en wordt er voor de lokale dienstverlening effectief samengewerkt met de verschillende gemeentelijke diensten. Dat wil de minister nu weer 'uitbedden' en in veiligheidsregio's onderbrengen en vervolgens de brandweerproducten vanuit die positie aan de gemeenten leveren. Schaalvergroting van één van de kolommen die zou moeten leiden tot een betere multi-aansturing.
Moet de brandveiligheidszorg daarvoor op afstand gezet worden van de eerste overheid? - 'uit de directe democratische legitimatie gehaald worden', zoals professor D.J. Elzinga stelt (Binnenlands Bestuur, 6 augustus 2004) in dit blad. Het zal onder meer leiden tot een verzelfstandiging, naar analogie van het politiebestel, en het verdwijnen van deze functie uit het lokale bestel: Niet meer de gemeentes zélf, maar regionale colleges zullen dan gaan over gemeentelijke veiligheid.
Uiteindelijk krijgt de veiligheidsregio doorzettingsmacht binnen het gemeentelijke bestel. Profetische woorden zo blijkt inmiddels. Terug naar de mogelijk echte vraag: Kan het zijn,als nu na ruim twintig jaar de multidisciplinaire aansturing nog steeds niet op orde te krijgen is, dat de reden daarvoor in de structuur van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) ligt? Daarin is immers tot op heden geen staatsrechtelijke of organisatorische doorzettingsmacht opgenomen. De Wgr functioneert momenteel bij de haalbaarheid van onderlinge afspraken. Moet men daar dus niet eens éérst zorgen voor heldere verantwoordelijkheden, normen en keuzemogelijkheden?
De regering zou dus een functionele knip moeten maken tussen (brand)veiligheid en rampenbestrijding. Zodanig, dat de brandweer (wettelijk) goed blijft ingebed in de lokale gemeentelijke organisatie en dat de rampenbestrijding ter hand wordt genomen door een overkoepelende regionale organisatie, die op basis van bestuurlijk vastgestelde uitgangspunten eisen kan stellen aan de diverse (overheids-)hulpverleningsorganisaties. Dan blijft de zorg en dienstverlening op gebied van (brand)veiligheid daar waar het hoort, namelijk in de haarvaten van de ambtelijke organisatie, onder verantwoordelijkheid van de lokale democratie en daarmee in directe interactie met wijken, dorpen, buurten, bewoners, bedrijven en infrastructurele werken.
Samenvattend: regionalisering van de brandweer is overbodig, onnodig riskant, zal de veiligheid van burger en bedrijfsleven niet verhogen (mogelijk integendeel). De bestuurlijke complexiteit en de ambtelijke bureaucratie zullen sterk toenemen. Dat laatste kan op termijn leiden tot vertrek van vele duizenden brandweervrijwilligers die zich niet meer verbonden voelen met wat eens 'hun' brandweer was.
Martin Cuperus (commandant brandweer Hardenberg), Erik Weterings (hoofd afd. veiligheid gemeente Overbetuwe) ( Zie voor een onderbouwing van onze argumentatie het essay 'Een vurig pleidooi' op www.veiligheidlokaal.nl).